ECLI:NL:RBMNE:2026:3010

ECLI:NL:RBMNE:2026:3010

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer UTR 25/71
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Parkeerbelasting. Mondelinge uitspraak. Gelet op de omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat eiseres alles dat redelijkerwijs in haar macht lag heeft gedaan om de parkeerbelasting te voldoen. De rechtbank acht coulance noodzakelijk en zal de naheffingsaanslag vernietigen. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/71

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft op 14 augustus 2024 aan de man van eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.

De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 21 november 2024 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. Eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffing parkeerbelasting en

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

2. Het voertuig met het kenteken [kenteken] stond op 19 juli 2024 om 10:09 uur geparkeerd in de Rijnlaan in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag opgelegd.

3. Eiseres voert aan dat zij er alles aan heeft gedaan om op 19 juli 2024 aan de parkeerbelasting te voldoen. Eiseres is een vrouw van 70 jaar die zelden met de auto rijdt en wanneer ze dat wel doet, bereidt ze zich goed voor. Voorafgaand aan haar autorit had eiseres opgezocht in welke zone ze moest parkeren en welke tarieven daar gelden. Toen zij op

19 juli 2024 de Rijnlaan inreed, zag ze geen parkeerautomaat. Na het parkeren van haar auto zag ze wel een aanwijsbord naar een parkeerautomaat. Eiseres heeft de aangegeven richting gevolgd en is de hele Rijnlaan uitgelopen. Ze is echter geen enkele parkeerautomaat tegengekomen en ook geen bord dat een andere richting aangaf. Eiseres heeft toen in haar auto een briefje gelegd met daarop de tekst: “Sorry, ik kon de betaalautomaat niet vinden”. Toen eiseres op 19 augustus 2024 opnieuw op de Rijnlaan moest zijn heeft zij ook geen parkeerautomaat gezien. Zij heeft toen de parkeerbelasting voldaan aan de hand van het rekeningnummer en het klantnummer dat zij op de eerder ontvangen aanslag had gevonden.

4. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Op de bestuurder van een auto rust een onderzoeksplicht om zichzelf op de hoogte te stellen waar betaald kan worden voor het parkeren. Hoewel eiseres in dit geval onderzoek heeft gedaan, schiet dit onderzoek volgens de heffingsambtenaar (helaas) tekort. In de Rijnlaan staat namelijk wel een parkeerautomaat, ter hoogte van huisnummer [nummer] . Ook heeft de heffingsambtenaar gewezen op het feit dat parkeerbelasting een objectieve belasting betreft, waarin slechts in zeer uitzonderlijke gevallen een uitzondering kan worden gemaakt.

5. De rechtbank kan de heffingsambtenaar volgen in zijn standpunt dat op eiseres een onderzoeksplicht rust om zich op de hoogte te stellen van het geldende parkeerregime. De rechtbank is echter van oordeel dat eiseres redelijkerwijs aan de op haar rustende onderzoeksplicht heeft voldaan. Door de heffingsambtenaar is niet betwist dat eiseres zich uitermate goed heeft voorbereid op haar parkeeractie en ter plekke alles in haar vermogen heeft gedaan om aan de parkeerbelasting te voldoen. Tijdens de zitting heeft eiseres verklaard dat zij op 19 juli 2024 een afspraak had bij een gezondheidscentrum aan de Rijnlaan vanwege haar heupklachten. Door deze klachten kon eiseres niet goed lopen. Desondanks is zij de gehele Rijnlaan uitgelopen om een parkeerautomaat te zoeken. Toen zij bij terugkomst de enige parkeerautomaat ten hoogte van huisnummer [nummer] , die zich - zoals later is gebleken - aan de overkant van de straat bevond, niet was tegengekomen, heeft zij een briefje in haar auto achtergelaten. Voorafgaand aan haar parkeeractie heeft eiseres opgezocht in welke zone zij moest parkeren en wat de geldende tarieven waren. Ook heeft eiseres specifiek voor deze parkeeractie ingesteld dat zij contactloos kon betalen met haar betaalpas. Gelet op deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat eiseres alles dat redelijkerwijs in haar macht lag heeft gedaan om de parkeerbelasting te voldoen. Gelet daarop acht de rechtbank coulance noodzakelijk en zal de rechtbank de naheffingsaanslag vernietigen.

6. De rechtbank is zich ervan bewust dat deze uitspraak afwijkt van de huidige stand van zaken van de jurisprudentie en dat indien door heffingsambtenaar hoger beroep tegen deze uitspraak wordt ingesteld, de kans aanwezig is dat deze uitspraak niet wordt bevestigd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. Gelet op het voorgaande wordt ook de naheffingsaanslag parkeerbelasting vernietigd. Verweerder dient het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.

8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/1274 Sdu Nieuws Belastingzaken 2026/745 V-N 2026/32.28.72 Belastingblad 2026/311 met annotatie van L.J. Boone, Redactie
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand