ECLI:NL:RBMNE:2026:3105

ECLI:NL:RBMNE:2026:3105

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 25/6427
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Op grond van artikel 7:11 van de Awb had het college bij het herroepen van het primaire besluit (waarmee het handhavingsverzoek van eiseres werd afgewezen), daar direct een nieuw besluit voor in de plaats moeten nemen. De rechtbank is dus van oordeel dat het college bij het bestreden besluit ten onrechte heeft volstaan met een aankondiging van het opstarten van een handhavingstraject. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

Uitspraak

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder,

(gemachtigde: C. Rietveld).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van het college van 1 oktober 2025 op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres was samen met haar partner ( [A] ) daarbij aanwezig. Namens het college is haar gemachtigde verschenen. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank:

Inleiding

1. Bij besluit van 14 april 2025 (het primaire besluit) heeft het college het verzoek van eiseres om handhavend op te treden afgewezen. Eiseres heeft tegen de volgende overtredingen een handhavingsverzoek ingediend:

2. Bij besluit van 28 april 2025 heeft verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 toegekend wegens niet tijdig beslissen.

3. Bij besluit van 1 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Het college heeft daarbij het besluit van 14 april 2025 herroepen en aangegeven dat een handhavingstraject is opgestart en een waarschuwing is gestuurd.

4. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

5. Eiseres voert primair aan dat er geen sprake is van een besluit op haar aanvraag. Subsidiair stelt zij dat er niet volledig op haar aanvraag is beslist, want het college is niet ingegaan op de overtredingen waarvan eiseres om handhaving heeft verzocht. Op de zitting heeft eiseres verder aangevoerd dat als de rechtbank zou oordelen dat met het primaire besluit wel op haar aanvraag is beslist, dit besluit het verbeuren van de dwangsom wegens niet tijdig beslissen niet heeft gestuit. Dit omdat niet volledig op haar aanvraag is beslist. Dit maakt volgens eiseres ook dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en om die reden vernietigt moet worden.

6. Het college stelt zich op het standpunt dat er met het primaire besluit wel op de aanvraag van eiseres is beslist en daarmee wel degelijk het verbeuren van de dwangsom is gestuit. Daarbij heeft het college erkend dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. Het college heeft kenbaar gemaakt bereid te zijn om het gebrek herstellen.

7. De rechtbank is van oordeel dat met het primaire besluit van 14 april 2025 wel een besluit is genomen op de aanvraag van eiseres waardoor het verbeuren van de dwangsom is gestuit. Het college heeft de hoogte van de dwangsom terecht vastgesteld op € 777,-.

8. Ten aanzien van het bestreden besluit is de rechtbank van oordeel dat het in strijd is genomen met artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ter zitting heeft het college verklaard dat er geen op schrift vastgelegde handhavingsstrategie is. In ieder geval bestaat er geen duidelijk stappenplan, waarin als vaste gedragslijn is opgenomen dat een handhavingstraject altijd wordt opgestart met een waarschuwingsbrief. Gelet op vaste rechtspraak had vanwege het ontbreken daarvan in dit geval niet eerst een waarschuwingsbrief gestuurd mogen worden. Op grond van artikel 7:11 van de Awb had het college bij het herroepen van het primaire besluit (waarmee het handhavingsverzoek van eiseres werd afgewezen), daar direct een nieuw besluit voor in de plaats moeten nemen. De rechtbank is dus van oordeel dat het college bij het bestreden besluit ten onrechte heeft volstaan met een aankondiging van het opstarten van een handhavingstraject. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking. Het college zal worden opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van het vorenstaande. Bij het nemen van een besluit over het handhavingsverzoek van eiseres zal het college ook een standpunt moeten innemen over de vraag in hoeverre de opslag van statiegeldflessen, bierfusten, frituurvet en stoelen een overtreding zijn en ook daartegen moet worden opgetreden. Voor zover het handhavingsverzoek zich richt op de overtreding van de Afvalstoffenverordening, geeft de rechtbank het college de suggestie mee om hierover in een apart besluit een standpunt in te nemen vanwege de omstandigheid dat tegen handhavingsbesluiten over die verordening rechtstreeks in eerste en enige aanleg beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

9. Het beroep is gegrond. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen (https://mijn.rechtspraak.nl/keuze)” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand