ECLI:NL:RBMNE:2026:399

ECLI:NL:RBMNE:2026:399

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 11850559 \ MC EXPL 25-4683
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Betaling premienota's. Geen premie verschuldigd want verzekeraar heeft geen risico gelopen (7:938 BW)

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 11850559 \ MC EXPL 25-4683

Vonnis van 14 januari 2026

in de zaak van

N.V. UNIVÉ SCHADE,

gevestigd en kantoorhoudende te Assen,

eisende partij,

hierna te noemen: Univé,

gemachtigde: LikiFin,

tegen

[gedaagde] B.V.,

(mede) gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. J.B.M. Swart.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 augustus 2025 met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van antwoord met producties 1;- de conclusie van repliek met productie 4;- de conclusie van dupliek.

De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] heeft een aansprakelijkheidsverzekering voor haar auto (een Fiat 500 met kenteken [kenteken] , hierna: de auto) bij Univé afgesloten. [gedaagde] heeft de premienota’s over de periode van 30 september 2024 tot en met 30 december 2024 niet betaald. Univé heeft vanwege de wanbetaling de aansprakelijkheidsverzekering per 17 januari 2025 beëindigd. Univé wil dat [gedaagde] de premienota’s van in totaal van € 287,59 alsnog betaalt. De vraag is of [gedaagde] de premienota’s aan Univé moet betalen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de premienota’s niet aan Univé hoeft te betalen.

3. De beoordeling

[gedaagde] hoeft de premienota’s van in totaal € 287,59 niet aan Univé te betalen

[gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de premienota’s betwist. Primair stelt [gedaagde] dat zij de verzekering op 25 september 2024 heeft opgezegd. De verzekering is daarom per 30 september 2024 geëindigd, waardoor er geen grondslag meer bestaat voor de vordering van Univé. Subsidiair stelt [gedaagde] dat zij de premienota’s niet hoeft te betalen, omdat Univé geen risico heeft gelopen in de gevorderde periode (artikel 7:938 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). De kantonrechter oordeelt als volgt.

Partijen twisten in de eerste plaats over de vraag of de opzegging van 25 september 2024 van [gedaagde] Univé heeft bereikt en dus door Univé is ontvangen. De kantonrechter is van oordeel dat de beantwoording van die vraag in het midden kan blijven en wel om het volgende. Voor zover Univé gelijk heeft en zij de opzegging niet heeft ontvangen omdat de opzegging is verzonden naar een no-reply e-mailadres van Univé en haar daarom niet heeft bereikt, heeft te gelden dat het beroep van [gedaagde] op artikel 7:938 lid 1 BW slaagt.

In artikel 7:938 lid 1 is – kort gezegd – bepaald dat er geen premie is verschuldigd als in het geheel geen risico is gelopen door de verzekeraar (Univé) of de tot uitkering gerechtigde ( [gedaagde] ). [gedaagde] heeft onderbouwd gesteld dat zij per 30 september 2024 de auto heeft verkocht/geleverd aan [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) (zie productie 2 van [gedaagde] ). De auto kwam vanaf dat moment voor risico voor [bedrijf] . [bedrijf] heeft de auto ook verzekerd en de auto is nog altijd verzekerd (zie productie 3 van [gedaagde] ). Univé heeft vanaf 30 september 2024 tot en met 17 januari 2025 (datum van de beëindiging van de verzekering door Univé) daarom geen risico gelopen. Dit alles heeft Univé niet betwist.

De kantonrechter is van oordeel dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:938 lid 1 BW. Het staat vast dat Univé over de gevorderde periode geen risico heeft gelopen. [gedaagde] hoeft daarom geen premie aan Univé te betalen. De vordering tot betaling van de gevorderde premienota’s wordt afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 287,59 niet aan Univé hoeft te betalen.

De nevenvorderingen worden ook afgewezen

Omdat de hoofdsom wordt afgewezen, worden de nevenvorderingen – de buitengerechtelijke incassokosten en de rente – ook afgewezen.

De proceskosten worden gecompenseerd

De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren en wel om het volgende. Univé heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] pas in deze procedure voor het eerst met dit verweer is gekomen, terwijl zij [gedaagde] daarvoor al meerdere malen heeft gesommeerd en/of aangemaand tot betaling. Als [gedaagde] naar aanleiding van de sommaties/aanmaningen eerder had gereageerd had wellicht deze procedure voorkomen kunnen worden. De proceskosten worden daarom tussen partijen gecompenseerd.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van Univé af,

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

HHt/37278

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?