RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, het college
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3297
en
(gemachtigde: A. Mostert en B. Hiemstra).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Estate Events B.V. uit Apeldoorn.
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de beslissing van het college om haar bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren, omdat zij niet als belanghebbende wordt aangemerkt. Eiseres is het hiermee niet eens en heeft beroep ingesteld. Zij voert daartoe één beroepsgrond aan. De rechtbank beoordeelt aan de hand van het belanghebbende-begrip de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eiseres terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt en haar bezwaarschrift terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Het college heeft op 2 oktober 2024 aan Estate Events B.V. een evenementenvergunning verleend voor de organisatie van het evenement ‘Spirit of Winter’ in de tuin van Paleis Soestdijk te Baarn. Eiseres heeft tegen deze vergunning bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 1 mei 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college eiseres’ bezwaarschrift op advies van de bezwaarcommissie kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De reden hiervan is dat eiseres op een afstand van 1.000 meter van Paleis Soestdijk woont, waardoor het niet aannemelijk is dat de vergunde activiteit een direct en individueel effect op haar woon- en leefsituatie heeft. Ook heeft zij geen direct zicht op deze locatie.
3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend en ter zitting toegelicht dat de afstand tussen de woning van eiseres tot de evenementenlocatie van 1.000 meter in stand wordt gelaten, maar de hemelsbrede afstand tussen de woning en het begin van de evenementenlocatie is vastgesteld op 750 meter.
4. De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben via een videoverbinding deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van het college. Estate Events B.V. heeft zich vooraf afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft het college eiseres terecht als niet-belanghebbende aangemerkt?
5. Eiseres voert aan dat het college in een andere zaak de afstand tussen haar woning en de evenementenlocatie heeft vastgesteld op 750 meter en de Afdeling haar in die procedure als belanghebbende heeft aangemerkt. Eiseres stelt zich daarom op het standpunt dat het college haar in onderhavige zaak ten onrechte als niet-belanghebbende heeft aangemerkt. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd aangegeven dat zij vanuit de serre behorende bij haar woning licht heeft zien schijnen bij de evenementenlocatie en dat het evenement verkeersdrukte heeft veroorzaakt.
6. De rechtbank dient te beoordelen of het college eiseres terecht als niet-belanghebbende heeft aangemerkt. De rechtbank overweegt dat het enkele gegeven dat eiseres in een andere procedure - waarbij de afstand tussen haar woning en de daar in het geding zijnde bestemmingsplanlocatie op 750 meter is vastgesteld - wel als belanghebbende is aangemerkt, niet automatisch betekent dat zij in deze procedure ook als belanghebbende moet worden aangemerkt. Iemands belanghebbendheid moet in elke procedure opnieuw worden bepaald. In die andere procedure betrof het de wijziging van het bestemmingsplan en daar komt bij dat de planlocatie niet geheel overeenkomt met de evenementenlocatie in deze procedure.
7. Op grond van artikel 7:1 in samenhang met artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken en daarna beroep instellen bij de bestuursrechter. Volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het uitgangspunt dat diegene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die door een besluit wordt toegestaan, in dit geval de evenementenvergunning, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft betrokkene geen persoonlijk belang bij het besluit. Gevolgen van enige betekenis ontbreken ook wanneer de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon- of leefsituatie van de betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Bij het bepalen of sprake is van gevolgen van enige betekenis wordt gelet op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere: geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
8. Het college heeft tijdens de zitting kenbaar gemaakt dat tijdens het evenement uitsluitend sfeerlichten zijn gebruikt en er licht op bomen en het pand heeft geschenen, hetgeen niet door eiseres is weersproken. Rekening houdend met het soort verlichting dat is gebruikt bij het evenement in combinatie met de afstand daarvan tot eiseres’ woning van 750-1.000 meter is de rechtbank van oordeel dat de gevolgen van het evenement voor eiseres voor haar woon- of leefsituatie dusdanig gering is dat geen sprake is van gevolgen van enige betekenis. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat eiseres tijdens de zitting heeft verklaard geen last te hebben gehad van het evenement, maar enkel vanuit haar serre licht heeft zien schijnen. Voor wat betreft de verkeersdrukte overweegt de rechtbank dat parkeren niet bij de evenementenvergunning was vergund, waardoor dit een indirect gevolg van het evenement betreft. Daarom weegt dit niet mee. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis heeft ondervonden van het evenement op grond waarvan het college eiseres terecht als niet-belanghebbende heeft aangemerkt en het bezwaarschrift terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.
9. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Ten slotte vindt de rechtbank het belangrijk om nog wat op te nemen over de bewonersbrief, nu eiseres hierover - zowel in haar beroepschrift als tijdens de zitting - heeft aangevoerd dat het college heeft verzuimd om deze brief met informatie over het evenement tijdig aan haar toe te sturen en dit haar kennelijk hoog zit. Zij geeft aan de brief pas te hebben ontvangen nadat zij zelf hierom heeft verzocht. De rechtbank stelt op basis van de bij de evenementenvergunning behorende bijlage 1 ‘Voorschriften evenement Spirit of Winter’ vast dat het de vergunninghouder is - Estate Events B.V. - die ervoor dient te zorgen dat de bewoners in de onmiddellijke omgeving uiterlijk twee weken voorafgaand aan het evenement door middel van een bewonersbrief worden geïnformeerd. Dat Estate Events B.V. dat niet (tijdig) heeft gedaan, kan het college daarom niet worden aangerekend. Het college heeft verder, zoals ter zitting is toegelicht, een overzicht van de in Baarn geplande evenementen op hun website gepubliceerd, waardoor eiseres (en andere omwonenden) kon(den) weten dat het evenement ‘Spirit of Winter’ zou plaatsvinden. De rechtbank begrijpt dat het vervelend is dat eiseres in een laat stadium is geïnformeerd over het evenement, maar stelt verder vast dat eiseres hierdoor niet is benadeeld; het door eiseres ingediende bezwaarschrift is immers tijdig ingediend en in behandeling genomen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Zij is geen belanghebbende bij de verleende evenementenvergunning en het college heeft haar bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres krijgt daarom het door haar betaalde griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Durdabak, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.