ECLI:NL:RBMNE:2026:3124

ECLI:NL:RBMNE:2026:3124

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 25/333
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling. Beroep gegrond. griffierecht is toegekend

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], de heffingsambtenaar

(gemachtigde: P.E. Boersma)

Inleiding

Beoordeling door de rechtbank

6. Partijen zijn het erover eens dat de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2024 niet meer in geschil is.

WOZ-waarden 2020 t/m 2023

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat ook de WOZ-waarden voor de belastingjaren 2020 tot en met 2023 niet deugdelijk zijn onderbouwd. Eiser verzoekt de rechtbank om ook deze WOZ-waarden inhoudelijk te beoordelen.

8. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat in het geval de WOZ-waarde van voorliggende jaren onherroepelijk vaststaat, de WOZ-waarde ambtshalve wordt getoetst aan artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wet WOZ (het Uitvoeringsbesluit). De WOZ-waarde wordt alleen aangepast als er sprake is van een waarde die tenminste 20% te hoog is vastgesteld. In dit geval blijkt volgens de heffingsambtenaar dat de WOZ-waarde van de woning de afgelopen vijf jaar niet 20% te hoog is vastgesteld. Aan het verzoek van eiser om de WOZ-waarden te corrigeren, kan zodoende niet tegemoet worden gekomen.

9. Artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit bepaalt het volgende: indien de economische waarde onherroepelijk is komen vast te staan maar binnen vijf jaren na het nemen van de beschikking ter zake blijkt dat die waarde tot een te hoog bedrag is vastgesteld, vermindert de heffingsambtenaar, ingeval de waarde had behoren te worden vastgesteld op een bedrag dat ten minste 20%, met een minimum van € 5000,- lager is dan de te hoog vastgestelde waarde, zo spoedig mogelijk bij beschikking de te hoog vastgestelde waarde.

10. Uit de toelichting bij het Uitvoeringsbesluit blijkt dat de beschikkingen op basis van artikel 2 van dat Uitvoeringsbesluit niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. Het betreft hier namelijk een ambtshalve herziening ten gunste van een belanghebbende die de hem toekomende termijn voor het aanwenden van rechtsmiddelen ongebruikt heeft laten verstrijken, zodat de beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.

11. Deze toelichting bij het Uitvoeringsbesluit stemt overeen met de tekst van het Uitvoeringsbesluit en met het wettelijk systeem. In artikel 30 van de Wet WOZ zijn de regels van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) inzake bezwaar en beroep van toepassing verklaard voor de Wet WOZ. In artikel 26 van de AWR is bepaald dat beroep bij de belastingrechter openstaat in bepaalde, in artikel 26, eerste lid, van de AWR omschreven gevallen, het zogenoemde gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een op grond van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit ambtshalve genomen beschikking hoort niet tot die gevallen.

12. Kortom, een weigering om ambtshalve de WOZ-waarden over voorgaande jaren aan te passen, is geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. Dat betekent dat ook de onder 7 genoemde beroepsgronden, gericht tegen de weigering om de beschikkingen over voorgaande jaren te verminderen, niet kunnen worden besproken.

Proceskosten en griffierecht

13. Gelet op het bovenstaande is het beroep gegrond voor zover het gaat om de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2024. Dit betekent dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht moet vergoeden. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat eiser zelf procedeert en verder niet heeft gesteld dat hij kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr.C. Deve, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.

de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand