RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4619
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)
Procesverloop
De heffingsambtenaar heeft op 5 juli 2023 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 8 september 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiseres is niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden.
Overwegingen
2. Het voertuig van eiseres met het kenteken [kenteken] stond op 23 juni 2023 om 07:18 uur geparkeerd in de [straat 1] in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
3. In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.
4. Eiseres voert aan dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte is opgelegd. Eiseres beschikt namelijk over een parkeervergunning. In de uitspraak op bezwaar staat dat eiseres haar auto ter hoogte het adres [straat 1] [nummeraanduiding 3] heeft geparkeerd. Dit is echter niet het geval, zo stelt eiseres. Eiseres heeft nog nooit haar auto daar geparkeerd. Zij parkeert de auto altijd ter hoogte van [straat 1] [nummeraanduiding 1] of [straat 1] [nummeraanduiding 2] .
5. De heffingsambtenaar volgt eiseres is haar stelling dat in de uitspraak op bezwaar ten onrechte is opgenomen dat eiseres haar auto aan de [straat 1] [nummeraanduiding 3] heeft geparkeerd. Eiseres heeft volgens de heffingsambtenaar geparkeerd bij [straat 1] [nummeraanduiding 2] . Dit heeft echter volgens de heffingsambtenaar niet tot gevolg dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Eiseres beschikt over een bewonersvergunning voor rayon 16.400. Volgens het brondocument heeft eiseres op 23 juni 2023 geparkeerd in rayon 16.700, Rivierenwijk Zuid. Met de parkeervergunning mag de auto van eiseres in de [straat 1] worden geparkeerd op de parkeerplaatsen tussen de [straat 2] en de [straat 3] , tussen huisnummers [nummeraanduiding 4] tot en met [nummeraanduiding 5] en [nummeraanduiding 6] tot en met [nummeraanduiding 7] . Hieruit blijkt dat de parkeervergunning van eiseres niet geldt voor parkeren ter hoogte van [straat 1] [nummeraanduiding 2] . De heffingsambtenaar stelt voor om de griffierechten te vergoeden, omdat het voorstelbaar is dat eiseres vanwege de foutieve vermelding van het parkeren aan de [straat 1] [nummeraanduiding 3] in de uitspraak op bezwaar beroep heeft ingesteld.
6. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht heeft opgelegd. Uit de door de heffingsambtenaar overgelegde foto’s uit het brondocument blijkt dat eiseres heeft geparkeerd op een parkeerplaats, ter hoogte van [straat 1] [nummeraanduiding 2] , waar de parkeervergunning van eiseres niet geldig is. Het beroep is daarom ongegrond. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht van eiseres vergoeden, omdat in de uitspraak op bezwaar abusievelijk is opgenomen dat eiseres stond geparkeerd ter hoogte van [straat 1] [nummeraanduiding 3] .
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt wel het griffierecht van € 50,- terug.
8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.