ECLI:NL:RBMNE:2026:394

ECLI:NL:RBMNE:2026:394

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 11716850 UC EXPL 25-4618 JH/1050
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eisers zijn maaltijdbezorgers. Zij zijn verplicht deel te nemen aan bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 11716850 UC EXPL 25-4618 JH/1050

Vonnis van 14 januari 2026

inzake

1. de vennootschap onder firma

[eiseres sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [onderneming 1] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Burgerme Oss B.V.,

gevestigd te Rosmalen,

verder ook te noemen Burgerme Oss,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Spare Rib Express Groningen West B.V.,

gevestigd te Groningen,

verder ook te noemen Spare Rib Express Groningen,

eisende partijen in conventie,

verwerende partijen in reconventie,

hierna te noemen: Maaltijdbezorgers,

gemachtigden: mrs. H. van Meerten en K.P.D. Vermeulen,

tegen:

de stichting

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Pensioenfonds Detailhandel,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. M.W. Minnaard.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van Maaltijdbezorgers met 22 producties,

de conclusie van antwoord en eis in reconventie van Pensioenfonds Detailhandel met 6 producties,

de conclusie van antwoord in reconventie van Maaltijdbezorgers met producties 23 tot en met 29,

de akte overlegging producties 30 en 31 van Maaltijdbezorgers.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 december 2025. Partijen hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en hebben op elkaar kunnen reageren. Hiervan is door de griffier aantekeningen gemaakt.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De kern van de zaak

Maaltijdbezorgers zijn franchisenemers van verschillende franchisegevers. Zij zijn actief op het gebied van maaltijdbezorging. Deze zaak gaat over de vraag of Maaltijdbezorgers onder de verplichtstelling van Pensioenfonds Detailhandel vallen en de daaraan verbonden plichten moeten nakomen. De kantonrechter stelt vast dat Maaltijdbezorgers werkgevers zijn die verplicht zijn deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel. Voldoende duidelijk is namelijk dat zij producten kopen en vervolgens aan particulieren verkopen die vallen onder de definitie ‘waren’ in het bij wet rechtsgeldig vastgestelde toepasselijke verplichtingstellingsbesluit. Al eerder is door de rechter beslist dat onder het begrip ‘waren’ ook bewerkte of bereide etenswaren vallen. De kantonrechter stelt Pensioenfonds Detailhandel dus in het gelijk.

3. De achtergrond van de zaak

Pensioenfonds Detailhandel is een bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf). Deelneming in Pensioenfonds Detailhandel is verplicht gesteld bij het verplichtstellingsbesluit van

9 december 1971, laatstelijk gewijzigd op 30 september 2020 (hierna: het verplichtstellingsbesluit). Werkgevers die onder de werking van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds vallen, zijn verplicht om daarin deel te nemen.

[onderneming 1] is franchisenemer van [onderneming 2] B.V. en heeft gemiddeld 10 werknemers in dienst. Zij heeft geen pensioenvoorziening voor haar werknemers getroffen. Pensioenfonds Detailhandel heeft [onderneming 1] bij brief van 3 februari 2022 meegedeeld dat zij per 20 november 2020, de datum van oprichting, is aangesloten bij Pensioenfonds Detailhandel.

Burgerme Oss is franchisenemer van Burgerme Nederland B.V. en heeft gemiddeld 38 werknemers in dienst. Uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat zij op 30 maart 2023 is opgericht. Burgerme Oss heeft geen pensioenvoorziening voor haar werknemers getroffen. Pensioenfonds Detailhandel heeft Burgerme Oss bij brief van 31 mei 2023 meegedeeld dat zij is aangesloten bij Pensioenfonds Detailhandel. Per 1 juni 2025 zijn de activa en passiva van Burgerme Oss verkocht aan [onderneming 3] .

Spare Rib Express Groningen is franchisenemer van Sparerib Express Nederland B.V. en heeft gemiddeld 28 werknemers in dienst. Spare Rib Express Groningen heeft geen pensioenvoorziening voor haar werknemers getroffen. Pensioenfonds Detailhandel heeft Spare Rib Express Groningen bij brief van 13 juli 2022 meegedeeld dat zij per 21 juni 2022, de datum van oprichting, is aangesloten bij Pensioenfonds Detailhandel. Spare Rib Express Groningen draagt op dit moment onder protest pensioenpremie af aan Pensioenfonds Detailhandel.

Maaltijdbezorgers stellen dat zij niet vallen onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel. Het verplichtstellingsbesluit voldoet volgens Maaltijdbezorgers ook niet aan de eisen voor wetgeving. Zij vorderen daarom in deze procedure:

een verklaring voor recht dat het verplichtstellingsbesluit in relatie met Maaltijdbezorgers buiten toepassing moet blijven en dat Pensioenfonds Detailhandel zich daar niet op kan beroepen, óf een verklaring voor recht dat Pensioenfonds Detailhandel onrechtmatig tegen hen handelt door een beroep te doen op het verplichtstellingsbesluit;

Pensioenfonds Detailhandel te verbieden om het verplichtstellingsbesluit tegenover Maaltijdbezorgers te handhaven;

een verklaring voor recht dat Maaltijdbezorgers niet onder de verplichtstelling van Pensioenfonds Detailhandel vallen en haar werknemers niet verplicht deelnemen aan de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel;

veroordeling van Pensioenfonds Detailhandel tot terugbetaling aan Maaltijdbezorgers van betaalde pensioenpremies, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;

veroordeling van Pensioenfonds Detailhandel in de proceskosten.

Pensioenfonds Detailhandel voert verweer tegen de vorderingen van Maaltijdbezorgers. In reconventie vordert Pensioenfonds Detailhandel:

een verklaring voor recht dat de franchisenemers, óf Maaltijdbezorgers, vanaf de datum van oprichting van hun onderneming, óf vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel vallen en verplicht zijn tot naleving van de statuten en reglement van Pensioenfonds Detailhandel, waaronder mede begrepen de verplichting om gegevens aan te leveren en pensioenpremies te betalen ten behoeve van werknemers die vanaf die datum in dienst zijn of zijn geweest bij genoemde ondernemingen;

veroordeling van [onderneming 1] en/of Burgerme Oss om via het werkgeversportaal de volledige werknemersgegevens aan Pensioenfonds Detailhandel te verstrekken, op straffe van een dwangsom;

veroordeling van [onderneming 1] en/of Burgerme Oss om de premienota’s van Pensioenfonds Detailhandel (vastgesteld op basis van de onder b. genoemde gegevens) binnen veertien dagen na factuurdatum te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente;

veroordeling van Maaltijdbezorgers in de proceskosten.

4. De beoordeling

In conventie en reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze gezamenlijk behandeld. De kantonrechter is van oordeel dat Maaltijdbezorgers vallen onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel. Dat zal hieronder worden toegelicht.

Het verplichtstellingsbesluit is rechtsgeldig en duidelijk

Het verplichtstellingsbesluit bepaalt dat de deelneming in Pensioenfonds Detailhandel onder meer verplicht is voor werknemers die werkzaam zijn bij een natuurlijke of rechtspersoon die de detailhandel uitoefent. Het begrip detailhandel is in het verplichtstellingsbesluit als volgt omschreven:

c. detailhandel:

1. het bedrijf van het kopen en aan particulieren verkopen van waren;

2. (…)”.

(hierna: de definitie detailhandel)

Onder waren wordt in het verplichtstellingsbesluit verstaan:

e. waren: alle waren met uitzondering van automobielen, benzine, bloembollen, landbouwzaden, levend pluimvee, pootaardappelen, scheepsbenodigdheden en tuinbouwzaden;”.

In het verplichtingstellingsbesluit is bepaald dat de verplichtstelling onder meer niet geldt voor de werknemers in de detailhandel die werkzaam zijn bij een “werkgever, in wiens onderneming de detailhandel in loonbedrag overtroffen wordt door het loonbedrag in verband met andere in die onderneming plaatsvindende bedrijvigheid”. Ook geldt de verplichtstelling niet voor de werknemers werkzaam in de detailhandel die “ingevolge enige beschikking krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (…) verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfstakpensioenfonds (…)”. (hierna: de samenloopbepaling)

Maaltijdbezorgers stellen dat het verplichtstellingbesluit niet aan de eisen voor wetgeving voldoet. Het besluit is volgens Maaltijdbezorgers in strijd met nationale en Europese rechtsbeginselen van rechtszekerheid en legaliteit. Onder verwijzing naar onder meer artikel 7 EVRM en artikel 49 EU-Handvest stellen Maaltijdbezorgers dat het voor een werkgever redelijk, duidelijk en kenbaar moet zijn of hij onder het verplichtstellingsbesluit valt. De verplichtingstelling van Pensioenfonds Detailhandel is volgens Maaltijdbezorgers te weinig afgebakend en biedt daardoor geen rechtszekerheid en duidelijkheid. De kantonrechter volgt Maaltijdbezorgers niet in die stelling en zal uitleggen waarom niet.

