RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/612221 / FV RK 26-1376
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij Altrecht, locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. R.G.J. Booij.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 29 mei 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A] , verpleegkundig specialist in opleiding;
[B] , verpleegkundige;
[C] , begeleider verbonden aan Stichting Abrona.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij Altrecht, locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 28 mei 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Er is bij betrokkene sprake van een psychose en een licht verstandelijke beperking. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 28 mei 2026.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De advocaat heeft de advocaat verzocht om de vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘insluiten’, ‘uitoefenen van toezicht’, onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ af te wijzen. Ter zitting is toegelicht dat er geen vermoedens zijn van middelengebruik. Daarnaast blijkt dat de vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ niet zijn toegepast. De verpleegkundige heeft uitgelegd dat deze vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk zijn. Gelet zal de rechtbank voornoemde vormen van verplichte zorg afwijzen.
De advocaat heeft aangevoerd dat betrokkene zijn medicatie inneemt en het ziet zitten om naar Abrona te gaan. Voortzetting van een crisismaatregel is daarom niet nodig. Uit de medische verklaring blijkt echter dat er geen mogelijkheden zijn om de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis te verlenen, omdat betrokkene de noodzakelijke zorg weigert. De verpleegkundig specialist in opleiding heeft toegelicht dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is, omdat betrokkene niet opgenomen wil zijn bij Altrecht, terwijl dit naar het oordeel van de behandelaren wel nodig is. Een voortzetting van de crisismaatregel is nodig om betrokkene de juiste zorg en hulp te kunnen bieden.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat betrokkene zich verzet tegen de zorg en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2026,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. C.M.A.T. van der Geest, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.