ECLI:NL:RBMNE:2026:3150

ECLI:NL:RBMNE:2026:3150

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 12190469 \ MV EXPL 26-50
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Ontruiming van de gehuurde woning, omdat de woning als seksinrichting is gebruikt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Voorzieningenrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12190469 \ MV EXPL 26-50

Vonnis in kort geding van 9 juni 2026

in de zaak van

STICHTING YMERE,

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Ymere,

gemachtigde: mr. R.N.E. Visser,

tegen

1. [bewindvoerder] , H.O.D.N. [naam] IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [gedaagde sub 2],

zaakdoende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

2. [gedaagde sub 2],

wonend in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,gedaagde partijen,

gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen,

3. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN AAN HET ADRES [adres] TE [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

De voorzieningenrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:

- de dagvaarding, met 12 producties;- de nagekomen producties 13 en 14 van Ymere.

Op 26 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op de locatie van de rechtbank Midden-Nederland in Lelystad. Namens Ymere was aanwezig mevrouw

[A] , bijgestaan door mr. Visser. De bewindvoerder was aanwezig, bijgestaan door

mr. Van Tellingen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Mr. Van Tellingen heeft pleitaantekeningen overgelegd en voorgehouden, die aan het dossier zijn toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen is besproken.

Op de mondelinge behandeling is bepaald dat op 9 juni 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

[gedaagde sub 2] huurt van Ymere vanaf 12 januari 2017 de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning). In de woning zou volgens Ymere een seksinrichting aanwezig zijn. Ymere heeft [gedaagde sub 2] daarom verzocht om de huurovereenkomst op te zeggen, maar [gedaagde sub 2] heeft dat niet gedaan. [gedaagde sub 2] zegt dat de woning niet als seksinrichting is gebruikt. Omdat [gedaagde sub 2] de woning niet heeft willen verlaten, vordert Ymere in kort geding de ontruiming van de woning. Ook wil Ymere dat [gedaagde sub 2] een contractuele boete van € 5.000,00 betaalt.

3. De beoordeling

De voorzieningenrechter is van oordeel dat vastgesteld kan worden dat de woning is gebruikt als seksinrichting. Dit betekent dat de bewindvoerder/ [gedaagde sub 2] de woning moet ontruimen. De vordering tot betaling van de contractuele boete wordt afgewezen. Hierna wordt dit uitgelegd.

Spoed

Een voorziening in kort geding kan slechts worden genomen als de partij die de voorziening (de ordemaatregel) vordert, daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vindt dat Ymere gelet op de aard van haar vordering een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Als [gedaagde sub 2] de woning gebruikt als seksinrichting, wat zoals hierna zal blijken ook vaststaat, hoeft Ymere niet te dulden dat [gedaagde sub 2] langer in de woning blijft wonen en kan van haar niet worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwacht.

Ontruiming

Een in kort geding bevolen ontruiming is een maatregel die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daaraan verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een procedure in kort geding geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding. De vordering tot ontruiming is alleen toewijsbaar als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter die vordering ook zal toewijzen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de bevindingen van de gemeente Almere en Ymere vast is komen te staan dat de woning is gebruikt als seksinrichting. Bij de politie zijn meerdere meldingen binnengekomen van buurtbewoners van mogelijk prostitutie in de woning. Naar aanleiding van die meldingen zijn de gemeente Almere en Ymere in samenwerking met de politie een onderzoek gestart. Op 3 maart 2026 hebben zij de woning bezocht. Uit de voorgenomen last onder dwangsom van de gemeente (productie 9) en het onderzoeksverslag van Ymere (productie 4) blijkt dat zij [gedaagde sub 2] en een Spaanstalige vrouw uit Colombia, hierna te noemen de vrouw, in de woning aantroffen. De vrouw verklaarde tegen de toezichthouder van de gemeente dat zij sinds gisteren hier als sekswerker werkt, dat zij contact heeft met klanten via [website] .nl en dat zij 100 euro per dag moet betalen aan de bewoner. Tegen mevrouw [A] van Ymere verklaarde de vrouw dat zij hier al een paar dagen is, dat zij sinds gisteren heeft gewerkt, dat zij sinds gisteren 3-4 klanten heeft gehad, dat zij een [website] profiel gebruikt voor haar werk, dat zij de jongen die in de woning woont 100 euro per dag betaalt voor de kamer, dat de jongen altijd in de woning is, dat de jongen weet dat zij dit sekswerk hier doet, dat zij vanuit de slaapkamer werkt en dat zij de jongen verder niet kent.

De bewindvoerder meent dat de verklaring van de vrouw tegenover mevrouw [A] niet betrouwbaar zou zijn, omdat het gesprek dat zij hebben gevoerd via de telefoon is vertaald door een collega van [A] bij Ymere en niet door een onafhankelijke tolk. Onduidelijk is of de collega de Spaanse taal voldoende machtig was en of zij het gesprek goed heeft kunnen horen en het lijkt erop dat de collega van tevoren was geïnformeerd over de bewering van illegale prostitutie in de woning waardoor de kans groot is dat de vertaling door die informatie is gekleurd, aldus de bewindvoerder. Een onderbouwing voor dit verweer ontbreekt. Onbetwist door de bewindvoerder is dat de vrouw tijdens haar gesprek met de toezichthouder van de gemeente Almere wel door een tolk is bijgestaan. Zij legt tegenover de toezichthouder van de gemeente en mevrouw [A] ook eenzelfde verklaring af. De vrouw belast met die verklaring bovendien ook zichzelf door aan te geven dat ze werkt als prostituee in een niet-vergunde seksinrichting. Dat door de taalbarrière de vrouw mevrouw [A] niet goed zou hebben begrepen of dat de collega de vrouw niet goed zou hebben begrepen en daardoor het gesprek onjuist heeft vertaald, blijkt nergens uit. De voorzieningenrechter heeft daarom geen aanleiding om aan de verklaring van de vrouw te twijfelen.

De voorzieningenrechter leidt uit de verklaring van de vrouw af dat zij in de slaapkamer van de woning als sekswerker werkte. De vrouw verklaart namelijk in de woning dat ze hier al een paar dagen is, dat zij vanuit de slaapkamer werkt en dat de jongen die in de woning woont weet dat zij haar sekswerk hier doet. Dat haar verklaring niet uitsluit dat zij het sekswerk vanuit haar kamer op het asielzoekerscentrum in [woonplaats] verricht, zoals de bewindvoerder aangeeft, kan de voorzieningenrechter daarom niet volgen. Het is zonder nadere onderbouwing ook niet aannemelijk dat de vrouw 100 euro per dag aan [gedaagde sub 2] betaalt, terwijl zij in het asielzoekerscentrum woont en in het asielzoekerscentrum haar sekswerk zou doen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de vrouw een sleutel van de woning had en dat zij in het bezit was van € 1.240,00. In de woning stonden een wasmand met veel gebruikt beddengoed, het bed in de slaapkamer was minimaal opgemaakt, op het bed lag een seksartikel, in een tas in de slaapkamer lagen verpakkingen voor condooms en natte doekjes en in de badkamer stond een prullenbak met daarin gebruikte natte doekjes, toiletpapier en gebruikte condooms. [gedaagde sub 2] heeft hier geen verklaring voor kunnen geven. Zijn verklaring dat de vrouw alleen een vriendin van hem was, dat zij samen zijn geweest om te chillen en dat zij samen hebben geslapen, is in het licht van de genoemde feiten en omstandigheden ongeloofwaardig. Daarbij speelt ook mee dat [gedaagde sub 2] eerst zegt dat hij de vrouw niet kent, dat hij daarna zegt dat de vrouw [B] heet terwijl dat niet haar naam is, dat hij haar achternaam niet weet en dat hij niet weet waarom zij een sleutel van de woning heeft. Het verweer dat er seksattributen in de woning lagen omdat [gedaagde sub 2] regelmatig seksfeestjes gaf, wordt voor het eerst door de bewindvoerder op de zitting naar voren gebracht. [gedaagde sub 2] heeft dit zelf niet eerder benoemd. De slotsom is dat de bewindvoerder op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat er in tegenstelling tot de bevindingen van de gemeente Almere en Ymere geen seksinrichting in de woning aanwezig zou zijn.

Ymere hoeft niet te tolereren dat de woning als seksinrichting wordt gebruikt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de bodemrechter hoogstwaarschijnlijk zal oordelen dat de tekortkoming van de zijde van [gedaagde sub 2] voldoende ernstig is om een ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De vordering tot ontruiming zal daarom worden toegewezen. De bewindvoerder moet de woning ontruimen, maar op een iets langere termijn dan door Ymere is gevorderd. Voor de ontruiming krijgt de bewindvoerder veertien dagen de tijd. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan de bewindvoerder door de deurwaarder is bezorgd.

Geen contractuele boete

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Ymere onvoldoende heeft gesteld ten aanzien van het spoedeisend belang bij de vordering tot betaling van de contractuele boete. Een contractuele boete is van een andere orde dan de ontruiming van de woning. De voorzieningenrechter wijst deze vordering daarom af.

Afwijzen vorderingen andere bewoners

Omdat Ymere niet heeft aangetoond dat er andere bewoners in de woning verblijven, worden de vorderingen van Ymere tegen zij die verblijven in de woning afgewezen.

Proceskosten

De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,49

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.013,49

Omdat [gedaagde sub 2] onder bewind staat, is de bewindvoerder formeel de procespartij in deze procedure. De bewindvoerder is degene die de rechthebbende, in dit geval [gedaagde sub 2] , in en buiten rechte vertegenwoordigt. Ymere heeft de bewindvoerder daarom terecht gedagvaard. Ymere heeft ervoor gekozen om [gedaagde sub 2] zelf ook te dagvaarden, maar [gedaagde sub 2] kan zelf niet als rechthebbende in deze procedure optreden. De kosten voor de dagvaarding van [gedaagde sub 2] kunnen daarom niet voor rekening van [gedaagde sub 2] worden gebracht.

Uitvoerbaar bij voorraad

Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Ymere het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van de bewindvoerder om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Ymere om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval de belangen van Ymere bij het opnieuw kunnen verhuren van de woning zwaarder wegen dan de belangen van de bewindvoerder. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter, recht doende in kort geding:

veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde sub 2] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan [gedaagde sub 2] toebehoren en niet aan Ymere, en om de woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Ymere te stellen;

veroordeelt de bewindvoerder in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde sub 2] in de proceskosten van € 1.013,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

41264

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand