Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 607306 HA RK 26-25
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
19 maart 2026
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
Op 27 februari 2026 heeft de wrakingskamer beslist op het wrakingsverzoek van [verzoeker] (hierna: de beslissing).
Bij e-mail van 12 maart 2026 heeft de wrakingskamer [verzoeker] erop gewezen dat in de beslissing een verschrijving staat. Waar in de beslissing zaaknummer: “605611 HA RK 26-10” staat, moet dat zaaknummer: “607306 HA RK 26-25” zijn. [verzoeker] heeft de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over het voornemen van de wrakingskamer om tot ambtshalve verbetering van deze beslissing over te gaan.
[verzoeker] heeft op deze e-mail gereageerd per e-mails van 12 maart 2026 van 15:09 uur en 15:29 uur. Uit deze e-mails kan worden afgeleid dat [verzoeker] het niet eens is met de einduitspraak van de behandelend rechter in de hoofdzaak. Over bovengenoemd voornemen van de wrakingskamer heeft [verzoeker] zich niet uitgelaten.
2. De beoordeling
De wrakingskamer is van oordeel dat in de beslissing sprake is van een fout als bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die zich leent voor eenvoudig herstel. De wrakingskamer zal deze fout daarom verbeteren.
De wrakingskamer gaat niet in op de argumenten van [verzoeker] tegen de einduitspraak in de hoofdzaak. Als [verzoeker] het niet eens is met die uitspraak kan hij daartegen hoger beroep instellen.
3. De beslissing
De wrakingskamer
verbetert de beslissing van 27 februari 2026 in de zaak van [verzoeker] in die zin dat waar in de beslissing zaaknummer: “605611 HA RK 26-10” staat, dit wordt vervangen door zaaknummer: “607306 HA RK 26-25”,
bepaalt dat vorenstaande verbetering onder vermelding van de datum op de wijze als voorgeschreven in artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt aangetekend op de minuut van de op 27 februari 2026 gegeven beslissing,
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. M.S.T. Belt en
mr. B.F. Hammerle als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.