[eieres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.J. Weldam),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).
Inleiding
1. Met het besluit van 2 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv bepaald dat eiseres geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten (Wajong), omdat eiseres op haar 18de verjaardag arbeidsvermogen had.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
Eiseres is geboren op [1992] en is op [2010] , 18 jaar geworden.
Eerste aanvraag
Eiseres heeft op 12 januari 2015 voor het eerst een Wajong-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 27 augustus 2015 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat eiseres in de toekomst nog arbeidsmogelijkheden heeft. Daartegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 13 mei 2022 is het bezwaar ongegrond verklaard.
Tweede aanvraag
Op 21 mei 2024 heeft eiseres wederom een Wajong-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 2 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv ook de tweede Wajong-aanvraag afgewezen. Het Uwv baseert zich daarvoor op de conclusie van de verzekeringsarts dat er wel sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden, maar dat eiseres ook op basis van de nieuwe informatie op haar 18de verjaardag arbeidsvermogen had. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.
Met het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Beoordelingskader
2. Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, Wet Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
3. Ingevolge artikel 1a:1, vierde lid, Wet Wajong wordt onder ‘duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie’ verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
4. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft eiseres geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als zij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van één uur, of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is.
5. Het Uwv moet dus beoordelen of eiseres voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden. Is dat het geval, dan heeft eiseres geen arbeidsvermogen.
6. Het Uwv mag zijn besluiten omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Het is aan eiseres om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is.
Beoordeling door de rechtbank
7. Tussen partijen is in geschil of eiseres op haar 18de verjaardag, dan wel binnen vijf jaar daarna, beschikte over arbeidsvermogen.
Nieuwe medische feiten en/of omstandigheden
8. De primaire verzekeringsarts heeft haar bevindingen opgenomen in het medisch rapport van 27 augustus 2024. De primaire verzekeringsarts heeft eiseres gezien en onderzocht op het spreekuur van 5 augustus 2024. Ook heeft zij een uitgebreide anamnese en dagverhaal van eiseres gerapporteerd. Uit de anamnese en de aanwezige medische stukken blijkt dat eiseres een lang medisch verleden heeft. Vanaf jonge leeftijd heeft eiseres al klachten. Tijdens de eerste Wajong-beoordeling in 2015 was de onderliggende problematiek nog niet geheel duidelijk. In de jaren daarna is uitgebreide hulpverlening ingezet voor eiseres en daardoor is de ernst en aard van de problematiek duidelijker geworden. Eiseres is bekend met een persoonlijkheidsstoornis NAO, een persisterende depressieve stoornis, zwakbegaafdheid en sinds kort ook met PTSS. Bij de eerste Wajong-beoordeling in 2015 ging de verzekeringsarts uit van de diagnose depressie en angstklachten bij traumatische gebeurtenissen in het verleden en mogelijk actuele mishandeling. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat er sprake is van complexe persoonlijkheidsproblematiek met emotieregulatieproblemen, allesoverheersende minderwaardigheidsgevoelens en zelfdevaluerende gedachten, een sterke neiging om zich terug te trekken uit contact uit wantrouwen, schaamte en angst dat anderen haar misbruiken. Daarbij zijn er chronische angst- en stemmingsklachten en is er sprake van waarschijnlijk een laaggemiddelde verstandelijke beperking. De informatie over de persoonlijkheidsproblematiek was ten tijde van het eerste spreekuur niet beschikbaar. Na bestudering van de dossiergegevens en het spreekuurcontact, komt de verzekeringsarts tot de conclusie dat er nieuwe feiten en/of omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen op de eerdere Wajong-beoordeling.
Aaneengesloten ten minste één uur (C)/ ten minste vier uur per dag belastbaar (D)
9. Eiseres voert aan dat zij niet ten minste één uur aaneengesloten kan werken en ook niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Volgens eiseres heeft de verzekeringsarts ten onrechte geen beperkingen aangenomen waaruit blijkt dat eiseres niet in staat is om opdrachten uit te voeren en om afspraken met een werkgever na te komen. De verzekeringsarts legt echter aan de conclusies ten grondslag dat eiseres ondanks haar persoonlijkheidsproblematiek en psychische problematiek alleen woont en tot activiteiten komt, waarbij zij zeker een taak kan uitvoeren gedurende een uur zonder dat zij opnieuw geïnstrueerd dient te worden binnen dat uur. Ook is zij niet aangewezen op intensieve begeleiding voor het verkrijgen van dagstructuur en om haar te activeren. De verzekeringsarts heeft niet uiteengezet waaruit die taken bestaan en waarom – en op welke wijze – het uitvoeren van die taken redengevend zijn voor het aannemen van arbeidsvermogen. Daarbij gaat de verzekeringsarts er aan voorbij dat die taken zich voornamelijk afspelen in de eigen vertrouwde (woon)omgeving van eiseres en voornoemde beperkingen (niet nakomen afspraken en terugtrekken) zich met name en in ernstigere mate buitenshuis en/of buiten haar vertrouwde omgeving voordoen. Daarnaast betrekt de verzekeringsarts in haar oordeel dat eiseres zelf haar administratie zou doen. Dit is slechts ten dele waar, nu uit het dossier volgt dat zij hierbij hulp krijgt van het Buurtteam en het Buurtteam haar bijvoorbeeld ook heeft geholpen met het maken van bezwaar. Ook uit het zelfstandig doen van boodschappen kan volgens eiseres niet worden afgeleid dat zij vier uur per dag belastbaar is voor werk en in een werkomgeving voor de duur van tenminste een uur een taak kan uitvoeren. Immers deze boodschappen doet zij in de avonduren omdat het anders te druk is voor eiseres,
10. Nadat de primaire verzekeringsarts heeft vastgesteld dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden heeft zij vervolgens beoordeeld of eiseres ten tijde van haar 18de verjaardag nog arbeidsvermogen had. De primaire verzekeringsarts volgt de conclusie van de verzekeringsarts in 2015dat er destijds benutbare mogelijkheden waren, omdat zij vier uur per dag belastbaar is en dat zij één uur aaneengesloten zelfstandig kan werken. Eiseres voldoet namelijk niet aan één van de uitzonderingscategorieën van het schattingsbesluit voor geen benutbare mogelijkheden. Er zijn geen aanwijzingen dat eiseres niet ten minste vier uur per dag en één uur aaneengesloten zou kunnen werken. Zij woont zelfstandig en heeft altijd zelfstandig de dagelijkse routinehandelingen verricht. Inmiddels krijgt zij hulp van haar zus vanwege de fysieke beperkingen en toegenomen beperkingen in het algemeen. Dit hangt echter samen met de auto-ongelukken die eiseres in 2022 heeft gehad.
11. In het kader van herbeoordeling heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar bevindingen gerapporteerd in het rapport van 4 september 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossierstudie verricht en eiseres gezien tijdens de hoorzitting via Teams. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat de primaire verzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de ernst van de eerder geduide beperkingen forser zijn dan in 2015 zijn aangegeven, nu meer inzicht is gekomen in de persoonlijkheidsproblematiek en in de aard en ernst van de psychische problematiek van eiseres. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat desondanks niet gesteld kan worden dat eiseres niet vier uur per dag belastbaar te achten is, noch dat ze niet gedurende ten minste één uur aaneengesloten kan werken. Immers, eiseres woont ondanks haar persoonlijkheidsproblematiek en psychische problematiek alleen en komt tot activiteiten, waarbij ze zeker een taak kan uitvoeren gedurende een uur zonder dat zij opnieuw geïnstrueerd dient te worden binnen dat uur, terwijl ze niet aangewezen is op intensieve begeleiding voor het verkrijgen van een dagstructuur en om haar te activeren. Zo doet zij zelf haar administratie en doet zij bijvoorbeeld, ook al doet ze dat in de avonduren wanneer het niet zo druk is in de supermarkt, zelfstandig haar boodschappen. Onder meer het bellen naar de medewerker bezwaar om de hoorzitting een uur te verschuiven getuigt er tevens van dat eiseres zelf initiatief kan nemen ook op sociaal vlak.
12. De rechtbank is van oordeel dat beide verzekeringsartsen voldoende inzichtelijk hebben gemaakt dat eiseres benutbare mogelijkheden heeft en welke beperkingen bij haar aanwezig zijn. Volgens beide verzekeringsartsen is eiseres, gelet op de activiteiten die zij in de thuissituatie en daarbuiten onderneemt, in staat om met haar beperkingen ten minste één uur aaneengesloten met een taak bezig te zijn en ten minste vier uur per dag belastbaar te zijn. De verzekeringsartsen hebben daarbij betrokken dat eiseres zelfstandig woont, zelf boodschappen doet en indien nodig initiatief kan nemen. De verzekeringsartsen ontkennen niet dat eiseres begeleiding nodig heeft met het uitvoeren van bepaalde taken, echter stellen zij vast dat – gezien het dagverhaal van eiseres – er ook taken zijn die eiseres wél zelfstandig kan verrichten. Eiseres onderbouwt haar standpunt verder niet met nieuwe medische informatie. Dat eiseres zich niet in staat acht tot functioneren en dat zij het niet eens is met de vastgestelde beperkingen, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de medische beoordeling onjuist is. Het is immers juist de specifieke deskundigheid van de verzekeringsartsen om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen. Aan hoe eiseres zelf haar klachten en haar beperkingen ervaart, kan in de systematiek van de beoordeling van de arbeidsparticipatiemogelijkheden, geen doorslaggevende betekenis toekomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie (A) / basale werknemersvaardigheden (B)
13. Eiseres is verder van mening dat de arbeidsdeskundige ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt. Eiseres kan namelijk niet in staat worden geacht om afspraken met werkgever na te komen. Daarbij overweegt de arbeidsdeskundige dat eiseres bij de gekozen taak in de nabijheid van collega’s zal werken, terwijl uit de rapporten nu juist blijkt dat eiseres niet alleen angst heeft voor mensen 1 op 1, maar ook angstig is om met anderen samen te zijn. Het dossier laat zien dat eiseres niet in staat is om structureel tijdig te verschijnen op werk. Volgens eiseres heeft de arbeidskundige dit ten onrechte niet aangemerkt als knelpunt voor het functioneren in het werk en werkomgeving. De arbeidsdeskundige heeft daardoor in zijn rapport ook geen oplossingen (voorwaarden) aangereikt waardoor eiseres toch zou kunnen functioneren in een werkomgeving en tijdens de gekozen taak.
14. De arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 30 september 2024 toegelicht dat eiseres taken kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie en beschikt over basale werknemersvaardigheden. De arbeidsdeskundige heeft geconcludeerd dat eiseres de taak “Plaatsen van onderdelen op printplaat (nummer 1701)” kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Eiseres kan dit werk solistisch uitvoeren en er is geen sprake van contact met anderen. Op de werkvloer kan de benodigde begeleiding worden geboden.
Ten aanzien van de basale werknemersvaardigheden heeft de arbeidsdeskundige toegelicht dat een werknemer hierover beschikt indien deze:
1) in staat is om instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren en
2) in staat is om gemaakte afspraken met werkgever na te komen.
Ondanks de beperkingen van eiseres op het gebied van het ontwikkelen van vaardigheden en het zelfstandig uitvoeren van een enkelvoudige taak, acht de arbeidsdeskundige eisers wel in staat om de instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren. Als het voorgestructureerd werk betreft waarbij eiseres de juiste functionele begeleiding krijgt en de tijd krijgt om een taak aan te leren, zal zij in staat zijn om deze uit te voeren. De arbeidskundige acht haar ook in staat tot het nakomen van afspraken, indien zij de juiste begeleiding krijgt op de werkvloer, met een begripvolle omgeving en indien het solistisch werk betreft in een vaste en veilige omgeving.
15. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 9 september 2025 toegelicht dat hij geen aanleiding ziet om af te wijken van het rapport van 30 september 2024. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat een taak in deze context de kleinste eenheid van een functie betreft, waarbij een functie meestal uit meerdere taken bestaat. De taak is geschikt omdat er hier sprake is van een gestructureerde, niet complexe taak. Ook is er in de functie geen sprake van deadlines of productiepieken en is de taak voorspelbaar. In de functie is geen sprake van rechtstreeks klantcontact waardoor er geen sprake is van het omgaan met onbekenden. Er wordt in de nabijheid van collega's gewerkt. Daarnaast wordt de taak in een prikkel-, lawaaiarme kantooromgeving verricht. Het betreffen routinematige en gestructureerde werkzaamheden.
16. De rechtbank kan de toelichtingen van de arbeidsdeskundigen volgen. De arbeidsdeskundigen hebben uitvoerig gemotiveerd waarom eiseres beschikt over de vaardigheden voor het uitvoeren van een taak in een arbeidsorganisatie en beschikt over basale werknemersvaardigheden. Daarbij heeft de arbeidsdeskundige meerdere malen, namelijk op 27 augustus 2024 en 26 september 2024, overleg gevoerd met de verzekeringsarts over de aard en ernst van de beperkingen. Ook hebben zij gesproken over het feit dat eiseres de afgelopen tien jaar verschillende trajecten heeft gevolgd via de gemeente richting werk, zonder succes. De conclusie van de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts is dat deze trajecten (bijvoorbeeld het werk bij de [onderneming] ) niet voldoende rekening hielden met de beperkingen van eiseres en niet de benodigde begeleiding hebben geboden. De rechtbank is van oordeel dat de beschikbare medische informatie geen aanleiding geeft om te twijfelen aan de beoordelingen van de arbeidsdeskundigen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres in het verleden op haar nichtjes/neefjes heeft gepast, dat ze scholing heeft gevolgd, ze kortdurend heeft gewerkt en ook in staat is gebleken haar rijbewijs te kunnen halen.
Re-integratietraject gemeente
17. Eiseres voert aan dat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige onvoldoende rekening hebben gehouden met het rapport van de gemeente in het kader van een re-integratietraject. De gemeente heeft in 2023 geadviseerd om een re-integratietraject (voorlopig) niet voort te zetten, nu er geen aanknopingspunten zijn voor enige toeleiding naar werk of werkgerichte activiteiten. Daarbij is overwogen dat het onduidelijk is in hoeverre de behandeling nog gaat helpen tot het wel creëren van werkvermogen en geconcludeerd.
18. Het Uwv heeft toegelicht dat de Wajong beoordeling ziet op het verzekerde tijdvak in de jaren 2010 tot en met 2015, dat is de 18de verjaardag dan wel de vijf jaar daarna. Dat er in 2023 wordt geadviseerd om een re-integratietraject (voorlopig) niet voort te zetten, maakt niet dat deze situatie ook in de jaren 2010 tot en met 2015 aan de orde was.
19. De rechtbank kan de motivering van het Uwv volgen. Aan een ontheffing van het re-integratietraject kan niet de betekenis worden toegekend die eiseres daaraan wenst toe te kennen. Het betreft immers een andere beoordeling in een ander kader dan de beoordeling die in deze zaak geldt, te weten een beoordeling op grond van de Wet Wajong. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres in 2022 auto-ongelukken heeft gehad, waarover de verzekeringsartsen hebben opgemerkt dat de beperkingen van eiseres na deze auto-ongelukken zijn toegenomen. Een adviesrapport uit 2023 kan dan ook niet zonder meer worden meegenomen voor de beoordeling van eiseres haar 18de verjaardag.
Deskundige
20. Eiseres verzoekt de rechtbank tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
21. De rechtbank is van oordeel dat de onderzoeken van het Uwv op juiste en zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. De beschikbare gegevens zijn door de verzekeringsartsen op inzichtelijke wijze meegenomen in de beoordeling. De rechtbank heeft geen twijfel over de medische beoordeling door de verzekeringsartsen. Voor het inschakelen van een deskundige bestaat dan ook geen aanleiding.
Conclusie en gevolgen
22. Het Uwv heeft terecht geconcludeerd eiseres ten tijde van haar 18de verjaardag arbeidsvermogen had. Het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
23. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, bestaat ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres krijgt ook het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.