ECLI:NL:RBMNE:2026:484

ECLI:NL:RBMNE:2026:484

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer 12019005 \ UV EXPL 25-328
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verstekvonnis. Loonvordering toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12019005 \ UV EXPL 25-328 BJvd/61169

Verstekvonnis in kort geding van 4 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. F.A.M. ten Broeke,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte vermeerdering van eis van [eiser] .

Op 21 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens [gedaagde] is niemand verschenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] zijn eis verminderd, in die zin dat de gewijzigde vordering onder C. sub 7. die ziet op de vakantietoeslag van 8% is ingetrokken, gelet op het moment van de opeisbaarheid daarvan als geregeld in artikel 10.2 van de arbeidsovereenkomst.

Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2. De beoordeling

De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en [gedaagde] niet in het geding is verschenen. Dit brengt met zich dat kantonrechter de vorderingen van [eiser] beoordeelt op basis van zijn stellingen.

Omdat [gedaagde] door niet te verschijnen, geen verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen van [eiser] en de gestelde feiten en omstandigheden waarop hij zijn vorderingen baseert, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiser] .

Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] een spoedeisend belang heeft. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat hij aanspraak maakt op loon waarvan hij afhankelijk is om zijn kosten van bestaan te betalen.

Artikel 139 Rv bepaalt dat in een verstekzaak de vordering van de eiser wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering ongegrond of onrechtmatig voorkomt.

[eiser] heeft voorlopige voorzieningen gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid, die hij bij akte heeft vermeerderd en tijdens de mondelinge behandeling heeft verminderd.

[eiser] heeft met ingang van 10 juni 2025 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar met [gedaagde] en zijn laatst genoten salaris bedraagt € 4.500,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor vaste medewerkers uitzendondernemingen (hierna: de cao) van toepassing.

[eiser] stelt dat [gedaagde] achterstallig loon over de maanden oktober tot en met december 2025 moet betalen. [eiser] heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij [gedaagde] meermaals heeft aangeschreven om over te gaan tot betaling van zijn achterstallige salaris, maar betaling is uitgebleven. Omdat [gedaagde] te laat is met deze betalingen wil [eiser] dat [gedaagde] de wettelijke verhoging en de wettelijke hierover betaalt. Ook wil [eiser] dat [gedaagde] :

de opeisbaar geworden eindejaarsuitkering over 2025;

tijdig zijn salaris met ingang van januari 2026 en tot het einde van de arbeidsovereenkomst;

bij het einde van de arbeidsovereenkomst een vergoeding voor de opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen

aan hem betaalt met overlegging van deugdelijke specificatie (salarisstroken) daarvan.

De vorderingen van [eiser] komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden als volgt toegewezen.

[gedaagde] moet achterstallig loon betalen over de maanden oktober tot en met december 2025, in totaal (€ 4.500,00 ╳3 maanden =) € 13.500,00 bruto. [gedaagde] moet [eiser] ook deugdelijke salarisspecificaties daarover verstrekken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging van 50% over het achterstallige salaris te matigen. Deze vorderingen worden dan ook toegewezen. De door [eiser] gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het achterstallig salaris wordt toegewezen op de wijze zoals deze in de beslissing is vermeld.

[gedaagde] is op grond van artikellid 21.2. van de cao de eindejaarsuitkering over 2025 van 2% van het in 2025 genoten vaste jaarloon inclusief vakantiebijslag aan [eiser] verschuldigd. Omdat de vakantietoeslag/-bijslag over 2025 nog niet is genoten, wijst de kantrechter de gevorderde eindejaarsuitkering toe ter grootte van 2% van het in 2025 genoten vast bruto jaarloon exclusief vakantiebijslag. Van deze betaling moet [gedaagde] ook een deugdelijke salarisspecificatie verstrekken.

Verder wordt [gedaagde] veroordeeld tot:

betaling van het salaris tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst of het moment waarop verplichting tot betaling van salaris op andere grond komt te vervallen en

indien er bij het einde van het dienstverband een resterend positief saldo aan vakantiedagen bestaat, betaling van een vergoeding daarvoor, onder verstrekking van deugdelijke salarisspecificaties.

Gelet op het voorgaande wordt [gedaagde] aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] aan hem moet betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

155,02

- griffierecht

753,00

- salaris gemachtigde

577,00

(tarief kort geding verstek)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.629,02

De veroordelingen van [gedaagde] worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals [eiser] heeft gevorderd. Dit betekent dat [gedaagde] aan de veroordelingen in dit vonnis moet voldoen, óók als hij of [eiser] in hoger beroep gaat. Dit vonnis geldt dan totdat de hoger beroepsrechter een beslissing heeft genomen.

3. De beslissing

De kantonrechter als voorzieningenrechter, recht doende in kort geding, geeft de volgende voorlopige voorzieningen:

veroordeelt [gedaagde] om binnen één week na betekening van dit vonnis en onder verstrekking van deugdelijk specificaties aan [eiser] te betalen:

€ 4.500,00 bruto ter zake van achterstallig loon over de maand oktober 2025;

€ 4.500,00 bruto ter zake van achterstallig loon over de maand november 2025;

€ 4.500,00 bruto ter zake van achterstallig loon over de maand december 2025;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% als bedoeld in artikel 7:625 BW over de onder 3.1. vermelde bedragen;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de onder 3.1. vermelde bedragen vanaf de respectieve vervaldata en tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om onder verstrekking van een deugdelijke specificatie de op grond van artikellid 21.2. van de cao verschuldigde eindejaarsuitkering over 2025 van 2% van het door [gedaagde] over 2025 genoten vaste bruto jaarloon aan [eiser] te betalen;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] , onder verstrekking van deugdelijke specificaties:

met ingang van januari 2026 en tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst of het moment waarop verplichting tot betaling van salaris op andere grond komt te vervallen, tijdig te betalen het salaris van € 4.500,00 bruto per maand;

ij het einde van de arbeidsovereenkomst een vergoeding te betalen voor opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten; zij moet de kosten van [eiser] van € 1.608,02, aan hem betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?