ECLI:NL:RBMNE:2026:3147

ECLI:NL:RBMNE:2026:3147

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer C/16/566637 / FO RK 23-1472
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Afwijzing vervangende toestemming erkenning. Man blijkt niet de verwekker van het kind. Toelichting vereisten DNA-onderzoek

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/566637 / FO RK 23-1472

Vervangende toestemming voor erkenning, gezag en omgangsregeling

Beschikking van 11 mei 2026

in de zaak van:

[de man] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.G. van Ek,

tegen

[de moeder] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Erkens,

met als belanghebbende

mr. K.G.I.M. Schröder,

kantoorhoudende in Utrecht,

als bijzondere curator over het kind waarvan de naam en geboortedatum bekend zijn bij de rechtbank.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de man, binnengekomen op 23 november 2023;

het bericht van de man van 27 december 2023;

het bericht van de man van 10 januari 2024;

het bericht van de man van 28 februari 2024 met bijlage;

het bericht van de man van 2 april 2024.

In de beschikking van 9 mei 2025 heeft de rechtbank mr. Schröder benoemd als bijzondere curator over het kind. De bijzondere curator vertegenwoordigt het kind in deze procedure en komt op voor haar belang.

Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het bericht van de bijzondere curator van 30 mei 2025;

het verweerschrift van de moeder van 20 juli 2025 met bijlagen;

het advies van de bijzondere curator van 1 augustus 2025;

het bericht van de man van 3 september 2025;

het bericht van de moeder van 8 september 2025.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 28 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:

de man met zijn advocaat;

de moeder met haar advocaat;

de heer [A.] namens de Raad voor de Kinderbescherming;

de bijzondere curator;

mevrouw [B.] namens stichting [naam] (begeleidster van moeder).

Na de zitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het bericht van de man van 31 maart 2026 met bijlage;

het bericht van de moeder van 1 april 2026 met bijlagen.

2. Waar de procedure over gaat

De moeder en de man hebben een relatie gehad. De relatie is beëindigd tijdens de zwangerschap van de moeder.

De moeder is daarna bevallen van een kind.

Het kind is niet erkend.

De moeder heeft het ouderlijk gezag over het kind.

De moeder en de man hebben de Nederlandse nationaliteit.

De man verzoekt de rechtbank om:

I. hem toestemming te verlenen voor de erkenning van het kind;

II. hem samen met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over het kind;

III. een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en het kind inhoudende dat de man omgang heeft met het kind gedurende enkele uren per week.

De bijzondere curator adviseert de rechtbank om een DNA-onderzoek te gelasten en als daaruit blijkt dat de man de verwekker is van het kind het verzoek van de man ten aanzien van de erkenning toe te wijzen.

De moeder is het niet eens met de verzoeken van de man.

3. De beoordeling

Vervangende toestemming erkenning

Conclusie

De rechtbank zal het verzoek afwijzen en geen toestemming verlenen aan de man voor de erkenning van het kind. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Het wettelijk kader

Uit de wet volgt dat de rechtbank de toestemming van de moeder voor de erkenning van een kind kan vervangen, mits deze persoon de verwekker van het kind is of de biologische vader van het kind, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.

DNA-onderzoek

Om vast te kunnen stellen of de man de biologische vader van het kind is, hebben partijen samen een DNA-onderzoek laten uitvoeren door DNA Diagnostics Center (DDC). Uit het door de man overgelegde rapport blijkt dat de kans dat de man de biologische vader van het kind is 0% is. De man is zeer verbaasd over de uitslag van de DNA-test en wenst dat er door de rechtbank een officiële DNA-test wordt gelast. De moeder is het hier niet mee eens. Volgens haar kan wel van deze test uit worden gegaan. Hoewel geen sprake is van een rechtsgeldige DNA-test, is volgens de moeder de door partijen uitgevoerde test wel uitgevoerd met voldoende waarborgen. De advocaat van de moeder is namelijk aanwezig geweest bij de afname van de DNA-test en heeft controle gehad over de wattenstaafjes en deze na afname ook meegenomen en zelf naar de advocaat van de man gezonden. Het onderzoek is bovendien verricht in een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de criteria genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of de NEN-EN ISO/IEC 15189 en de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission van de International Society of Forensic Genetics (FSI 2007).

De rechtbank volgt de moeder in haar standpunt. De ‘kale’ betwisting van het DNA-onderzoek door de man is, in het licht van de deugdelijke onderbouwing van de moeder over de uitvoering van de test, onvoldoende. De rechtbank volgt dan ook de uitslag van het DNA-onderzoek dat de man niet de verwekker is van het kind. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor erkenning en dat het verzoek van de man wordt afgewezen.

Gezamenlijk gezag

De rechtbank overweegt dat de man alleen bevoegd is tot het gezag als hij de juridische ouder is van het kind. Omdat het verzoek van de man om hem vervangende toestemming voor erkenning te verlenen door de rechtbank wordt afgewezen, zal de man geen juridisch ouder worden van het kind en wijst de rechtbank ook het verzoek om hem met het gezag te belasten af.

Omgangsregeling

Het verzoek van de man om een omgangsregeling met het kind vast te stellen, wijst de rechtbank ook af. De rechtbank kan op verzoek van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat een omgangsregeling vaststellen. Hieraan wordt in deze zaak niet voldaan. De man kent het kind niet en weet niet hoe het heet. De man en het kind hebben elkaar nog nooit gezien. De moeder is bovendien bang voor de man. Het is daarom niet in het belang van het kind om contact te hebben met de man.

4. De beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken van de man af.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.E. Broersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand