ECLI:NL:RBMNE:2026:417

ECLI:NL:RBMNE:2026:417

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 11851739 \ UC EXPL 25-6880
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Uitrijden parkeergarage via 'treintje rijden'. Geen kosten verloren parkeerkaart, wel schadevergoeding verschuldigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11851739 \ UC EXPL 25-6880

Vonnis van 21 januari 2026

in de zaak van

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

in Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

in [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord, mondeling gegeven op de rolzitting van 3 september 2025, waarna schriftelijk nog producties zijn ingediend,- de conclusie van repliek, en deponering van een USB-stick met beeldmateriaal door Q-Park,- de conclusie van dupliek.

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] heeft op 3 mei 2025 met zijn motor geparkeerd in een parkeergarage van Q-Park. Volgens [gedaagde] kon hij aanspraak maken op een regeling voor gratis parkeren. Maar dat systeem (zo voert [gedaagde] aan) weigerde. Omdat (nog steeds volgens [gedaagde] ) hij niemand van Q-Park kon bereiken, is [gedaagde] vlak achter iemand aan de parkeergarage uitgereden (‘treintje rijden’). Q-Park vordert de kosten ‘verloren kaart’ (€ 34,00), schadevergoeding (€ 382,41) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 62,41), alles met rente. De kantonrechter wijst de schadevergoeding en de incassokosten (gematigd) toe, met rente.

3. De beoordeling

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vrij kon parkeren. Bij de betreffende parkeergarage geldt een regeling dat een uur gratis kan worden geparkeerd, wanneer de parkeerder boodschappen doet bij de Jumbo. Volgens [gedaagde] heeft hij niet meer dan tien minuten geparkeerd gestaan, wat Q-Park niet betwist. [gedaagde] heeft een betaalbewijs overgelegd van de Jumbo van 3 mei 2025 om 19:24 uur, en hij is de parkeergarage uitgereden om 19¶27 uur. De kosten ‘verloren kaart’ worden daarom afgewezen.

Dat geldt niet voor de schadevergoeding voor ‘treintje rijden’. In de algemene voorwaarden van Q-Park is daarover een regeling opgenomen, die Q-Park in dat geval recht geeft op een schadevergoeding van € 382,41. Gezien het belang wat Q-Park heeft bij het tegengaan van dat fenomeen, acht de kantonrechter dat beding niet onredelijk bezwarend of oneerlijk voor [gedaagde] . Q-Park heeft voldoende aangevoerd waaruit de redelijkheid van dat bedrag blijkt. Onder geen beding had [gedaagde] direct achter iemand aan de parkeergarage mogen verlaten, zonder voorafgaand overleg met een medewerker van Q-Park. Dat dit onmogelijk zou zijn geweest, is gezien het tijdstip van betaling bij de Jumbo en het tijdstip van wegrijden uit de parkeergarage (3 minuten) volstrekt onaannemelijk. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom toegewezen.

De vordering voor de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan die eisen is voldaan, behalve voor de hoogte van de vergoeding omdat een deel van de hoofdsom wordt afgewezen. Op grond van de staffel van het Besluit zal op dit punt € 57,36 worden toegewezen.

De wettelijke rente over de hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 3 mei 2025 tot de betaling. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, 14 augustus 2025. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat Q-Park die kosten eerder aan haar gemachtigde heeft voldaan.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,78

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

164,00

(2 punten × € 82,00)

- nakosten

41,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

460,78

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 382,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover met ingang van 3 mei 2025 tot de betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 57,36 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover met ingang van 14 augustus 2025 tot de betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 460,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

RW1368

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?