ECLI:NL:RBMNE:2026:3083

ECLI:NL:RBMNE:2026:3083

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 07-06-2026
Zaaknummer 12048881 \ MC EXPL 26-106
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

betaling zorgkostennota

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12048881 \ MC EXPL 26-106

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

INFOMEDICS B.V., als rechtsopvolger van DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP INFOMEDICS FACTORING B.V., mede handelend onder de namen INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere,

eisende partij,

hierna te noemen: Infomedics,

gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Infomedics heeft [gedaagde] op 19 januari 2026 gedagvaard voor de kantonrechter. Daarbij heeft Infomedics twee producties meegestuurd. [gedaagde] heeft mondeling op de dagvaarding geantwoord. Daarna is nog een schriftelijke ronde geweest, waarbij Infomedics op het antwoord van [gedaagde] heeft gereageerd (repliek) en [gedaagde] daar weer op heeft gereageerd (dupliek).

De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2. Kern van de zaak

Deze zaak gaat over een onbetaalde zorgkostennota. Het gaat om de nota die Infomedics op 31 maart 2025 aan [gedaagde] heeft gestuurd. Volgens de nota is [gedaagde] op 27 maart 2025 bij [tandarts] . (hierna: de tandarts) geweest voor een tandheelkundige behandeling. De kosten voor de tandheelkundige behandeling inclusief materiaalkosten waren € 189,66. Infomedics heeft de vordering op [gedaagde] – door cessie daarvan – van de tandarts overgenomen. Een deel van de nota is betaald. Infomedics wil dat [gedaagde] het restant van de nota van € 160,80 alsnog betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] erkent de hoofdsom, maar heeft de bijkomende kosten (de rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten) betwist.

De kantonrechter geeft Infomedics gelijk. [gedaagde] moet, naast de hoofdsom, ook de bijkomende kosten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3. De beoordeling

De hoofdsom

[gedaagde] heeft op 27 maart 2025 bij de tandarts een tandheelkundige behandeling ondergaan. Infomedics heeft daarvoor € 189,66 bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft € 28,86 betaald. Er staat dan nog € 160,80 (= € 189,66 -/- € 28,86) open. [gedaagde] heeft niet weersproken dat zij dit moet betalen. De gevorderde hoofdsom van € 160,80 is dan ook toewijsbaar.

De bijkomende kosten (rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten

[gedaagde] is het om verschillende redenen niet eens met de bijkomende kosten. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. Hierna wordt uitgelegd waarom.

De betalingsregelingen waren al komen te vervallen

[gedaagde] heeft in 2025 twee tandartsafspraken gehad. Infomedics heeft [gedaagde] op 31 maart 2025 een nota gezonden en op 30 april 2025 en 16 mei 2025 nog twee herinneringen. Omdat een reactie van [gedaagde] uitbleef, heeft Infomedics de vordering ter incasso uit handen gegeven aan Incassobureau CMIB (hierna: CMIB). CMIB heeft [gedaagde] op 13 juni 2025 een aanmaning gestuurd. [gedaagde] heeft toen op 20 juni 2025 contact met CMIB opgenomen en is een betalingsregeling afgesproken van € 28,86 per maand, die ingaat op 17 juli 2025. [gedaagde] heeft na de eerste termijnbetaling niets meer betaald, zodat de betalingsregeling is komen te vervallen. CMIB heeft [gedaagde] op 29 augustus 2025 weer een aanmaning gestuurd. Hierop heeft [gedaagde] op 5 september 2025 contact met CMIB opgenomen voor een nieuwe betalingsregeling. Deze nieuwe betalingsregeling is overeengekomen en hield in dat [gedaagde] met ingang van 1 oktober 2025 maandelijks een bedrag van € 29,12 zou aflossen. [gedaagde] heeft de eerste termijnbetaling niet betaald, waardoor ook de nieuwe betalingsregeling is komen te vervallen. Deze gang van zaken volgt uit producties 4 en 5 van Infomedics. [gedaagde] heeft deze gang van zaken in haar dupliek niet meer weersproken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat de gang van zaken zoals door Infomedics is geschetst en onderbouwd, klopt. Op het moment van dagvaarden was er geen lopende betalingsregeling meer. Infomedics mocht [gedaagde] dus dagvaarden.

[gedaagde] was op de hoogte van de vordering van Infomedics

Infomedics heeft kopieën overgelegd van de aan [gedaagde] verzonden factuur (1x), de betalingsherinneringen (2x), aanmaningen (4x) en de bevestiging van betalingsregelingen (2x) over de periode van 31 maart 2025 tot en met 14 november 2025. Alle correspondentie is naar het bij Infomedics bekende e-mailadres van [gedaagde] gestuurd en/of naar haar woonadres aan de [adres] in [woonplaats] . Op dat adres is ook de dagvaarding betekend, die [gedaagde] wel heeft bereikt. Niet is gesteld of gebleken dat het gebruikte e-mail- en/of woonadres niet juist zijn of niet aan [gedaagde] toebehoren. Bovendien heeft [gedaagde] erkend dat zij rekeningen en een aanmaning van Infomedics in de spamfolder van haar

e-mailaccount heeft ontvangen. Verder staat vast dat [gedaagde] in ieder geval ook de aanmaningen van 13 juni 2025 en 29 augustus 2025 heeft ontvangen. Op die aanmaningen heeft [gedaagde] gereageerd door contact met CMIB op te nemen voor het treffen van een betalingsregeling. [gedaagde] was dus, anders dan zij lijkt te stellen, bekend met de vordering van Infomedics en met de gevolgen van het niet tijdig betalen van de vordering, namelijk dat [gedaagde] in rechte zou worden betrokken met alle bijkomende kosten tot gevolg.

De gestelde persoonlijke omstandigheden

De gestelde persoonlijke omstandigheden, waarin [gedaagde] zich heeft bevonden en/of bevindt, zijn geen grond om de bijkomende kosten af te wijzen of te matigen. Deze liggen, hoe vervelend ook, geheel in de risicosfeer van [gedaagde] . Daar komt bij dat [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure tot twee keer toe de gelegenheid heeft gehad om de nota in termijnen te betalen. [gedaagde] heeft deze mogelijkheden onvoldoende benut waardoor Infomedics uiteindelijk genoodzaakt was een rechtszaak tegen [gedaagde] te beginnen, met alle bijkomende kosten tot gevolg.

Wettelijke rente

[gedaagde] is te laat met het betalen van het restant van de nota. Daarom moet [gedaagde] de wettelijke rente over het restant van de nota betalen. De gevorderde wettelijke rente tot 25 november 2025 van € 5,52 wordt toegewezen, net als de gevorderde rente vanaf 25 november 2025 tot volledige betaling.

Buitengerechtelijke incassokosten

Infomedics maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Infomedics heeft aan [gedaagde] op 30 april 2025 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt toegewezen.

De proceskosten en de wettelijke rente daarover

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

86,00

(2 punten × € 43,00)

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

367,28

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics tegen bewijs van kwijting te betalen € 206,32, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 160,80 vanaf 25 november 2025 tot de voldoening,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 367,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

HHt/37278

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand