ECLI:NL:RBMNE:2026:3035

ECLI:NL:RBMNE:2026:3035

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 599053 FTRK 25/863
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Insolventie, Wsnp, ook verzocht om eerdere ingangsdatum, opdracht voor bewindvoerder om uit te zoeken of er maximaal is afgedragen, onduidelijk of inwonende meerderjarige dochter kostgeld diende te betalen, opgenomen diende te worden in het vtlb, en of dit de afloscapaciteit zou verhogen, verzoeken toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Team Insolventie

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 599053 FTRK 25/863

Uitspraakdatum: 24 april 2026

Vonnis op grond van artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet

( “toepassing schuldsanering”)

[betrokkene] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [woonplaats] ,

hierna te noemen: [betrokkene] .

Waar deze zaak over gaat

[betrokkene] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [betrokkene] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Daarnaast verzoekt [betrokkene] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 27 februari 2025.

De verzoeken worden (gedeeltelijk) toegewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

[betrokkene] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 9 april 2026. Op de zitting zijn verschenen:

[betrokkene] ;

[A.] , schuldhulpverleenster, namens Stadsring;

[B.] , beschermingsbewindvoerder, namens ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.

2. De beoordeling

Toelating

[betrokkene] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [betrokkene] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

[betrokkene] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Duur

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp regeling ex. artikel 349a Fw vast op 18 maanden.

Ingangsdatum

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op haar schulden en dat zij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.

[betrokkene] heeft de rechtbank verzocht om 27 februari 2025 te hanteren als eerdere ingangsdatum, omdat [betrokkene] op die datum de schuldovereenkomst heeft getekend met de schuldhulpverlening. Uit de stukken komt naar voren dat [betrokkene] op 1 maart 2025 is begonnen met sparen voor haar schuldeisers en in dertien maanden in totaal € 329,99 aan aflossing heeft gespaard. Daar komt nog een inleg van € 3.776,59 aan bovenmatig banksaldo bovenop.

Tijdens de zitting heeft de rechtbank vragen gesteld over de berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb). Op zitting heeft [betrokkene] aangegeven dat de meerderjarige inwonende dochter die van een uitkering leeft af en toe de boodschappen doet. In de vtlb-berekening is de meerderjarige, inwonende dochter van [betrokkene] niet meegenomen. Volgens de schuldhulpverleenster hoeft de dochter van [betrokkene] , alsmede eventuele bijdragen aan het wonen/huishouden, niet betrokken te worden bij de berekening van het vtlb van [betrokkene] omdat er bij haar geen sprake is van gederfde woontoeslag. De schuldhulpverleenster baseert dit op de instructie uit het vtlb-rapport onder 6.1.1. De rechtbank volgt deze argumentatie niet en is van oordeel dat in het onderhavige geval, ook wanneer geen sprake is van gederfde woontoeslag, de evenredige bijdrage van dochter aan de netto-woonlasten betrokken dient te worden bij de berekening van het vtlb. De rechtbank overweegt voorts dat nu die berekening niet is gemaakt en onbekend is wat het inkomen en de bijdrage van dochter in de afgelopen 13 maanden is geweest, het voor de rechtbank onduidelijk blijft is of dit voor [betrokkene] vanaf 1 maart 2025 - de verzochte ingangsdatum – tot een hogere maximale afdracht had moeten leiden. De rechtbank kan daarom niet met volstrekte zekerheid vaststellen dat op basis van een maximale afdracht van 13 maanden, een eerdere ingangsdatum gerechtvaardigd is.

De rechtbank zal vooralsnog in het voordeel van [betrokkene] ervan uitgaan dat zij tijdens het minnelijk traject dertien maanden maximaal heeft gespaard voor haar schuldeisers. De rechtbank bepaalt daarom bij dit vonnis een eerdere ingangsdatum vanaf het moment van de eerste aflossing, d.d. 1 maart 2025. Het definitieve oordeel over de nakoming van de verplichtingen in het minnelijk traject voorafgaand aan het Wsnp-traject, op basis van het onderzoek en de bevindingen van de bewindvoerder, laat de rechtbank aan de rechter-commissaris. De uitkomst van die beoordeling kan aanleiding zijn voor de rechter-commissaris of de rechtbank om de looptijd van de schuldsaneringsregeling (alsnog) te verlengen.

3. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

- benoemt tot rechter-commissaris mr. R.W.J. van Veen,

en tot bewindvoerder C.P.M. van der Helm,

Postbus 233,

3830 AE Leusden;

- stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden, te rekenen vanaf 1 maart 2025;

- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.E. Bernini, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.M.E. Bernini

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand