ECLI:NL:RBMNE:2026:354

ECLI:NL:RBMNE:2026:354

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer 16-101578-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Veroordeling voor ontucht met minderjarig stiefzusje (< 12 jaar), waaronder seksueel binnendringen van het lichaam. De verdachte was in de bewezenverklaarde periode minderjarig en de rechtbank past (conform de adviezen van deskundigen) het jeugdstrafrecht toe. Aan de verdachte wordt een jeugddetentie van vier maanden voorwaardelijk met een reeks bijzondere voorwaarden opgelegd, plus een taakstraf van 120 uren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/101578-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 januari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,

hierna: [verdachte] .

1. Zitting

De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 19 december 2025. Met toestemming van de officier van justitie en de advocaat is het onderzoek ter zitting gesloten op 16 januari 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 2 februari 2017 te Bussum en/of Naarden met [slachtoffer] , die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit waarvan [verdachte] wordt beschuldigd wettig en overtuigend te bewijzen. Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte] heeft verzocht om [verdachte] partieel vrij te spreken van het met de penis binnendringen van de vagina. Voor het overige heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

[verdachte] bekent dat hij het feit heeft gepleegd zoals dit hieronder in paragraaf 4 bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In deze situatie hoeft de rechtbank de inhoud van de bewijsmiddelen niet volledig uit te werken. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] ;

- de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 19 december 2025.

Bewijsoverwegingen

Partiële vrijspraak

[verdachte] wordt er onder meer van beschuldigd dat hij zijn penis in de vagina van de aangeefster heeft gebracht. Dit volgt echter niet uit verklaring van de aangeefster en evenmin uit andere onderdelen van het dossier. Voor dit onderdeel van de beschuldiging is dus geen bewijs. [verdachte] zal daarom van dit deel van de beschuldiging worden vrijgesproken.

Pleegperiode

De rechtbank komt tot een kortere pleegperiode dan aan [verdachte] ten laste is gelegd. De aangeefster verklaart dat [verdachte] voor het eerst ontuchtige handelingen heeft gepleegd toen zij acht jaar oud was en dat dit in het huis van haar stiefmoeder heeft plaatsgevonden. [verdachte] verklaart dat hij vijftien jaar was toen hij voor het eerst ontuchtige handelingen pleegde en dat zijn moeder en stiefvader op dat moment al bij elkaar waren. Gelet hierop zal de rechtbank het begin van de pleegperiode vaststellen op de dag dat de aangeefster acht jaar is geworden, namelijk op 2 februari 2014. Het einde van de pleegperiode stelt de rechtbank vast op 1 april 2016, de dag waarop [verdachte] achttien jaar is geworden. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor de conclusie dat [verdachte] ook ontuchtige handelingen heeft gepleegd toen hij zelf al meerderjarig was. Gelet op het vorengaande acht de rechtbank dus wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] tussen 2 februari 2014 en 1 april 2016 ontuchtige handelingen met de aangeefster heeft gepleegd.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :

op meerdere tijdstippen in de periode van 2 februari 2014 tot en met 1 april 2016 te Bussum en Naarden, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2006, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog

niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte,

- de vagina en de schaamstreek van die [slachtoffer] betast en gelikt, en

- zijn, verdachtes, vinger en tong in de vagina en zijn penis tussen de

schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en bewogen,

en

- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina en de mond van die [slachtoffer]

gebracht en geduwd, en

- een voorwerp, in de anus van die [slachtoffer] gebracht

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde feit levert het volgende strafbare feit op:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van het feit en de verdachte

Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de stafbaarheid van het feit of van [verdachte] uitsluiten. Het feit is strafbaar en [verdachte] is strafbaar.

6. Straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat [verdachte] met toepassing van het jeugdstrafrecht wordt veroordeeld tot:

een jeugddetentie voor de duur van vier maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met alle bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;

een taakstraf in de vorm van een werkstaf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen jeugddetentie voor het geval [verdachte] de taakstraf niet of niet goed uitvoert.

De officier van justitie verzoekt om in de bijzondere voorwaarde met betrekking tot de ambulante behandeling te bepalen dat [verdachte] bij een terugval in verdovende middelen de aanwijzingen van de reclassering moet opvolgen, zodat via de reclassering en de huisarts een kortdurende klinische opname mogelijk is. Zij eist tot slot dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn en dus direct na het uitspreken van het vonnis ingaan.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van [verdachte] heeft verzocht om de eis van de officier van justitie te volgen als het gaat om de toepassing van het jeugdstrafrecht en de duur van de voorwaardelijke jeugddetentie. Zij heeft verder verzocht om in de bijzondere voorwaarden geen verplichting tot klinische opname op te nemen. Voor het geval de rechtbank tot de oplegging van een taakstraf overgaat, heeft zij verzocht om een lager aantal uren op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan het verrichten van seksuele handelingen bij zijn minderjarige stiefzusje [slachtoffer] , waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam. [slachtoffer] was nog maar acht jaar oud toen het seksueel misbruik begon en in een periode van meer dan twee jaar heeft [verdachte] haar diverse keren en op verschillende locaties misbruikt. [verdachte] heeft zijn eigen seksuele nieuwsgierigheid en verlangens opgedrongen aan een jong en kwetsbaar meisje, dat niet in staat was om weerstand tegen hem te bieden. Hiermee heeft hij niet alleen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] , maar ook op haar geestelijk welbevinden. Het is algemeen bekend dat jonge slachtoffers van seksuele misdrijven een ernstig trauma oplopen en nog lange tijd de psychische gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is aangedaan. Uit de spreekrechtverklaring van [slachtoffer] is ook indringend naar voren gekomen dat de gebeurtenissen met [verdachte] tot op de dag van vandaag een enorme weerslag op haar hebben. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij niet bij de gevoelens van [slachtoffer] heeft stilgestaan en zich enkel door zijn eigen lustgevoelens heeft laten leiden.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van [verdachte] . Hieruit blijkt dat hij niet eerder voor een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het persoonlijkheidsonderzoek van 10 oktober 2025, uitgebracht door A.M. de Jong (psychiater) en F.M. Vuister (klinisch psycholoog). Beide deskundigen hebben bij [verdachte] meerdere psychische stoornissen vastgesteld. Zijn seksuele ontwikkeling is verstoord verlopen, mede doordat hij tussen zijn 8ste en 10de zelf seksueel misbruikt zou zijn. De deskundigen concluderen dat het samenspel tussen een autismespectrumstoornis, een pedofiele stoornis en een stoornis in het gebruik van verdovende middelen heeft doorgewerkt in de keuzes en gedragingen van [verdachte] bij het plegen van het ten laste gelegde feit. De deskundigen adviseren om het feit in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen en om hem een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, waarbij die voorwaarden gericht zijn op behandeling van zowel de seksuele als de verslavingsproblematiek.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met het advies van Reclassering Nederland van 27 november 2025, uitgebracht door [A] , reclasseringswerker. Hierin komt naar voren dat de reclassering zich zorgen maakt over het psychosociaal functioneren van [verdachte] , zijn middelengebruik en over de rol die seks in zijn leven speelt. [verdachte] kan zijn problemen goed benoemen en herkennen, maar is onvoldoende in staat om alternatieve gedragskeuzes te maken en/of gezonde coping strategieën in te zetten. In het verleden heeft hij gevoelens van schaamte, eenzaamheid en afwijzing proberen te verdrijven door zijn toevlucht te zoeken in verdovende middelen en seksuele activiteiten. Positief is dat [verdachte] na een intensief klinisch behandeltraject inmiddels helemaal abstinent is van middelen. De reclassering ziet ook dat [verdachte] een open en meewerkende houding heeft en intrinsiek gemotiveerd lijkt te zijn om tot een duurzame verandering van zijn gedrag te komen. Ondanks de stappen die [verdachte] in de afgelopen periode heeft gezet, schat de reclassering de kans op seksuele recidive als gemiddeld tot hoog in. De reclassering vindt het van groot belang dat [verdachte] intensief behandeld en begeleid blijft worden en adviseert om hem een voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:

I) Een contactverbod met het slachtoffer;

II) Een meldplicht bij de reclassering;

III) Ambulante behandeling bij de Waag of een soortgelijke zorgverlener, met mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname;

IV) Verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, als de reclassering dat nodig vindt;

V) Meewerken aan controle op het gebruik van alcohol en drugs;

VI) Het vermijden van contact met minderjarigen;

VII) Het vermijden van digitale omgevingen waarin seksuele handelingen met minderjarigen getoond of besproken worden.

De rechtbank heeft tot slot kennisgenomen van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 3 december 2025, uitgebracht door [B] , Raadsonderzoeker. Uit dit advies blijkt dat de Raad het eens is met de bevindingen en conclusies van de psychiater, de psycholoog en de reclassering. De Raad adviseert eveneens om een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden op te leggen en om te bepalen dat de bijzondere voorwaarden direct na de uitspraak ingaan.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de straf en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Met de officier van justitie en de advocaat van [verdachte] is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] op basis van het jeugdstrafrecht berecht dient te worden. [verdachte] was in de bewezenverklaarde periode minderjarig, zodat het wettelijk uitgangspunt is dat het jeugdstrafrecht toepassing vindt. Het dossier bevat ook geen aanknopingspunten om [verdachte] , in afwijking van dit uitgangspunt, als een volwassene te berechten. In tegendeel: de psychiater, de psycholoog, de reclassering en de Raad adviseren allen om het jeugdstrafrecht toe te passen. [verdachte] zal dus als minderjarige worden berecht.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het LOVS. Hierin wordt voor het onderhavige feit een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden als uitgangspunt gegeven. De rechtbank weegt, ten opzichte van dat uitgangspunt, in strafverzwarende zin mee dat het seksueel misbruik op meerdere momenten in een periode van ruim twee jaar heeft plaatsgevonden, dat het slachtoffer het stiefzusje van de verdachte was en dat zij destijds tussen de acht en de tien jaar oud was. Gelet op deze omstandigheden is er in beginsel aanleiding om [verdachte] een forse onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.

In het aanzienlijke tijdsverloop sinds de pleegperiode – meer dan negen jaar – en in de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] ziet de rechtbank echter reden om niet tot de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie over te gaan. De rechtbank weegt mee dat [verdachte] te kampen heeft met complexe psychische problematiek, die deels zijn oorsprong vindt in het feit dat hij als kind zelf seksueel misbruikt is, en sluit zich aan bij het advies van de deskundigen om het feit in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen. De rechtbank weegt ook mee dat [verdachte] algehele openheid van zaken lijkt te hebben gegeven en dat hij in de afgelopen periode belangrijke stappen in de goede richting heeft gezet. De oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou het reeds ingezette traject van behandeling en begeleiding doorkruisen. Daar zijn [verdachte] en de samenleving niet bij gebaat. Het is juist van belang dat de behandeling en begeleiding voortgezet worden, zodat de kans op herhaling van delictgedrag daarmee zo klein mogelijk wordt gemaakt.

Gezien het vorengaande zal de rechtbank [verdachte] een geheel voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. De rechtbank zal hem daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen, omdat de rechtbank het voor het normbesef van [verdachte] van belang vindt dat hij de consequenties van zijn handelen ondervindt. Hiernaast verwacht de rechtbank dat de oplegging van een taakstraf voor [verdachte] helpend kan zijn bij het toewerken naar een zinvolle, gestructureerde dagbesteding.

Alles afwegende zal de rechtbank aan [verdachte] een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren opleggen. Aan de jeugddetentie zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de reclassering heeft geadviseerd. Ten aanzien van de ambulante behandeling zal de rechtbank bepalen dat een kortdurende klinische opname alleen na tussenkomst van de rechter mogelijk is. De rechtbank zal verder bepalen dat het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden bij de volwassenenreclassering komt te liggen.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Tot slot zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren, nu het recidiverisico als gemiddeld tot hoog wordt ingeschat en de deskundigen benadrukken dat [verdachte] goed ingebed moet blijven in behandeling en begeleiding.

7. Vordering benadeelde partij

Voeging

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 20.695,-. Dit bedrag bestaat uit € 3.195.00,- materiële schade en €17.500,- immateriële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de materiële en de immateriële schade volledig toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de materiële schade heeft de advocaat van [verdachte] verzocht om de toekomstige kosten voor therapie niet-ontvankelijk te verklaren. Voor het overige deel van deze schade heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de advocaat van [verdachte] verzocht om het bedrag te matigen tot €10.000,-.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De benadeelde partij vordert in totaal € 2.095,- voor therapiesessies die zij zelf heeft betaald. De rechtbank is van oordeel dat deze materiële schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De advocaat van [verdachte] heeft dit deel van de vordering niet betwist. Gelet hierop komt dit deel van de gevorderde schade voor vergoeding in aanmerking. Dit ligt anders voor de toekomstige kosten voor therapie (€ 1.100,-). De rechtbank zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Uit de toelichting op dit deel van de vordering volgt namelijk niet dat deze kosten hoe dan ook gemaakt zullen worden. Gelet op het vorengaande zal het materiële deel van de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 2.095,00, inclusief de wettelijke rente. De rechtbank zal de ingangsdatum van de wettelijke rente over de materiële schade bepalen op 16 januari 2026, de datum van de uitspraak. Dit omdat de schadebedragen zijn betaald over een periode van enkele jaren, zonder dat uit de stukken blijkt op welke data er precies is voldaan, en de benadeelde partij de ingangsdatum van de wettelijke rente in het midden heeft gelaten.

Immateriële schade

Op grond van de wet komt immateriële schade onder meer voor vergoeding in aanmerking als de benadeelde partij “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” (artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek). Daarvan is in ieder geval sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen.

Uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit psychische schade heeft opgelopen en daarvoor onder behandeling is bij een psycholoog. Daarmee is zonder meer sprake van geestelijk letsel. De rechtbank ziet aanleiding om het gevorderde bedrag aan immateriële schade te matigen. In de onderbouwing van de vordering wordt verwezen naar de zogenoemde ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank heeft ook naar deze schaal gekeken en is tot de conclusie gekomen dat deze schaal in het onderhavige geval in de richting wijst van een vergoeding tussen de € 6.000,- en € 12.500,-. Naar het oordeel van de rechtbank is een vergoeding van € 10.000,- passend en in lijn met de bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend. De rechtbank zal dit deel van de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 10.000,-, inclusief de wettelijke rente vanaf 4 maart 2015 – het midden van de bewezenverklaarde periode – tot aan de dag van volledige betaling.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank aan [verdachte] , ten behoeve van [slachtoffer] , de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van

€ 12.095,-, bestaande uit een bedrag € 2.095 voor materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling, en een bedrag van € 10.000 voor immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van volledige betaling. Betalingen die zijn gedaan aan de Staat worden op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. Bij gebreke van betaling en verhaal zal geen gijzeling worden toegepast omdat [verdachte] als minderjarige wordt berecht.

Proceskosten

[verdachte] zal tot slot worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en de opgelegde maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 244 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die luidden ten tijde van de bewezenverklaarde periode

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat [verdachte] het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld;

Strafbaarheid [verdachte]

- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie voor de duur van vier maanden;

- bepaalt dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- stelt algemene voorwaarden dat [verdachte] :

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt bijzondere voorwaarden dat [verdachte] :

* op geen enkele wijze  direct of indirect  contact zal zoeken, hebben of houden met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2006);

* zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht. [verdachte] blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is gericht op de seksuele problematiek en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

* meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak [verdachte] wordt gecontroleerd;

* indien de reclassering dit nodig vindt, zich laat behandelen door Jellinek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Deze behandeling is gericht op middelengebruik/verslaving en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Indien de reclassering dit nodig acht werkt [verdachte] tevens mee aan testdiagnostiek. [verdachte] houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert zal [verdachte] zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. [verdachte] houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.

* indien de reclassering dit nodig vindt, zal verblijven in een instelling voor begeleid of beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. [verdachte] houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

* op geen enkele wijze  direct of indirect  contact zal zoeken, hebben of houden met minderjarigen. Indien contacten onvermijdelijk zijn, zorgt [verdachte] dat een andere volwassene in de ruimte aanwezig is;

* digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal of dierenpornografisch materiaal, dan wel waarin over seksuele handelingen met minderjarigen of dieren wordt gecommuniceerd. [verdachte] geeft hiertoe inzicht in de wijze waarop hij deze omgevingen vermijdt en bespreekt hoe dit is verlopen. Hij werkt mee aan geautomatiseerde controles van digitale apparaten die hij in gebruik heeft waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee het internet kan worden benaderd. Deze controles vinden plaats tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en [verdachte] verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die hij in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past [verdachte] de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist meenemen. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van [verdachte] .

- geeft aan Reclassering Nederland (locatie Utrecht) de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en om [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering

dadelijk uitvoerbaar zijn;

- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, de werkstraf wordt vervangen door 60 dagen jeugddetentie;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 12.095,-, waarvan een bedrag van € 2.095,- wordt toegewezen voor materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2026, en een bedrag van € 10.000 wordt toegewezen voor immateriële schade vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] ;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dit deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 12.095,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.095,- vanaf 16 januari 2026, en over een bedrag van € 10.000,- vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van volledige betaling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Sanders, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. J.E.S. Dolmans, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en

met 2 februari 2017 te Bussum en/of Naarden, althans in Nederland, met [slachtoffer]

, geboren op [geboortedatum] 2006, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog

niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte,

- de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] betast en/of gelikt, en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong en/of penis in de vagina en/of tussen de

schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of bewogen,

en/of

- zijn, verdachtes, penis tegen de vagina en/of de mond van die [slachtoffer]

gebracht en/of geduwd, en/of

- een verfkwast, althans een voorwerp, in de anus van die [slachtoffer] gebracht

en/of geduwd en/of bewogen;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?