RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11918931 \ MC EXPL 25-5537
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.N.C. de Kluijver,, mr. B.E. Revelman de Vries en C.J. Zaal
(Gerechtsdeurwaarderskantoor De Kluijver),
tegen
[gedaagde] B.V., M.H.O.D.N. [handelsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. C.H.J.M. Abeln.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3,- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15,- de conclusie van repliek met één productie,- de conclusie van dupliek.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] heeft [eiseres] ingeschakeld voor een verhuizing. [gedaagde] heeft deze verhuizing twee keer uit moeten stellen. [eiseres] vordert € 16.370,00 aan kosten, vermeerderd met rente en kosten die [gedaagde] op grond van de algemene voorwaarden van [eiseres] verschuldigd is voor de verplaatsingen van de verhuizing, omdat zij stelt schade te hebben geleden door de verplaatsingen. [gedaagde] betwist dat [eiseres] schade heeft geleden.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af.
3. De beoordeling
[eiseres] vordert € 16.370,00, vermeerderd met rente en kosten. [eiseres] stelt dat [gedaagde] dit bedrag verschuldigd is op grond van artikel 4.6 van de algemene voorwaarden van [eiseres] . Artikel 4.6 van de algemene voorwaarden (productie 1 [eiseres] ) bepaalt dat als een verhuizing wordt uitgesteld, de opdrachtgever de bedrijfsverhuizer schadeloos moet stellen voor alle noodzakelijke kosten en nadelen die voortvloeien uit het uitstel. [eiseres] stelt dat [gedaagde] de verhuizing tweemaal heeft uitgesteld, van mei naar juni en toen van juni naar eind augustus/begin september en daardoor tweemaal aanzienlijke schade heeft geleden bestaande uit gederfde omzet en winst, terwijl personeelskosten, materiaalkosten en overhead doorliepen. [eiseres] heeft uiteindelijk de omvang van de schade berekend door aansluiting te zoeken bij de staffel van artikel 10 van de algemene voorwaarden die van toepassing is als de overeenkomst wordt opgezegd, ondanks dat daar in dit geval geen sprake van is. Zij meent dat dit in het voordeel van [gedaagde] is, omdat vaststelling van de hoogte van het schadebedrag aan de hand van de staffel lager zou uitvallen, dan wanneer zij haar werkelijke schade conform artikel 4.6 van de algemene bepalingen zou vorderen.
[gedaagde] betwist dat [eiseres] schade heeft geleden door de verplaatsingen van de verhuizing. [eiseres] heeft dat volgens [gedaagde] onvoldoende onderbouwd.
Nog afgezien van de vraag wat onder noodzakelijke kosten en nadelen moet worden verstaan, is de kantonrechter het met [eiseres] eens dat [eiseres] onvoldoende concreet heeft gemaakt schade te hebben. [eiseres] stelt dat door de verplaatsingen een groot, niet te vullen gat is ontstaan in de planning, waardoor zij is geconfronteerd met aanzienlijk capaciteitsverlies en daaruit voortvloeiende winstderving. Dit kan echter niet worden vastgesteld. Nergens uit volgt dat zij winstderving heeft gehad in de vorm van opdrachten die zij heeft afgewezen voor de data waarop uiteindelijk de verhuizing heeft plaatsgevonden. Evenmin heeft [eiseres] onderbouwd dat zij kosten had, omdat personeel dat stond ingepland op de initiële verhuizingen in mei en juni op die data niet elders heeft kunnen inzetten nadat duidelijk werd dat de verhuizing naar eind augustus/begin september werd verplaatst. Bij haar conclusie van repliek zit een planning, maar deze dient niet ter onderbouwing van haar stelling. Zij verwijst in het lijf van haar conclusie hier niet naar en licht de planning evenmin toe. Het is niet aan de kantonrechter om in de producties naar de onderbouwing van stellingen van een partij te moeten zoeken. [eiseres] kan dus geen schade vorderen op grond van artikel 4.6 van de algemene voorwaarden. Zij kan dit evenmin op grond van artikel 10 van de algemene voorwaarden, omdat geen sprake is van opzegging van de overeenkomst. De verhuizing heeft immers plaatsgevonden en [gedaagde] heeft de kosten hiervan aan [eiseres] betaald. De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] dan ook afwijzen.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.008,00
4. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. A.A.T. Werner op 20 mei 2026.
69134