Het gaat hier om het recht van werknemers op een pensioenvoorziening die gelijk is voor alle werknemers die binnen een bepaalde branche werkzaam zijn. De Wet Bpf geeft de Minister de bevoegdheid op aanvraag van representatieve sociale partners deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds verplicht te stellen voor (groepen van) personen die in de betrokken bedrijfstak werkzaam zijn. Het verplichtstellingsbesluit is dus gebaseerd op een wet in formele zin en voldoet daarmee aan het legaliteitsbeginsel.

Het verplichtstellingsbesluit is naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende duidelijk en biedt werkgevers voldoende houvast om vast te kunnen stellen of hun activiteiten onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel vallen of niet. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in vergelijkbare zin geoordeeld in het arrest van 9 maart 2021 (hierna: Domino’s arrest). Het hof heeft in dat arrest overwogen dat uit de bewoordingen van bepaling c onder 1 van het verplichtstellingsbesluit naar objectieve maatstaven volgt dat de bedrijfsactiviteiten van de franchisenemers onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit vallen. Volgens het hof valt niet in te zien dat Pensioenfonds Detailhandel in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur handelt, door vast te stellen dat de franchisenemers verplicht moeten deelnemen. Het Domino’s arrest is op 25 november 2022 door de Hoge Raad bekrachtigd. In deze arresten was net als in deze zaak de uitleg van de definitie ‘waren’ het onderwerp van geschil. De rechtspraak is unaniem in het oordeel dat die definitie voldoende duidelijk is om objectief vast te kunnen stellen of een werkgever al dan niet onder de definitie valt. De rechtszekerheid wordt in dit geval dus niet geschonden als uitvoering wordt gegeven aan de verplichtstelling.

De conclusie is dan ook dat van strijd met het Europese recht of fundamentele rechtsbeginselen geen sprake is.

Maaltijdbezorgers zijn werkgevers op wie het verplichtstellingsbesluit van toepassing is

Maaltijdbezorgers zijn actief op het gebied van maaltijdbezorging. Zij houden zich bezig met het op bestelling bereiden en verstrekken van maaltijden voor directe consumptie ter plaatse, afhaal of op een bezorgadres. Volgens Pensioenfonds Detailhandel zijn de activiteiten van Maaltijdbezorgers aan te merken als detailhandel in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Zij zijn dus een bedrijf in de zin van de definitie detailhandel. Volgens Maaltijdbezorgers is dat niet juist. Zij voeren daarvoor onder meer aan dat zij geen ‘waren’ verkopen. Zij bereiden klant specifieke bestellingen voor directe consumptie, die consumenten ook ter plaatse kunnen eten. De activiteiten moeten volgens Maaltijdbezorgers daarom worden gezien als dienst of horeca activiteit en niet als verkoop.

Partijen zijn het er dus niet over eens of de activiteiten van Maaltijdbezorgers onder de definitie detailhandel vallen. Die bepaling moet dus worden uitgelegd. Volgens vaste jurisprudentie vindt die uitleg plaats op basis van de zogenoemde cao-norm. Deze norm houdt in dat aan een bepaling een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven. Uitgangspunt is daarbij dat de bewoordingen (in dit geval: van het verplichtstellingsbesluit), bezien in de context, van doorslaggevende betekenis zijn. Het gaat dus om de betekenis die naar objectieve maatstaven uit de woorden van het vrijstellingsbesluit naar voren komt. De bedoeling van de sociale partners die het besluit tot stand hebben gebracht, is alleen relevant voor zover die uit de opgenomen bepalingen kenbaar is. Bij de uitleg kan onder meer gekeken worden naar overige in het besluit gebruikte formuleringen en naar de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de eventueel verschillende, op zichzelf mogelijke, tekstinterpretaties zouden leiden. Ook de bewoordingen van de eventueel bij het besluit behorende schriftelijke toelichting moeten bij de uitleg worden betrokken. Als de bedoeling van de partijen bij het besluit naar objectieve maatstaven volgt uit de bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest, kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend.

