ECLI:NL:RBMNE:2026:4387

ECLI:NL:RBMNE:2026:4387

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 16-07-2026
Zaaknummer UTR 26/939
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Gedeputeerde staten hebben het bezwaarschrift van eiseres tegen een goedkeuringsbesluit over de verwerking van (schuim)brandblussers door [onderneming] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het volgens gedeputeerde staten te laat is ingediend. Het goedkeuringsbesluit is van 28 juli 2022, en eiseres heeft pas op 4 juni 2025 bezwaar gemaakt. Volgens eiseres is het goedkeuringsbesluit echter niet op de juiste wijze bekend gemaakt, zodat de bezwaartermijn van zes weken nooit is gaan lopen. Gedeputeerde staten hebben het goedkeuringsbesluit destijds bekend gemaakt door het aan [onderneming] toe te sturen, maar volgens eiseres had het gepubliceerd moeten worden in het Provincieblad. Eiseres kon daarom niet weten dat het goedkeuringsbesluit was genomen. De rechtbank gaat hier niet in mee. De wet schrijft publicatie van een goedkeuringsbesluit niet voor, en ook het rechtszekerheidsbeginsel geeft geen aanleiding voor de conclusie dat het desondanks gepubliceerd had moeten worden. Eiseres had namelijk bezwaar kunnen maken tegen het besluit waarin het goedkeuringsbesluit werd voorgeschreven, en in díe procedure ook de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit aan de kaak kunnen stellen. Dat heeft eiseres echter niet gedaan, en dat besluit staat nu in rechte vast. Bovendien blijkt uit de stukken dat het goedkeuringsbesluit op 17 augustus 2022 en op 25 september 2025 aan (de gemachtigde van) eiseres is toegestuurd, zodat zij hier eerder bekend mee had kunnen zijn. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

[eiseres] B.V. te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.R. Bügel)

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder.

(gemachtigde: mr. J. van Kooten)

Inleiding

1. De firma van eiseres is gevestigd aan de [adres 1] in [plaats] . Op het aangrenzende perceel ( [adres 2] ) wordt de [onderneming] ( [onderneming] ) geëxploiteerd, waar sinds mei 2018 ook schuimblussers worden verwerkt.

2. Er zijn (te) hoge concentraties PFAS en PFOS, zogenoemde potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS), in het afvalwater van [onderneming] gemeten. In Sectorplan 45 van het Landelijk Afvalbeheerplan is onder meer bepaald dat de emissies van pZZS in afvalwater (zoveel mogelijk) moet worden voorkomen. De hoge concentraties in het afvalwater van [onderneming] worden mogelijk veroorzaakt door restanten blusschuim uit de brandblussers. Omdat de milieuvergunning van [onderneming] niet voorziet in voorschriften over de emissies van pZZS, hebben gedeputeerde staten met het besluit van 14 juni 2022 alsnog vier vergunningvoorschriften vastgesteld. Voor zover hier relevant, luidt vergunningvoorschrift 5.3.3 als volgt:

Voorschrift 5.3.3 – goedkeuring verbeterplan

Inrichthouder heeft een verbeterplan (document “Procesbeschrijving verwerking brandblussers, Vernieuwing verwerkingsmethode brandblussers, versie 0.4, documentnummer 20220204) op 16 februari 2022 aan het bevoegd gezag (per mandaat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek) aangereikt.

Het bevoegd gezag neemt, in overleg met het Waterschap Zuiderzeeland, een goedkeuringsbesluit over dit plan. Goedkeuring kan slechts dan plaatsvinden, wanneer duidelijk is welke maatregelen worden genomen om de te hoge stofconcentraties van de groepen PFAS en PFOS in het effluent van de OBAS te verminderen en wanneer inzichtelijk is gemaakt welke positieve effecten de maatregelen op de stofconcentraties van de groepen PFAS en PFOS hebben.

Voorschrift 5.3.2 – doorspoelen schuimbrandblussers, komt te vervallen wanneer het bevoegd gezag goedkeuring heeft verleend op het verbeterplan.

3. Op 16 februari 2022, aangevuld op 5 juli 2022, heeft [onderneming] het verbeterplan zoals bedoeld in dit voorschrift aangeleverd. Met het besluit van 28 juli 2022 hebben gedeputeerde staten dit verbeterplan nagenoeg (onder een voorwaarde) goedgekeurd. Dit goedkeuringsbesluit is op dezelfde dag bekend gemaakt door verzending daarvan aan [onderneming]

4. Bijna drie jaar later, op 4 juni 2025 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het goedkeuringsbesluit. Omdat het bezwaar volgens gedeputeerde staten te laat is ingediend en eiseres daar geen goede reden voor heeft, hebben gedeputeerde staten het bezwaar met het besluit van 17 december 2025 (hierna: het bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard.

5. Eiseres heeft beroep ingesteld. Gedeputeerde staten hebben een verweerschrift ingediend. De zaak is op 16 juli 2026 bij de rechtbank op een zitting behandeld. Eiseres is op de zitting vertegenwoordigd door haar directeur-grootaandeelhouder, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Gedeputeerde staten hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

6. Naar het oordeel van de rechtbank hebben gedeputeerde staten het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend. Hoe de rechtbank tot dat oordeel is gekomen, legt zij hierna verder uit.

7. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag ná die waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking van besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. Het goedkeuringsbesluit is zo’n besluit, en moet wettelijk gezien dus bekend worden gemaakt door toezending of uitreiken daarvan aan [onderneming] Dit is gebeurd op 28 juli 2022. De bezwaartermijn is dus op 29 juli 2026 gaan lopen, zodat belanghebbenden uiterlijk op 8 september 2022 bezwaar konden maken tegen het goedkeuringsbesluit.

8. Eiseres heeft pas op 4 juni 2025 en dus te laat, bezwaar gemaakt. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is.De vraag is dus of de termijnoverschrijding in geval van eiseres verschoonbaar is. Ten eerste is daarvoor vereist dat de termijnoverschrijding niet aan de indiener kan worden toegerekend. Ten tweede is vereist dat het bezwaarschrift zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.In gevallen waarin een belanghebbende pas kennis neemt van een op correcte wijze bekendgemaakt besluit als de bezwaartermijn al geheel of grotendeels is verstreken en de belanghebbende ook niet eerder kennis kón nemen van het besluit, is die belanghebbende met het maken van bezwaar in ieder geval niet verwijtbaar te laat, als hij dat doet binnen zes weken nadat hij te weten is gekomen dat er een besluit is genomen dat zijn belangen kan raken.

9. Uit de dossierstukken blijkt dat gedeputeerde staten het goedkeuringsbesluit op 17 augustus 2022, dus nog vóór afloop van de bezwaartermijn, per e-mail aan [A] (de adviseur van eiseres) hebben gestuurd. Op 25 september 2024 is het goedkeuringsbesluit, in het kader van een verzoek van eisers op grond van de Wet open overheid, nogmaals naar eiseres gestuurd. Eiseres heeft dit op zichzelf niet bestreden, maar heeft het goedkeuringsbesluit naar eigen zeggen toen niet gezien. Dat doet echter niet af aan het feit dat eiseres in beide gevallen wel kennis had kúnnen nemen van het besluit. Door niet uiterlijk binnen zes weken daarna bezwaar te maken, kan de termijnoverschrijding in geval van eiseres niet verschoonbaar worden geacht. Dat betekent dat gedeputeerde staten het bezwaar van eiseres met het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk hebben verklaard.

10. Eiseres heeft aangevoerd dat het goedkeuringsbesluit niet op de juiste wijze bekend zou zijn gemaakt, zodat de bezwaartermijn niet is gaan lopen en zij dus niet te laat is geweest met haar bezwaar. Omdat het goedkeuringsbesluit gericht is op rechtsgevolg vergde de rechtszekerheid volgens eiseres dat het goedkeuringsbesluit bekend zou worden gemaakt door publicatie. Omdat dit niet volgt uit de Awb, hadden gedeputeerde staten hier zelf in moeten voorzien middels een buitenwettelijke publicatieplicht. Ter onderbouwing heeft eiseres gewezen op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 april 2024.

11. De rechtbank volgt eiseres niet. Vaststaat dat gedeputeerde staten in het besluit van 14 juni 2022 géén buitenwettelijke publicatieplicht hebben opgenomen ten aanzien van de goedkeuring van het in voorschrift 5.3.3. bedoelde verbeterplan. Als de rechtbank al mee zou gaan in het betoog van eiseres dat het goedkeuringsbesluit gepubliceerd had moeten worden, kan dat alleen betekenen dat er een buitenwettelijke publicatieplicht in het besluit van 14 juni 2022 had moeten worden opgenomen. Dat besluit ligt in deze zaak echter niet voor. Bovendien heeft eiseres geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 juni 2022 vanwege ontbreken van een dergelijke publicatieplicht, en staat dit besluit inmiddels in rechte vast. Het betoog valt in zoverre dus buiten de omvang van dit geding. Precies op dit punt verschilt deze zaak dan ook van de zaak die bij de rechtbank Oost-Brabant speelde. Daarin was de actualisatie van de milieuvergunning en het al dan niet opnemen van een buitenwettelijke publicatieplicht in de voorschriften bij dat besluit, juist wél onderdeel van het geschil.

12. De rechtbank heeft in de door eiseres genoemde uitspraak, en bij ontbreken van andere jurisprudentie en literatuur over dit punt, geen aanknopingspunten gevonden voor de conclusie dat een goedkeuringsbesluit dat mogelijk op rechtsgevolg is gericht, in zo’n geval (dus als het besluit waarop het vragen van het goedkeuringsbesluit is gebaseerd geen buitenwettelijke publicatieplicht bevat en bovendien in rechte vaststaat) desondanks middels publicatie bekend had moeten worden gemaakt op grond van het rechtszekerheidsbeginsel. Van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. Eiseres had immers de mogelijkheid om dit aan de orde te stellen in een bezwaar- en eventuele beroepsprocedure tegen het besluit van 14 juni 2022. Dat het hier gaat om pZSS en dat gedeputeerde staten later hebben gezegd dat er ‘met de kennis van nu’ misschien beter een andere procedure had kunnen worden gevolgd, maakt dat niet anders. Het betoog slaagt niet.

13. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 27 juli 2026 in het openbaar gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier.

(de rechter is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen)

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl M en R 2026/99 met annotatie van F.C.S. Warendorf
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand