RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11882517 \ UC EXPL 25-7275 RJ/58605
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: NS,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding van 14 augustus 2025 met producties 1 tot en met 11;- het verslag (proces-verbaal) van de civiele rolzitting van 24 september 2025, waarin de mondelinge reactie van [gedaagde] op de dagvaarding is vastgelegd;
- de akte van NS met aanvullende producties 12 tot en met 15 van 21 oktober 2025.
Op 17 december 2025 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was namens de gemachtigde van NS de heer E.J.A. Koers aanwezig. [gedaagde] is, hoewel zij correct is opgeroepen, niet verschenen.
De kantonrechter heeft bepaald dat vervolgens een vonnis in deze zaak wordt uitgesproken.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] heeft een overeenkomst gehad met NS. Het ging om een reisabonnement, waarvoor zij maandelijks abonnementskosten en eventuele reiskosten moest betalen. Volgens NS moet [gedaagde] nog € 339,52 aan haar betalen. [gedaagde] is wel bereid om dit bedrag te betalen, maar geeft aan dat zij pas op de hoogte was van de vordering toen zij de dagvaarding ontving. Daarom wil zij de “extra kosten” niet betalen. De kantonrechter wijst de vordering van NS toe.
3. De beoordeling
[gedaagde] moet nog € 339,52 aan NS betalen
[gedaagde] heeft niet betwist dat zij nog € 339,52 aan abonnementskosten en reiskosten aan NS moet betalen. Deze kosten worden daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
Omdat [gedaagde] de kosten van NS nog moet betalen, moet zij daarover ook wettelijke rente betalen. Die rente is namelijk een vergoeding voor de vertraging in de betaling. De wettelijke rente wordt, zoals gevorderd, toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding (14 augustus 2025) tot het moment waarop [gedaagde] volledig heeft betaald.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
NS wil ook dat [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 aan haar betaalt. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.
Voor toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten moet NS een aanmaning (veertiendagenbrief) sturen die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. NS heeft deze verstuurd, maar [gedaagde] zegt dat zij deze aanmaning niet heeft gezien. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij wel stond ingeschreven op het adres waar de aanmaning is heen gestuurd, maar dat zij daar in een huis met meerdere postbussen woonde en zij daar vaak niet aanwezig was. De kantonrechter overweegt als volgt.
De door NS verstuurde aanmaning is naar het adres gestuurd waar [gedaagde] stond ingeschreven. Uitgangspunt is dat post in beginsel aankomt. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat [gedaagde] de aanmaning heeft ontvangen, maar dat [gedaagde] deze niet heeft gezien omdat er sprake was van meerdere postbussen en zij niet vaak op het adres aanwezig was. Het is echter de verantwoordelijkheid van [gedaagde] om haar post te checken of haar adres aan te passen. Daarom moet [gedaagde] ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] zich verweert tegen de proceskosten, omdat zij vindt dat zij rauwelijks is gedagvaard. Rauwelijks dagvaarden betekent dat een dagvaarding wordt uitgebracht zonder aanmaning of enig contact voorafgaand aan de dagvaarding. De kantonrechter heeft hiervoor echter al vastgesteld dat [gedaagde] de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Daarnaast geeft [gedaagde] aan dat zij, nadat zij de dagvaarding ontving, haar e-mail heeft doorzocht of zij iets over het hoofd had gezien. Toen kwam zij berichtgeving van NS tegen dat er bedragen openstonden. Deze had zij eerder over het hoofd gezien. Het is echter de verantwoordelijkheid van [gedaagde] dat zij haar lopende abonnementen goed afhandelt (daarvoor had zij ook haar account bij NS kunnen gebruiken) en in dat verband haar e-mail checkt. Vaststaat dat er dus in ieder geval één brief door [gedaagde] is ontvangen en meerdere e-mails van NS. Van rauwelijks dagvaarden is naar het oordeel van de kantonrechter daarom geen sprake. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NS worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
460,78
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan NS te betalen een bedrag van € 339,52, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 14 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan NS te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op
14 januari 2026