Maaltijdbezorgers hebben beschreven dat zij in hun bedrijven etenswaren bereiden op bestelling en dus naar de specifieke eisen van de consument die ze koopt. Hun bedrijven moeten daarom volgens hen als een bepaald type horeca worden gezien dat niet valt onder de definitie van het verplichtstellingsbesluit en overigens evenmin onder de bedrijvigheid als bedoeld in het verplichtstellingsbesluit van het bedrijfstakpensioenfonds Horeca & Catering. Om die reden is gevraagd de definitie van bedrijvigheid in het verplichtstellingsbesluit van het bedrijfstakpensioenfonds Horeca & Catering uit te breiden met maaltijdbezorgers. Zolang dat niet is geregeld hoeven Maaltijdbezorgers, zo menen zij, niet verplicht deel te nemen aan enig pensioenfonds.

In het voornoemde Domino’s arrest heeft het hof, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad, de definitie detailhandel uitgelegd conform de cao-norm. Het Hof is, in navolging van de kantonrechter Midden-Nederland in die zaak, tot de conclusie gekomen dat onder het begrip ‘waren’ ook bewerkte of bereide etenswaren vallen. De waren die ingekocht en verkocht worden hoeven daarbij niet identiek te zijn. De mate en de wijze van bewerking of bereiding is daarbij evenmin van belang. Als deze uitleg wordt toegepast op de casus in deze zaak, kan er geen andere conclusie zijn dan dat het hier gaat om soortgelijke gevallen. Maaltijdbezorgers kopen en verkopen namelijk etenswaren in, bewerken deze en verkopen ze vervolgens aan de consument die ze besteld heeft. Dat maakt dat Maaltijdbezorgers werkgevers zijn die vallen onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel. Dat sluit niet uit dat hun bedrijfsactiviteiten door de buitenwereld (Kamer van Koophandel, belastingdienst en publiek) ook (kunnen) worden gezien als horeca-activiteiten en dus een samenloop/botsing op zouden kunnen leveren met een andere verplicht gestelde deelneming aan een bedrijfstakpensioenfonds. Daarom moet er ook worden gekeken naar de samenloopbepaling in het verplichtstellingsbesluit.

Maaltijdbezorgers vallen niet onder een uitzondering op de verplichtstelling van de deelneming

Zoals hiervoor is overwogen, geldt de verplichtstelling niet voor werknemers die in de detailhandel werkzaam zijn bij een “werkgever, in wiens onderneming de detailhandel in loonbedrag overtroffen wordt door het loonbedrag in verband met andere in die onderneming plaatsvindende bedrijvigheid”. Op basis van de ingenomen stellingen kan de kantonrechter niet vaststellen dat van een dergelijke situatie sprake is. De kantonrechter motiveert dit als volgt.

Een uitzondering op de verplichtstelling doet zich voor als de werknemers (kort gezegd) verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfstakpensioenfonds. Dat zou in dit geval het bedrijfstakpensioenfonds voor de Horeca & Catering kunnen zijn. Maar, Maaltijdbezorgers zelf hebben op de mondelinge behandeling bevestigd dat zij niet onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Horeca & Catering vallen. Die uitzondering doet zich hier dus niet voor.

Maaltijdbezorgers hebben niet concreet gemaakt welk loonbedrag binnen hun ondernemingen gekoppeld is aan welke activiteit. Het enige dat Maaltijdbezorgers naar voren hebben gebracht is dat zij kwalificeren als maaltijdbezorgers en niet vallen onder horeca in de zin van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Horeca & Catering. Daarom moet de kantonrechter er, net als in het Domino’s arrest, vanuit gaan dat het merendeel van de activiteiten van Maaltijdbezorgers ziet op de bereiding van de maaltijden ten behoeve van de bezorging aan de particuliere klant en dus de verkoop van het bereide product.

De conclusie

De conclusie is dat Maaltijdbezorgers onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van Pensioenfonds Detailhandel vallen. De vorderingen van Maaltijdbezorgers worden daarom afgewezen, die van Pensioenfonds Detailhandel kunnen worden toegewezen.

