ECLI:NL:RBMNE:2026:430

ECLI:NL:RBMNE:2026:430

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 11852656 \ LC EXPL 25-1774
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Bemiddelingsovereenkomst? Nee, uitzendbureau heeft daarvoor te weinig gesteld en onderbouwd. Geen overeenkomst, dus geen bemiddelingsfee verschuldigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 11852656 \ LC EXPL 25-1774

Vonnis van 28 januari 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. J.A. van de Hel.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[eiseres] heeft begin 2024 een kandidaat voorgesteld aan [gedaagde] voor de invulling van de functie voor een financieel administrateur. [gedaagde] kon met die kandidaat (hr. [A] ) in eerste instantie niet tot overeenstemming komen. Een maand later is [gedaagde] opnieuw in contact gekomen met [A] . [A] is daarna (eerst als zzp-er) in dienst getreden van [gedaagde] . Volgens [eiseres] is [gedaagde] daarom een bemiddelingsfee aan haar verschuldigd, namelijk € 9.095,33. [eiseres] vordert betaling daarvan in deze procedure. De kantonrechter wijst de vordering af.

3. De beoordeling

[eiseres] baseert haar vordering op haar stelling dat tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen. Omdat [gedaagde] dat betwist, is het aan [eiseres] om haar stelling voldoende te onderbouwen.

Daarin is [eiseres] niet geslaagd. [eiseres] voert feitelijk alleen aan dat partijen eerder zaken hebben gedaan, maar dat betrof (zoals [gedaagde] terecht aanvoert) een heel andere dienst. De eerdere overeenkomst zag op het inlenen van een uitzendkracht door [gedaagde] . Waarom dat in essentie hetzelfde zou zijn als een bemiddelingsovereenkomst ziet de kantonrechter niet en legt [eiseres] ook niet uit. De eerdere overeenkomst speelt daarom in de beoordeling van de vordering van [eiseres] geen rol. Datzelfde geldt voor de bij de eerdere overeenkomst behorende algemene voorwaarden. [eiseres] verklaart verder niets over de contacten tussen haar en [gedaagde] die hebben geleid tot het voorstellen van [A] als kandidaat voor de functie. Dat had wel op haar weg gelegen. [eiseres] had bijvoorbeeld kunnen zeggen wie zij binnen [gedaagde] heeft gesproken over de functie, wat de strekking van dat gesprek is geweest en hoe zij duidelijk zou hebben gemaakt dat [gedaagde] (wanneer zij [A] in dienst zou willen nemen) daarvoor een bemiddelingsfee verschuldigd zou zijn en zo ja, hoeveel. [eiseres] zegt wel dat zij een opdrachtbevestiging heeft gestuurd, maar [gedaagde] ontkent dat. [eiseres] verklaart daarover alleen dat de opdrachtbevestiging niet meer overgelegd kan worden.

Dat een overeenkomst tot stand is gekomen, staat in deze omstandigheden niet vast. [eiseres] heeft niet duidelijk gemaakt wat precies haar aanbod is geweest, laat staan dat zij voldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] dat aanbod aanvaard zou hebben. [eiseres] kan geen beroep doen op haar algemene voorwaarden, omdat de toepasselijkheid daarvan afhankelijk is van het bestaan van de hoofdovereenkomst. [gedaagde] is daarom niet gehouden een bemiddelingsfee te betalen aan [eiseres] . De vordering van [eiseres] wordt afgewezen.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

678,00

(2 punten × € 339,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

813,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

RW136

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand