ECLI:NL:RBMNE:2026:411

ECLI:NL:RBMNE:2026:411

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 16/069478-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Rijden met een zeer hoge snelheid binnen de bebouwde kom met een verkeersongeval tot gevolg. Vrijspraak artikel 6 WVW. Veroordeling artikel 5a WVW. Oplegging taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/069478-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 februari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2001] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [plaats 1] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 28 januari 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

primair

op 4 februari 2024 in Almere als bestuurder van een motorrijtuig zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk werd toegebracht dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

op 4 februari 2024 in Almere als bestuurder van een personenauto zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

meer subsidiair

op 4 februari 2024 in Almere als bestuurder van een personenauto zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De advocaat voert hiervoor verschillende verweren over het bewijs. Deze verweren worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken in paragraaf 3.3.

De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak primair tenlastegelegde

De rechtbank oordeelt dat het primair tenlastegelegde niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Voor een bewezenverklaring van dit feit is vereist dat het door het ongeval ontstane letsel van [slachtoffer] kan worden gekwalificeerd als ‘zwaar lichamelijk letsel’ dan wel dat bij hem sprake was van zodanig letsel dat hieruit ‘tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan’. De rechtbank is van oordeel dat niet aan deze vereisten is voldaan en legt hierna uit waarom.

Zwaar lichamelijk letsel

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, gelden als algemene gezichtspunten de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en de aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.

In de tenlastelegging staat over het letsel van [slachtoffer] de volgende opsomming opgenomen: meerdere gekneusde ribben, een wond aan zijn oor, een scheur in het kraakbeen van de ruggenwervel, twee gekneusde longen en een afgebroken tand. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier vaststaat dat [slachtoffer] dit letsel als gevolg van het verkeersongeval heeft opgelopen. De rechtbank heeft echter geen verdere informatie over het letsel. Het dossier bevat hiervan geen objectieve medische gegevens (zoals een letselverklaring), geen foto’s en ook geen beschrijving met enige detailinformatie. Verder ontbreekt in het dossier informatie over de eventuele noodzaak tot medisch ingrijpen en het verloop van het herstel. Wel heeft de verdachte op de zitting een schriftelijke verklaring overgelegd van [slachtoffer] waaruit volgt dat hij ‘goed’ is hersteld. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de enkele vaststelling dat sprake was van het hiervoor genoemde letsel onvoldoende is voor de kwalificatie zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank merkt aanvullend het volgende op. Uit het dossier volgt dat [slachtoffer] aan de politie heeft verklaard dat hij als gevolg van het ongeval ook beide sleutelbenen had gebroken. De verdachte heeft hierover op de zitting verklaard dat [slachtoffer] vanwege deze breuken twee operaties heeft ondergaan. De rechtbank weegt dit letsel en de kennelijke noodzaak tot medisch ingrijpen daarbij echter niet mee in haar oordeel of sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel. De reden hiervoor is dat de gebroken sleutelbenen niet zijn opgenomen als letsel in de tenlastelegging.

Tijdelijke ziekte dan wel verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

De rechtbank is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat het door het ongeval ontstane letsel van [slachtoffer] tot gevolg heeft gehad dat bij hem sprake is geweest van tijdelijke ziekte dan wel verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Het dossier bevat hierover geen informatie. Wel is het zo dat de verdachte op de zitting heeft verklaard over het verloop van het herstel van het letsel van [slachtoffer] , maar die verklaring is onvoldoende concreet om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank licht dit als volgt toe.

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat [slachtoffer] na het ongeval ‘heel snel de draad heeft opgepakt, maar dat niet alles direct ging zoals voorheen.’ Volgens de verdachte heeft [slachtoffer] een periode zijn werk niet kunnen uitvoeren. De verdachte wist niet precies hoe lang die periode heeft geduurd, maar mogelijk ging het om meerdere maanden. De verdachte voegde hieraan toe dat hij niet weet of [slachtoffer] in die periode vervangende werkzaamheden heeft verricht. De rechtbank begrijpt dat de verdachte hiermee bedoelde dat dit mogelijk het geval is geweest. Verder heeft de verdachte over de sportactiviteiten van [slachtoffer] verklaard dat hij kickbokst en dat hij acht maanden na het ongeval die sport weer is gaan beoefenen.

De rechtbank is van oordeel dat zij op basis van deze enkele verklaring van de verdachte te weinig concrete informatie heeft over de normale bezigheden van [slachtoffer] (zijn taken en functies in het maatschappelijke leven) en de eventuele mate waarin hij na het ongeval verhinderd was in de uitoefening daarvan.

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).

Bewijsmiddelen subsidiair tenlastegelegde

De rechtbank oordeelt dat het subsidiair tenlastegelegde is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen subsidiair tenlastegelegde

Voor de beantwoording van de vraag of het subsidiair tenlastegelegde kan worden bewezen, moet worden beoordeeld: 1) of de verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, 2) of hij dat opzettelijk heeft gedaan, en 3) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen. De advocaat heeft aangevoerd dat de verdachte met zijn rijgedrag de verkeersregels niet in ernstige mate heeft geschonden. De rechtbank is echter van oordeel dat dit wel het geval is geweest en dat ook aan de overige vereisten is voldaan. De rechtbank legt hierna uit waarom.

Ernstige schending van de verkeersregels

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte als bestuurder van een auto op de Elementendreef in Almere heeft gereden. De verdachte is op die weg over een afstand van ongeveer 800 meter drie kruispunten gepasseerd waarbij gemiddelde snelheden zijn vastgesteld tussen 166 en 188 kilometer per uur. Dit terwijl ter plaatse maximaal 50 kilometer per uur was toegestaan. Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte vervolgens op dezelfde weg met een snelheid van meer dan 131 kilometer per uur een bocht heeft genomen. De verdachte is in die bocht door zijn te hoge snelheid de controle over de auto verloren, waarna de auto van de weg is geraakt.

Gelet op deze feiten en omstandigheden staat vast dat de verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. De verdachte heeft voor een langere periode met een veel hogere snelheid dan de maximumsnelheid gereden. Hij heeft hierbij de maximumsnelheid met ruim meer dan drie keer overschreden.

Opzettelijk

Uit de hiervoor beschreven gedragingen kan worden afgeleid dat de verdachte opzet had op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Dit opzet volgt bovendien uit zijn eigen verklaring. De verdachte heeft namelijk op de zitting verklaard dat hij stoer wilde doen en wilde showen met de auto. Ook heeft hij verklaard dat hij de auto heeft getest en het uiterste heeft opgezocht.

Gevaar te duchten

Er was door het rijgedrag van de verdachte levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten. Het is namelijk in zijn algemeenheid voorzienbaar dat een zeer gevaarlijke situatie ontstaat wanneer binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid zo aanzienlijk wordt overschreden. De rechtbank weegt hierbij ook mee dat de bestuurder van een voertuig niet in staat kan worden geacht om bij een dergelijke snelheid steeds adequaat te reageren op de aanwezigheid en het verkeersgedrag van andere verkeersdeelnemers.

Conclusie

Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

subsidiair

op 4 februari 2024 te Almere als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Elementendreef , zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- te rijden met een veel hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 km/u en- onvoldoende zijn snelheid te minderen bij het naderen van een bocht in de Elementendreef en- de bocht in de Elementendreef niet te maken en het verloop van die weg niet te volgen,ten gevolge waarvan hij, verdachte, de controle over de auto is kwijtgeraakt en het voertuig meermalen over de kop is geslagen, door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;

- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 1,5 jaar.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat het ongeluk bijna twee jaar geleden heeft plaatsgevonden en dat het een behoorlijke impact op de verdachte heeft gehad. De advocaat verzoekt om een eventuele vrijheidsbenemende straf in een voorwaardelijk kader op te leggen. Dit zodat de verdachte zijn leven buiten detentie kan voortzetten. Verder verzoekt de advocaat om geen onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen. De verdachte heeft voor zijn werk namelijk een geldig rijbewijs nodig. Ook verzoekt de advocaat een eventuele taakstraf te beperken tot een duur die gelijk is aan de vakantieperiode.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte op een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar, met een proeftijd van 2 jaar.

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft als bestuurder van een auto de verkeersregels opzettelijk in ernstige mate geschonden. Hij heeft op de Elementendreef in Almere voor een langere periode met een veel hogere snelheid dan de maximumsnelheid gereden. De maximumsnelheid is hierbij met ruim meer dan drie keer overschreden. De verdachte is vervolgens door zijn te hoge snelheid in een bocht de controle over de auto verloren. De auto is van de weg geraakt en via de berm in het daarnaast gelegen weiland terechtgekomen. In het weiland is de auto een aantal keer over de kop geslagen, waarna deze tot stilstand kwam. In de auto zaten vier inzittenden (onder wie dus de verdachte) die in meer of mindere mate gewond zijn geraakt.

De verdachte heeft met zijn rijgedrag zeer onverantwoord gedrag vertoond en onaanvaardbare risico’s genomen. Zoals volgt uit zijn verklaring, wilde hij stoer doen en showen met de auto. Hij heeft daarbij geen oog gehad voor de veiligheid van zijn passagiers en die van andere weggebruikers. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om te begrijpen dat het roekeloze rijgedrag van de verdachte nog veel ernstiger letsel had kunnen veroorzaken dan nu het geval is geweest.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennis genomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie over hem van 22 december 2025 (hierna: het strafblad). Hieruit volgt dat aan de verdachte in het jaar 2022 een strafbeschikking is opgelegd voor een snelheidsovertreding (bestaande uit een forse geldboete en een rijontzegging van 40 dagen). De verdachte was dus een gewaarschuwd mens. De rechtbank zal daarom het strafblad van de verdachte in strafverzwarende zin meewegen.

De verdachte heeft tijdens de zitting verteld dat hij zijn leven op orde heeft. Hij woont op zichzelf en werkt als liftmonteur. Hij kan rondkomen van zijn werk en heeft geen schulden.

Strafkader en straf

Voor het in ernstige mate schenden van de verkeersregels zoals bedoeld in artikel 5a WVW ontbreekt een oriëntatiepunt voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank heeft daarom gekeken naar straffen die in andere, vergelijkbare zaken worden opgelegd. Hieruit volgt dat voor dit feit uiteenlopende taak- en/of gevangenisstraffen worden opgelegd, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat in dit geval een geheel onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet echter aanleiding voor een lagere taakstraf dan door de officier van justitie is geëist. De reden hiervoor is allereerst dat de rechtbank – gelet op de vrijspraak van het primair tenlastegelegde – tot een andere bewezenverklaring komt. Verder weegt de rechtbank mee dat het gepleegde feit meer dan twee jaar geleden heeft plaatsgevonden. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte op de zitting spijt heeft betuigd en openheid van zaken heeft gegeven over het door hem gepleegde feit. De verdachte heeft daarbij zelfinzicht getoond en verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden.

De rechtbank zal daarnaast aan de verdachte – gelet op de ernst van het gepleegde feit en zijn strafblad – een rijontzegging opleggen. In afwijking van de eis van de officier van justitie zal de rechtbank deze rijontzegging geheel voorwaardelijk opleggen. De rechtbank weegt hierbij mee dat het aannemelijk is dat de verdachte voor zijn werk als liftmonteur de beschikking moet hebben over een geldig rijbewijs. Verder heeft de verdachte met deze voorwaardelijke straf een forse stok achter de deur om niet opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank zal een kortere rijontzegging opleggen dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen rijontzegging voldoende recht doet aan de ernst van het gepleegde feit en het strafblad van de verdachte.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte de volgende straffen op:

een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;

een voorwaardelijke rijontzegging van 1 jaar, met een proeftijd van 2 jaar.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

7. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar;

- bepaalt dat deze ontzegging in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mr. R.B. Eigeman en mr. R.W. Nederveen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Almere als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Elementendreef , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- te rijden met een snelheid van meer dan 137 km/u, in elk geval een (veel) hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 km/u en/of- onvoldoende zijn snelheid te minderen bij het naderen van een bocht in de Elementendreef en/of- de bocht in de Elementendreef niet te maken en/of het verloop van die weg niet te volgen,ten gevolge waarvan hij, verdachte, de controle over de auto is kwijtgeraakt en het voertuig (meermalen) over de kop is geslagen, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere gekneusde ribben, een wond aan zijn oor, een scheur in het kraakbeen van de ruggenwervel, twee gekneusde longen en een afgebroken tand, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Almere als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Elementendreef , zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- te rijden met een snelheid van meer dan 137 km/u, in elk geval een (veel) hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 km/u en/of- onvoldoende zijn snelheid te minderen bij het naderen van een bocht in de Elementendreef en/of- de bocht in de Elementendreef niet te maken en/of het verloop van die weg niet te volgen,ten gevolge waarvan hij, verdachte, de controle over de auto is kwijtgeraakt en het voertuig (meermalen) over de kop is geslagen, door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Almere als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Elementendreef ,- heeft gereden met een snelheid van meer dan 137 km/u, in elk geval een (veel) hogere snelheid dan de voor hem aldaar geldende maximumsnelheid van 50 km/u en/of- onvoldoende zijn snelheid heeft geminderd bij het naderen van een bocht in de Elementendreef en/of- de bocht in de Elementendreef niet heeft gemaakt en/of het verloop van die weg niet heeft gevolgd,ten gevolge waarvan hij, verdachte, de controle over de auto is kwijtgeraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Bijlage II: Bewijsmiddelen van het subsidiair tenlastegelegde

De verklaring van de verdachte op de zitting van 28 januari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In Almere heb ik harder gereden dan toegestaan. Ik heb te weinig afgeremd voor de bocht. De auto is van de weg geraakt.

Ik sluit niet uit dat de gemiddelde snelheden bij de kruispunten die in het proces-verbaal van het forensisch onderzoek staan genoemd, kloppen. Het kan kloppen dat ik in de bocht harder heb gereden dan 131 kilometer per uur.

Ik heb mijzelf overschat. Het ging om uitsloofgedrag. Ik heb de auto getest. Ik wilde stoer doen en showen met de auto. Ik heb het uiterste opgezocht.

Een proces-verbaal van bevindingen van 9 september 2024, voor zover inhoudende:

Op 4 februari 2024 (…) reden verbalisanten (…) op de Elementendreef richting Almere Poort. (…) Tevens zagen verbalisanten enkele personen in de berm en op het weiland met lampen staan. (…) Zij vertelden ons dat net er een verkeersongeval had plaats gevonden en dat er iemand op het gras ernstig gewond lag en dat wij moesten zo snel mogelijk de ambulancedienst inschakelen.

(…) Ik zag een auto ongeveer 40 meter ver van de berm in het weiland staan. Deze auto is van het merk Audi, zwart en gekentekend [kenteken] .

(…)

Wij, verbalisanten, hebben de personalia van alle inzittenden opgenomen.

Dit bleken;

- [verdachte] , geboren [2001] te [geboorteplaats] , woonachtig op [adres 2] te [plaats 2]

(…)

Uit ons onderzoek ter plaatse bleek dat op het moment van het ongeluk [verdachte] de bestuurder van de Audi was.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek verkeer van 13 mei 2024, voor zover inhoudende:

Op 4 februari 2024 (…) vond op de Elementendreef , gelegen binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Almere (…) een verkeersongeval plaats.

Bij het genoemde ongeval was één personenauto betrokken welke de Elementendreef had bereden, komende vanuit de richting van de Poortdreef en gaande in de richting van de Hogering. Op het weggedeelte tussen de Europalaan en de Heliumweg, in een aldaar gelegen bocht, verloor de bestuurder van de auto waarschijnlijk door een te hoge snelheid de controle over zijn voertuig. Het voertuig raakte hierna in de slip, kwam naast de rijbaan eerst in de berm en daarna in het naast de berm gelegen grasland terecht. Hier sloeg het een aantal keren over de kop en kwam het op ruime afstand van de rijbaan tot stilstand.

In het voertuig zaten vier inzittenden die in meer of mindere mate gewond raakten. Eén van de inzittenden werd tijdens het ongeval uit het voertuig geslingerd.

(…)

Bij het ongeval was het volgende voertuig betrokken:

(…)

Wij zagen het volgende:

- de maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 50 km/u bedroeg als gevolg van artikel 20 onder a van het RVV 1990;

(…)

Uit de verkregen informatie stelden wij vast dat:

- (…)

- uit verklaringen bleek dat bet betrokken voertuig bij de Poortdreef de Elementendreef op was gereden en dat hij derhalve alle kruispunten op de Elementendreef – en dus alle verkeersregelinstallaties – tussen de Poortdreef en de plaats van het ongeval was gepasseerd;

- (…)

Met in achtneming van deze informatie werd door ons een onderzoek ingesteld naar de VRI data van de volgende kruispunten:

1. Elementendreef - Olympialaan

2. Elementendreef - Pierre de Coubertinlaan

3. Elementendreef – Europalaan

(…)

Wij zagen dat de melding van het verkeersongeval bij het operationeel centrum van de politie op 4 februari 2024 omstreeks 21:22 uur, geregistreerd was.

(…)

In onderstaande tabellen zijn de alle passages opgenomen van de door betrokken voertuig gereden rijrichting tussen 21:00 uur en het tijdstip van de melding, 21.22 uur. Hieruit bleek dat op alle drie de kruispunten één voertuig opvallend sneller passeerde dan de rest. Dit voertuig passeerde het laatste kruispunt 2 á 3 minuten voor het moment van de melding.

(…)

In de onderstaande tabel zijn de (…) afstanden (s) en de gemiddelde snelheden (v) weergegeven van zowel op de kruispunten als tussen de kruispunten. Ook hieruit bleek dat het zeer waarschijnlijk om één en hetzelfde voertuig ging.

(…)

De uitkomst van de berekening van de maximale bochtsnelheid waarmee deze bocht bereden kan worden, is ongeveer 131 km/h. Aangezien het betrokken voertuig zich in een driftsituatie bevond op het moment dat het de rijbaan verliet, is het aannemelijk dat de oorzaak daarvan was gelegen in een overschrijding van de hierboven berekende maximale bochtsnelheid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?