ECLI:NL:RBMNE:2026:298

ECLI:NL:RBMNE:2026:298

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer UTR 25/2642
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Aanmeldtermijn voor compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank vindt dat ook omstandigheden die maken dat iemand niet wist en in alle redelijkheid niet kon weten wanneer de aanmelddeadline zou zijn verstreken, moet worden betrokken bij de beoordeling of de hardheidsclausule moet worden toegepast. Dienst Toeslagen heeft niet aannemelijk gemaakt dat eiseres (en andere ouders) in Suriname, zijn bereikt met de algemene informatievoorziening. Ook heeft Dienst Toeslagen niet kunnen uitleggen hoe de selectie is gemaakt voor het wel of niet sturen van brieven over de hersteloperatie naar potentieel gedupeerde ouders in het buitenland. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en Dienst Toeslagen moet een nieuw besluit nemen. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

[eiseres] , uit Paramaribo, eiseres

(gemachtigde: mr. R. Jethoe),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Waar gaat deze zaak over?

Eiseres heeft zich op 1 augustus 2024 telefonisch bij Dienst Toeslagen aangemeld voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Dienst Toeslagen heeft op 29 augustus 2024 besloten de aanvraag van eiseres niet in behandeling te nemen omdat het te laat is ingediend. Met het bestreden besluit van 11 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij zijn standpunt gebleven.

Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Bestreden besluitvorming

1. Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiseres van 1 augustus 2024 voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag niet in behandeling genomen omdat de aanvraag te laat is ingediend. In het bestreden besluit heeft Dienst Toeslagen toegelicht dat het voor eiseres mogelijk was om zichzelf tot en met 2 januari 2024 aan te melden voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Alleen in bijzondere gevallen kan van die datum worden afgeweken. Daar is nu volgens Dienst Toeslagen geen sprake van.

2. Eiseres heeft - kort samengevat - aangevoerd dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Zij doet daarmee een beroep op toepassing van de hardheidsclausule. In dit verband verwijst eiseres naar de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2025.

Toetsingskader

3. Volgens artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) moet een aanvraag voor compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht voor 1 januari 2024 zijn ingediend. De hardheidsclausule zoals weergegeven in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht maakt het mogelijk om van de in artikel 6.1, eerste lid, van de Wht gestelde termijn af te wijken. Er moet dan sprake zijn van een bijzondere situatie die niet is te voorzien en waarin toepassing van artikel 6.1 van de Wht leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar aanvraag te laat heeft ingediend. Dat staat tussen partijen ook niet ter discussie. Ter beoordeling staat of de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule had moeten toepassen. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen in haar uitspraak van 12 februari 2025, kan de hardheidsclausule alleen worden toegepast in bijzondere situaties, waarbij toepassing van de bepaling zelf gelet op de ratio ervan onbillijk uitpakt of wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden waardoor toepassing van de wettelijke bepaling achterwege moet blijven. De rechtbank is van oordeel dat bij deze beoordeling ook betrokken moet worden de omstandigheid dat iemand niet wist of in alle redelijkheid niet kon weten dat de aanmeldtermijn voor de compensatie op 1 januari 2024 afliep. Ook zonder dat dit samengaat met schrijnende omstandigheden, kan dit namelijk leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen onvoldoende heeft gemotiveerd dat de hardheidsclausule niet toegepast kan worden in de situatie van eiseres. Dienst Toeslagen heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres, wonende in Suriname, op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de aanmeldtermijn voor compensatie. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

6. Eiseres heeft gesteld dat Dienst Toeslagen haar en andere gedupeerde ouders in Suriname onvoldoende op de hoogte heeft gebracht over de aanmeldtermijn van de toeslagenaffaire.

7. In reactie hierop heeft Dienst Toeslagen toegelicht dat het zich heeft ingezet om via allerlei kanalen (social media, het nieuws en spotjes op tv) alle gedupeerden van de toeslagenaffaire op de hoogte te stellen van de hersteloperatie. Ook was er een speciale website voor ouders die in het buitenland wonen. De mogelijkheid tot aanmelden is meer dan drie jaar lang op verschillende manieren onder de aandacht gebracht bij ouders.

8. Met de toelichting van Dienst Toeslagen is niet aannemelijk gemaakt dat ook gedupeerde ouders die zijn verhuisd naar Suriname via die kanalen zijn bereikt. Aangezien bekend mag worden verondersteld dat een grote groep gedupeerde ouders uit Suriname komt, en dat een deel van deze ouders terug is verhuisd naar Suriname, had het op de weg van Dienst Toeslagen gelegen om deze groep bijzondere aandacht te geven. De omstandigheid dat er ook een website was in de Engelse taal, is daarvoor onvoldoende. Niet is gebleken dat Dienst Toeslagen aan informatievoorziening in Suriname heeft gedaan. Voor zover Dienst Toeslagen dat wel heeft gedaan, is dat niet inzichtelijk geworden.

9. Verder heeft eiseres aangevoerd dat Dienst Toeslagen zelf heeft aangegeven dat er brieven zijn gestuurd naar ouders die in het buitenland wonen, die (mogelijk) gedupeerd zijn. Uit de memorie van toelichting bij de Wht volgt ook dat ouders in het buitenland actief moeten worden geïnformeerd. Dienst Toeslagen heeft geen brief naar eiseres gestuurd. Ter zitting heeft Dienst Toeslagen niet kunnen toelichten waarom aan eiseres geen brief is gestuurd en hoe de selectie is gemaakt aan welke ouders wel brieven zijn gestuurd en aan welke ouders niet. Dienst Toeslagen heeft dus ook eiseres zelf niet op de hoogte gebracht van de aanmeldtermijn voor compensatie.

10. De rechtbank vindt dat eiseres met haar gronden aannemelijk geeft gemaakt dat zij niet wist en in redelijkheid niet kon weten dat de aanmeldtermijn voor compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen op 1 januari 2024 afliep. Daarbij is ook van belang dat eiseres zich, zodra zij op de hoogte was van de hersteloperatie, heeft gemeld bij Dienst Toeslagen.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of een mogelijkheid om zelf een beslissing over de aanvraag van eiseres te nemen. Dit omdat Dienst Toeslagen bij de toepassing van de hardheidsclausule beoordelingsvrijheid heeft. De rechtbank bepaalt dat Dienst Toeslagen een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft Dienst Toeslagen hiervoor zes weken.

12. Omdat het beroep gegrond is moet Dienst Toeslagen het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.

Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 11 maart 2025;

- draagt Dienst Toeslagen op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?