Op de mondelinge behandeling heeft Pensioenfonds Detailhandel toegezegd dat zij aan Maaltijdbezorgers (en vergelijkbare ondernemingen in de branche) een coulanceregeling zal aanbieden, zoals zij al eerder heeft gedaan aan soortgelijke ondernemingen. Een onderdeel van deze regeling is dat de ondernemingen pensioenpremie verschuldigd zijn vanaf 2021 of vanaf de later gelegen datum van oprichting. Pensioenfonds Detailhandel sluit hiervoor aan bij de datum van het Domino’s arrest van 9 maart 2021, omdat van eventuele onduidelijkheid voor werkgevers in de branche vanaf dat moment geen sprake meer kan zijn geweest. De coulanceregeling bepaalt verder dat werkgevers gegevens moeten vertrekken en pensioenpremie moeten betalen. Voor de achterstallige pensioenpremie geldt een betalingsregeling.

De kantonrechter zal de vorderingen van Pensioenfonds Detailhandel toewijzen conform de toegezegde coulanceregeling. Gelet op deze regeling is voor toewijzing van een dwangsom geen plaats.

Proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad

Maaltijdbezorgers worden, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten). Deze kosten van Pensioenfonds Detailhandel worden in conventie begroot op € 1.765, bestaande uit € 1.630 (2 punten x

€ 815) aan salaris gemachtigde en € 135 aan nakosten. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Gelet op de samenhang met de vordering in conventie, worden de kosten van Pensioenfonds Detailhandel in reconventie begroot op nihil.

Pensioenfonds Detailhandel heeft verzocht dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Maaltijdbezorgers hebben hiertegen verweer gevoerd. De kantonrechter overweegt dat een gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring als uitgangspunt moet worden toegewezen. Het kan alleen worden afgewezen als het belang van Maaltijdbezorgers bij het behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van Pensioenfonds Detailhandel bij de tenuitvoerlegging van het vonnis. Maaltijdbezorgers hebben onvoldoende gesteld om aan te nemen dat daar in dit geval sprake van is. Zij hebben er weliswaar op gewezen dat zij failliet dreigen te gaan als zij alsnog (achterstallige) pensioenpremie moeten betalen, maar dit is een risico dat verband houdt met de keuze van Maaltijdbezorgers om geen pensioenregeling te treffen voor hun personeel en kan, ervan uit gaande dat zij nu eenmaal verplicht een pensioenregeling moeten treffen, niet gelden als een belang dat zwaarder weegt dan dat van Pensioenfonds Detailhandel. Pensioenfonds Detailhandel is namelijk gehouden pensioenaanspraken van het personeel van Maaltijdbezorgers te honoreren als die zich melden en is verplicht te zorgen voor voldoende dekking van die aanspraken. Bovendien past Pensioenfonds Detailhandel een coulanceregeling toe en biedt waar nodig ook individuele betalingsregelingen aan. Het vonnis zal daarom uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard als na te melden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Maaltijdbezorgers in de proceskosten van € 1.765, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Maaltijdbezorgers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt Maaltijdbezorgers tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen zijn betaald;

verklaart dit vonnis in conventie voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie:

verklaart voor recht dat Maaltijdbezorgers onder de werkingssfeer van Pensioenfonds Detailhandel vallen en vanaf 9 maart 2021, althans vanaf de later gelegen datum van oprichting, verplicht zijn tot naleving van de statuten en reglement van Pensioenfonds Detailhandel, waaronder mede begrepen de verplichting om gegevens aan te leveren en pensioenpremies te betalen ten behoeve van werknemers die vanaf die datum in dienst zijn of zijn geweest bij genoemde ondernemingen;

veroordeelt [onderneming 1] en Burgerme Oss om conform de toegezegde coulanceregeling de volledige werknemersgegevens aan Pensioenfonds Detailhandel te verstrekken;

veroordeelt [onderneming 1] en Burgerme Oss om conform de toegezegde coulanceregeling de premienota’s van Pensioenfonds Detailhandel te voldoen;

veroordeelt Maaltijdbezorgers in de proceskosten van Pensioenfonds Detailhandel in reconventie, tot op heden begroot op nihil;

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.C.P.M. Straver

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2026/242 AR-Updates.nl 2026-1137
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand