RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/610667 / FV RK 26-1068
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend en verblijvend in [plaats] ,
advocaat mr. B. van Elst.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 april 2026;
twee e-mailberichten van mr. Van Est van 4 mei 2026.
Bij beschikking van 13 mei 2026 heeft de rechtbank de beslissing op het verzoek aangehouden in afwachting van een nieuwe medische verklaring en een geactualiseerd zorgplan.
Nadien heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen
de medische verklaring van 16 juni 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 17 juni 2026;
het antwoord per e-mail van het Openbaar Ministerie op een vraag van de rechtbank.
De behandeling van het verzoek is voortgezet op 22 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- [A] , als zorgverantwoordelijke psychiater verbonden aan [instelling] .
Betrokkene is niet bij de mondelinge behandeling verschenen. Ter zitting heeft de advocaat van betrokkene toegelicht dat hij betrokkene heeft ingelicht over de datum en het (gewijzigde) tijdstip van de zitting. De advocaat heeft aangegeven dat betrokkene op dit moment moeilijk kan bewegen. De rechtbank heeft daarom mede in het licht van de fysieke beperkingen die betrokkene ervaart, vastgesteld dat betrokkene afziet van zijn rechtbank om gehoord te worden. De advocaat van betrokkene heeft de rechtbank de dag na de zitting bericht dat betrokkene zich had vergist in het tijdstip van de zitting. Nu de rechtbank ter zitting mondelinge uitspraak heeft gedaan, kan de rechtbank de behandeling van het verzoek niet heropenen.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. De officier van justitie heeft laten weten dat uit navraag bij [instelling] is gebleken dat er een verschil van inzicht over de noodzaak tot verplichte zorg bestaat tussen de psychiater die de meest recente medische verklaring heeft geschreven en de psychiater die het zorgplan heeft opgesteld. Omdat de vraag of verplichte zorg noodzakelijk is mede een zorginhoudelijk karakter heeft, acht de officier van justitie zich niet in de positie daarover een inhoudelijk standpunt in te nemen. Zij zal zich daarom refereren aan het oordeel van uw rechtbank.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft (vermoedelijk) schizofrenie of een waanstoornis. Hierover verschillen de laatste onafhankelijk psychiater en de psychiater die het zorgplan heeft opgesteld van mening. De psychiater die het zorgplan heeft opgemaakt is betrokken bij de behandeling van betrokkene in het vrijwillig kader na een MAB-melding (meld- en adviespunt Bezorgd. Betrokkene betwist dat er sprake is van een psychische stoornis. Volgens betrokkene heeft hij enkel lichamelijke klachten en geen psychische klachten. Gelet op de nieuwe medische verklaring 16 juni 2026 en het nieuwe zorgplan van 2 april 2026 ziet de rechtbank echter geen aanleiding om te twijfelen dat er bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis. Aan welke stoornis betrokkene precies lijdt, moet nog blijken, hetzij een somatische symptoomstoornis hetzij een psychotische stoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is van mening dat hij niet aan een psychiatrische stoornis lijdt. Hij wil hier dan ook geen behandeling voor en hij vertoont veel verzet. Het is daarom nodig dat de zorg in het verplichte kader wordt gegeven.
De onafhankelijk psychiater en de zorgverantwoordelijke psychiater verschillen van mening of verplichte zorg doelmatig en proportioneel is. De onafhankelijk psychiater acht de verplichte zorg niet doelmatig en proportioneel vanwege de aard van de klachten van betrokkene, de effectiviteit van medicatie voor de stoornis en de hoge mate van verzet dat betrokkene vertoont. De psychiater die het zorgplan heeft opgesteld, heeft toegelicht dat hij verplichte zorg wel doelmatig en proportioneel acht, omdat het ernstig nadeel erg groot is en medicatie helpend voor betrokkene kan zijn. Het is nog niet duidelijk van welke stoornis sprake is bij betrokkene. Bij de twee mogelijke stoornissen verschillen de kansen op effectiviteit van de medicatie. Indien de medicatie positief effect heeft, kan betrokkene vervolgens geholpen worden met het verbeteren van zijn kwaliteit van leven op andere vlakken. De psychiater die het zorgplan heeft opgesteld, wil dit graag een kans geven.
De rechtbank is het met de psychiater die het zorgplan heeft opgesteld eens dat het ernstig nadeel dusdanig groot is dat verplichte zorg proportioneel en doelmatig is. Er is sprake geweest van reëel gevaar op ernstig lichamelijk letsel bij anderen, psychische schade bij betrokkene en bij anderen en van grote maatschappelijke teloorgang van betrokkene. Betrokkene wordt er van verdacht een poging te hebben gedaan om met een zaag zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan een buurman. Het leven van betrokkene is vastgelopen. Hij heeft geen baan, geen contact met zijn dochter en slecht contact met zijn broer en vader. De medewerkers van de huisarts zijn bang voor betrokkene. Hij zoekt vaak contact in verband met zijn ervaren fysieke klachten. Zowel de onafhankelijk psychiater als de psychiater die het zorgplan heeft opgesteld, hebben toegelicht dat medicatie dit kan verbeteren. Voor de rechtbank is niet gebleken dat dit al is geprobeerd, al dan niet in de PPC waar betrokkene slechts een ruime week heeft verbleven, en dat dit ineffectief is geweest. Dat de behandeling van betrokkene veel weerstand bij hem op zal leveren, maakt voor de rechtbank niet dat niet geprobeerd moet worden om het ernstig nadeel voor betrokkenen en anderen te verminderen. Ook het feit dat bij de ene diagnose de kansen op verandering door medicatie aanzienlijk groter zijn dan bij de andere diagnose maakt dat niet anders. Met name nu het niet verlenen van verplichte zorg het risico op verwezenlijking van het ernstig nadeel vergroot. De rechtbank heeft wel benadrukt dat de verplichte zorg verleend en gestart moet worden op een wijze die het minst ingrijpend is voor betrokkene. De psychiater die het zorgplan heeft opgesteld, heeft toegezegd zich hiervoor in te zullen zetten.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.8. en 3.9. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Joosten, griffier en op schrift gesteld op 1 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.