ECLI:NL:RBMNE:2026:507

ECLI:NL:RBMNE:2026:507

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer 16.338258.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Volgt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.338258.23

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1986] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] .

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 februari 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

in de periode van 1 juli 2021 tot en met 4 juni 2023 te Almere [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] heeft belaagd;

feit 2

in de periode van 1 juli 2021 tot en met 4 juni 2023 te Almere heimelijk foto's en filmpjes heeft gemaakt van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] ;

feit 3

in de periode 9 april 2023 tot en met 4 juni 2023 te Almere kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en/of vervaardigd en/of in zijn bezit heeft gehad;

feit 4:

in de periode van 1 juli 2021 tot en met 4 juni 2023 te 's-Gravenhage heimelijk foto's en filmpjes heeft gemaakt van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3] .

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feiten

De rechtbank oordeelt dat de feiten zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

Belaging en heimelijk filmen (feit 1 en 2)

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van belaging aangezien er geen sprake is van een oogmerk een ander te dwingen en de stelselmatigheid ontbreekt. De rechtbank stelt voor wat betreft het oogmerk voorop dat uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de heimelijkheid van de gedraging van de verdachte er niet zonder meer aan in de weg staat dat hij heeft gehandeld “met het oogmerk een ander te dwingen iets te dulden”. Door bewust en gedurende langere tijd heimelijk en onopgemerkt te filmen, heeft de verdachte willen bewerkstelligen dat [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] zich niet konden verzetten tegen het gefilmd worden en aldus werden gedwongen dat filmen te dulden.

De vraag of stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer moet worden beoordeeld aan de hand van de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer

Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte in een periode van twee jaar [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] herhaaldelijk en heimelijk in en rondom hun woning heeft begluurd, gefotografeerd en gefilmd. Gelet op de aard, de duur en de frequentie van de vastgestelde gedragingen van verdachte en de invloed hiervan op het persoonlijke leven en vrijheid van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] , is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk. Uit de bewijsmiddelen volgt dan ook dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de belaging van aangeefsters.

De raadsvrouw schetst een mogelijkheid dat iemand anders dan verdachte de aangeefsters zou hebben gefilmd dan wel verdachte de foto’s en filmpjes van derden zou hebben ontvangen.

De rechtbank merkt hierover op dat door de verdachte zelf geen alternatief scenario naar voren is gebracht. Of de door de verdediging gepresenteerde ‘alternatieve scenario’s’ aannemelijk zijn, hoeft daarom niet door de rechtbank beoordeeld te worden.

Afbeelding van seksuele gedraging (feit 3)

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat het karakter van de foto’s in kwestie niet strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling en daardoor geen seksuele gedragingen bevatten. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat onder afbeelding van een seksuele gedraging ook valt een afbeelding van een handeling die op zichzelf niet expliciet seksueel van aard is, maar die gelet op de wijze waarop de afbeelding tot stand is gekomen in het concrete geval onmiskenbaar strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling. De rechtbank is van oordeel dat de foto’s van [slachtoffer 4] onder de douche, waarbij steeds haar ontblote bovenlichaam in beeld is gebracht en ook op de borsten wordt ingezoomd, onmiskenbaar een seksuele strekking hebben. Daarmee strekken deze foto’s tot het opwekken van een seksuele prikkeling en zijn daardoor wel degelijk kinderpornografisch van aard. De rechtbank concludeert dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en bezit van kinderporno.

Niet voor publiek toegankelijke plek (feit 4)

De verdachte stelt zich op het standpunt dat het filmen heeft plaatsgevonden in een voor publiek toegankelijke plaats. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de afbeeldingen zijn gemaakt in het kantoorpand van [bedrijf] in Den Haag, de toenmalige werkgever van verdachte. Op grond van de wetsgeschiedenis van art. 139f Sr stelt de rechtbank vast dat kantoor- en bedrijfsruimten niet voor het publiek toegankelijke plekken zijn. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

in de periode van 1 juli 2021 tot en met 4 juni 2023 te Almere, wederrechtelijk, stelselmatig

en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anderen persoonlijke levenssfeer,

te weten die van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] ,

door in voornoemde periode wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk, meerdere malen,

vanuit zijn, verdachtes, woning (naastgelegen aan de woning van die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 1] ), gebruik makende van een telefoon,

die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 1] te observeren en te begluren en heimelijk te filmen en te fotograferen en op welke (opgenomen en/of bewaarde) beelden die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 1]

veelvuldig, althans regelmatig, al dan niet (deels) ontbloot, in beeld te zien zijn,

met het oogmerk die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] , te dulden;

feit 2

op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2021 tot en

met 4 juni 2023 te [woonplaats] ,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op

duidelijke wijze kenbaar was gemaakt

(telkens) opzettelijk en

wederrechtelijk

van meerdere personen, te weten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] ,

(telkens) aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek

toegankelijke plaats, te weten in en rondom de woning gelegen aan de [adres]

,

(telkens) een of meerdere afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en films

heeft vervaardigd;

feit 3

op meerdere momenten in de periode van 9 april 2023 tot en

met 4 juni 2023

te Almere,

een afbeelding, te weten een foto, en gegevensdragers, bevattende een

afbeelding,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft

vervaardigd en in bezit gehad en

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

door het camerastandpunt en de pose en de wijze van kleden van deze

persoon en de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk de (ontblote) borsten

van die persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

feit 4

op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 oktober 2019

tot en met 14 juni 2023 te [plaats] ,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op

duidelijke wijze kenbaar was gemaakt

(telkens) opzettelijk en

wederrechtelijk

van een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]

en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3] ,

(telkens) op een andere niet voor het publiek

toegankelijke plaats, te weten het (kantoor)pand gelegen aan de [adres] ,

(telkens) een of meerdere afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en films,

heeft vervaardigd;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1 en 2

De eendaadse samenloop van

belaging,

en

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen,

meermalen gepleegd;

feit 3:

een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 4:

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

De officier van justitie eist ook dat aan de verdachte wordt opgelegd:

- een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaar, in de vorm van een contactverbod met de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers en een locatieverbod voor de locatie van [bedrijf] en rondom de woning van slachtoffers [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] , te vervangen door twee weken hechtenis voor de eerste overtreding, drie weken hechtenis voor de tweede overtreding, oplopend met steeds een week per overtreding tot maximaal 6 maanden als de verdachte niet aan de maatregel voldoet.

De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht, indien de rechtbank overgaat tot oplegging van een gevangenisstraf, een onvoorwaardelijk deel gelijk aan het voorarrest op te leggen. Daarnaast heeft de raadsvrouw de rechtbank gevraagd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In het bijzonder het feit dat, ondanks het ontbreken van een formele diagnose, verdachte gemiddeld anders functioneert als het gaat om sociale interactie, emotieregulatie en empathisch vermogen. Ook vraagt de raadsvrouw aandacht voor het feit dat verdachte first offender is en dat de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgedaan is overschreden. Tot slot maakt de verdediging bezwaar tegen het locatieverbod zoals is voorgesteld voor de [straat] te [woonplaats] en de omgeving van het [bedrijf] kantoor in Den Haag.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal ernstige (zeden)feiten. Allereerst heeft verdachte zich gedurende twee jaar schuldig gemaakt aan het belagen en heimelijk filmen van zijn minderjarige buurmeisje en buurvrouw. Het merendeel van de op zijn telefoon en computer aangetroffen beeldmateriaal bestond uit video’s en foto’s van zijn buurmeisje terwijl zij (deels)ontkleed in haar badkamer stond. Zijn buurmeisje was 15 jaar oud toen het filmen voor het eerst plaatsvond. Het filmen stopte pas nadat het slachtoffer verdachte had betrapt en naar de politie is gegaan. Het filmen van zijn naakte minderjarige buurmeisje betekent dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en bezit van kinderpornografisch materiaal. De op de zitting voorgedragen slachtofferverklaringen wordt duidelijk hoeveel impact het filmen van verdachte heeft gehad op het leven van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] . Hun woning, de plek waar zij zich veilig waanden werd een plek vol zorgen, wantrouwen en onveiligheid.

Verder had verdachte heimelijk gemaakte afbeeldingen en filmpjes van zes vrouwelijke collega’s op zijn telefoon en werklaptop staan, waarbij hoofdzakelijk werd ingezoomd op de benen, borsten en billen van deze vrouwen.

De verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van de slachtoffers, met name op zijn jonge buurmeisje. Ook heeft verdachte op een indringende wijze inbreuk gemaakt op de privacy en persoonlijke levenssfeer van aangeefsters. Ten aanzien van zijn buurmeisje weegt de rechtbank mee dat zij voornamelijk is gefilmd terwijl zij in de badkamer van haar eigen huis stond. De woning is bij uitstek de plaats waar iemand zich veilig en onbespied moet kunnen voelen en dit gevoel van veiligheid is door verdachte aangetast. De verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen (seksuele) verlangens en zich niet bekommerd om het leed dat hij bij de slachtoffers teweeg heeft gebracht. Dit zijn ernstige feiten en de rechtbank rekent hem dit aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest.

Rapportages

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport, gedateerd 16 januari 2025.

Het rapport van de reclassering houdt onder meer in:

Verdachte heeft niet meegewerkt aan het onderzoek van de reclassering. Omdat de verdenkingen een zedendelict betreft heeft de reclassering desondanks besloten om zonder medewerking van verdachte een advies op te stellen. De reclassering ziet bij verdachte een aantal zorgelijke risicofactoren. Verdachte heeft een beperkt sociaal netwerk, er zijn signalen van seksuele preoccupatie en ontoereikende probleemoplossingsvaardigheden. Verdachte leidt een geïsoleerd leven. Dit is mogelijke toegenomen doordat verdachte naar aanleiding van de verdenking is ontslagen en de afkeurende houding van buurtgenoten. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog. Het risico op letsel wordt ingeschat als laag. De reclassering kan het risico op onttrekken aan de voorwaarden niet inschatten. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, diagnostiek en ambulante behandeling en een contact- en locatieverbod.

Straf

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Gelet op de combinatie en de ernst van de feiten, waarbij voor de rechtbank het zwaartepunt ligt bij het vervaardigen van kinderporno, is een gevangenisstraf op zijn plaats. In de landelijke oriëntatiepunten staat alleen al voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal een gevangenisstraf van twee jaar. De rechtbank weegt echter ook mee dat het karakter van de bewezenverklaarde kinderporno relatief beperkt is gebleven. Uit het reclasseringsrapport en de verklaringen van verdachte op zitting is bij de rechtbank de indruk ontstaan dat verdachte een sociaal zeer beperkte man is die de gevolgen van zijn handelen niet goed kan overzien. De rechtbank houdt eveneens rekening met het tijdverloop en het feit dat verdachte zowel voor als na deze feiten niet met politie of justitie in aanraking is geweest. Dit biedt ruimte om naast de belangrijke strafdoelen als vergelding en algemene preventie ook de persoonlijke omstandigheden en belangen van de verdachte mee te wegen in de op te leggen straf.

Gelet op de bovengenoemde omstandigheden zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is geëist, het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstrafbepalen op de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rest van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd, in combinatie met een taakstraf van na te noemen duur. De totale duur van de straf, in combinatie met een forse taakstraf, doet recht aan het element van leedtoevoeging dat gelet op de ernst van de feiten niet mag ontbreken, en aan het belang van algemene preventie. Het voorwaardelijk deel ziet met name op speciale preventie (het voorkomen dat de verdachte nog een keer strafbare feiten pleegt). De verdachte moet goed begrijpen dat bij herhaling in de toekomst een eventuele straf steeds groter zal zijn en dat daarnaast tijdens de proeftijd van drie jaar, een voorwaardelijke straf van bijna een jaar boven zijn hoofd hangt.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 365 dagen met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 362 dagen voorwaardelijk. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals in het dictum vermeld. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren op, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

De rechtbank acht het van belang dat verdachte geen contact met aangeefsters [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] op zal nemen en zal voor het voorkomen van strafbare feiten een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen en bevelen dat verdachte:

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt met [slachtoffer 4] (geboortedatum: [2006] ) en [slachtoffer 1] (geboortedatum: [1968] );

zich niet begeeft op de [straat] (en het daaraan grenzende openbare groen) ter hoogte van het perceel van de woning op het adres [adres] in [woonplaats] (de woning van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] ) en zich niet begeeft op het [naam] (en het daaraan grenzende openbare groen) ter hoogte van het perceel van de woning op het adres [adres] in [woonplaats] (de woning van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] ), en zich ook niet begeeft op de kruising van de [straat] en de [naam] naast het perceel van de woning op het adres [adres] in [woonplaats] . Concreet betekent dit voor verdachte dat hij rechtsaf moet slaan op de [straat] (dus richting de [straat] ) als hij zijn woning verlaat en dat hij enkel vanuit de richting van de [straat] naar zijn woning toe mag.

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van 3 jaren. Gedurende die periode zal hier per overtreding 14 dagen hechtenis tegenover staan met een maximum van zes maanden.

Gelet op het karakter van de verdenkingen, het feit dat de verdachte en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] naast elkaar wonen en het rapport van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw contact met aangeefsters zal zoeken en zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] . Daarom zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Anders dan de officier van justitie heeft gevraagd, zal de rechtbank, voor wat betreft de overige aangeefsters ( [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 7] ) geen contact- en locatieverbod ex artikel 38v Sr opleggen. Verdachte is sinds zijn ontslag niet op een van de [bedrijf] locaties geweest en er zijn ook geen aanwijzingen dat verdachte direct of indirect met deze aangeefsters contact heeft gezocht. Namens aangeefsters is ook expliciet naar voren gebracht dat er geen contact meer is geweest of gezocht sinds dat verdachte niet meer bij hun werkt. Dat maakt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn dat het opleggen van deze vrijheidsbeperkende maatregel noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten.

6. In beslag genomen voorwerpen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de Samsung telefoon (nr. 2 van de lijst inbeslaggenomen en niet teruggegeven goederen) wordt onttrokken aan het verkeer en de harddisk (nr. 4) en Computer Packard Bell Imedia (nr. 6) verbeurd worden verklaard. De overige voorwerpen op de beslaglijst kunnen worden teruggegeven aan verdachte dan wel werkgever.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om teruggave van alle inbeslaggenomen goederen, subsidiair refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp dat aan verdachte toebehoort, te weten 1 STK Telefoontoestel - PL0900-2023165174-3173030, onttrekken aan het verkeer.

Met dit voorwerp is het strafbare feit begaan en het voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren, te weten:

- 1 STK Harddisk - PL0900-2023165174-3173040

- 1 STK Computer - PL0900-2023165174-3173046,

omdat met behulp van deze voorwerpen de strafbare feiten zijn begaan.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 STK USB-stick (memorykaart) - PL0900-2023165174-3173029;

- 1 STK Computer - PL0900-2023165174-3173038;

- 1 STK USB-stick (memorykaart) - PL0900-2023165174-3173047;

- 1 STK Telefoontoestel - PL0900-2023165174-3172973.

Teruggave aan rechthebbende

De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK Computer - PL0900-2023165174-3173044, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

7. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partijen

1. [slachtoffer 4] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 27.650,- voor feit 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 22.650,- voor vergoeding van materiële schade (vanwege studievertraging) en € 5.000,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

2. [slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 7.183,03 voor feit 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 3.683,03 voor vergoeding van materiële schade en € 3.500,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

3. [slachtoffer 6] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 750,- voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

4. [slachtoffer 7] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.212,80 voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 462,80 voor vergoeding van materiële schade en

€ 950,- voor vergoeding van immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

5. [slachtoffer 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.417,13 voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 417,13 voor vergoeding van materiële schade en

€ 1.000,- voor vergoeding van immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6. [slachtoffer 8] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 750,- voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7. [slachtoffer 3] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.625,- voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 625,- voor vergoeding van materiële schade en

€ 1.000,- voor vergoeding van immateriële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] kan worden toegewezen, behalve wat betreft de schadepost die zit op het plaatsen van de bomen. Wat betreft die schadepost refereert de officier zich aan het oordeel van de rechtbank. De overige vorderingen van de benadeelde partijen kunnen geheel worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de vorderingen primair af te wijzen, subsidiair de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren en meer subsidiair de gevorderde bedragen te matigen.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Vordering

De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding materiële schade (vanwege studievertraging)voldoende onderbouwd is. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

In dit geval heeft de normschending eruit bestaan dat de verdachte de benadeelde partij, zijn buurmeisje, een langere tijd in en rondom haar huis, met name terwijl zij naakt was, heimelijk heeft gefilmd. Hiermee heeft verdachte op een indringende wijze inbreuk gemaakt op de geestelijk integriteit, alsmede de privacy en het gevoel van veiligheid van benadeelde partij. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de jonge leeftijd van benadeelde partij en het kinderporno aspect er sprake is van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken aan schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade daarom eveneens geheel toe.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag (€ 27.650,-), te vermeerderen met de wettelijke rente. De wettelijke rente over de materiele schade zal worden toegewezen vanaf de datum waarop de studievertraging is ingetreden, te weten 1 september 2023. De rechtbank bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 juni 2023, de datum van de aangifte, omdat de strafbare feiten toen bij de benadeelde partij bekend werden.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 4]

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van

€ 27.650,- aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2023 ten aanzien van de € 5.000 immateriële schade en vanaf 1 september 2023 ten aanzien van de € 22.750 materiële schade, tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 150 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Proceskosten [slachtoffer 4]

De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Vordering

De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding materiële schade voldoende onderbouwd is. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

In dit geval heeft de normschending eruit bestaan dat de verdachte benadeelde partij, zijn buurvrouw, een langere tijd in en rondom haar huis, onder andere terwijl zij naakt was, heimelijk heeft gefilmd. Hiermee heeft de verdachte op een indringende wijze inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit, alsmede de privacy en het gevoel van veiligheid van benadeelde partij. Uit de voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat benadeelde partij tot op de dag van vandaag last heeft van het incident.

Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat zij door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 2.500,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag (€ 6.183,30) , te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente op 5 juni 2023, de datum van de aangifte, omdat de strafbare feiten toen bij de benadeelde partij bekend werden.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 1]

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van

€ 6183,30 aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2023 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 55 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Proceskosten [slachtoffer 1]

De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Vordering

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Naar aanleiding van de bewezenverklaarde feiten heeft zij psychologische hulp gezocht en EMDR therapie ondergaan. Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 600,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 29 november 2023 (de datum van de aangifte en daarmee het bekend worden met het strafbare feit en het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 2]

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van

€ 1.017,13 aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2023 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Proceskosten [slachtoffer 2]

De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Vordering

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit psychologische hulp heeft gezocht. en EMDR therapie ondergaan. Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 600,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 30 november 2023 (de datum van de aangifte en daarmee het bekend worden met het strafbare feit en het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 3]

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.225,- aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2023 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Proceskosten [slachtoffer 3]

De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 7]

Vordering

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot materiële schadevergoeding van benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 30 november 2023 (de datum van de aangifte en daarmee het bekend worden met het strafbare feit en het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De vorderingen van de benadeelde partij is niet met concrete gegevens onderbouwd. Hoewel de rechtbank het goed voorstelbaar acht dat het heimelijk filmen door verdachte voor de benadeelde partij een buitengewoon nare ervaring is geweest, behoort een dergelijke situatie niet tot een van de uitzonderingen. waarbij nadere onderbouwing achterwege kan blijven. Als gevolg hiervan kan op grond van de huidige onderbouwing geen aanspraak worden gemaakt op immateriële schadevergoeding. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk in haar vordering verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 7]

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van

€ 462,80 aan de Staat moet betalen.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2023 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 4 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Proceskosten [slachtoffer 7]

De rechtbank zal de verdachte ook veroordelen in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partijen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8]

Vorderingen

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106, aanhef en sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn niet met concrete gegevens onderbouwd. Hoewel de rechtbank het goed voorstelbaar acht dat het heimelijk filmen door verdachte voor de benadeelde partijen een buitengewoon nare ervaring is geweest, behoort een dergelijke situatie niet tot een van de uitzonderingen waarbij nadere onderbouwing achterwege kan blijven. Als gevolg hiervan kan op grond van de huidige onderbouwing geen aanspraak worden gemaakt op immateriële schadevergoeding. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk in hun vordering verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Proceskosten [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8]

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Deze benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partijen moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- Artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c 36f, 38v, 38w, 55, 57, 139f, 240b en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 362 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;

Als voorwaarden gelden dat verdachte:

Als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte:

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren;

- beveelt dat verdachte:

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 dagen hechtenis per overtreding met een maximum van 6 maanden;

beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:

 STK Telefoontoestel - PL0900-2023165174-3173030;

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:

 Computer - PL0900-2023165174-3173044.

Benadeelde partij [slachtoffer 4] – feit 1 en 2

- over een bedrag van € 22.650,- met ingang van 1 september 2023 tot de dag van volledige betaling;

€ 27.650,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 22.650,- met ingang van 1 september 2023 tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 5.000,- met ingang van 5 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,

bij niet betaling aan te vullen met 150 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] – feit 1 en 2

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van

€ 6.183,30;

Benadeelde partij [slachtoffer 2] – feit 4

€ 1.017,13 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 3] – feit 4

€ 1.225,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 7] – feit 4

€ 462,80 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 6] – feit 4

Benadeelde partij [slachtoffer 8] – feit 4

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. van den Brink voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en T.C.P. Christoph, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R. Kroonbergs als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en met 4 juni 2023 te Almere,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders/anderen persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 1] ,

door in voornoemde periode wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk, meerdere

malen, althans eenmaal,

vanuit/vanaf zijn, verdachtes, woning (naastgelegen aan de woning van die

[slachtoffer 4] en die [slachtoffer 1] )

al dan niet gebruik makende van een telefoon en/of een camera, althans een

technisch hulpmiddel,

die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 1] te observeren en/of te begluren en/of heimelijk

te filmen en/of te fotograferen

en/of op welke (opgenomen en/of bewaarde) beelden die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 1]

veelvuldig, althans regelmatig, al dan niet (deels) ontbloot, in beeld te zien

is/zijn,

met het oogmerk die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en

met 4 juni 2023 te [woonplaats] , althans in Nederland,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op

duidelijke wijze kenbaar was gemaakt

(telkens) opzettelijk en

wederrechtelijk

van een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] ,

(telkens) aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek

toegankelijke plaats, te weten in en/of rondom de woning gelegen aan de [adres]

,

(telkens) een of meerdere afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of films

heeft vervaardigd;

3

hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 9 april 2023 tot en

met 4 juni 2023

te Almere, althans in Nederland,

een afbeelding, te weten een foto, en/of gegevensdragers, bevattende een

afbeelding,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft

vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

door het camerastandpunt en/of de pose en/of de wijze van kleden van deze

persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk de (ontblote) borsten

van die persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

4

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 oktober 2019

tot en met 14 juni 2023 te [plaats] , althans in Nederland,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op

duidelijke wijze kenbaar was gemaakt

(telkens) opzettelijk en

wederrechtelijk

van een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 3] ,

(telkens) aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek

toegankelijke plaats, te weten het (kantoor)pand gelegen aan de [adres] ,

(telkens) een of meerdere afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of films,

heeft vervaardigd;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen feit 1, 2 en 3

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] 4 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 04 juni 2023 omstreeks 13.45 uur ben ik gaan douchen. Daarna ben ik naar mijn kamer gelopen om mij verder aan te kleden. Ik ben toen terug gelopen naar de badkamer omdat ik iets tegen mijn moeder wilde zeggen. We hebben eventjes gepraat en toen stond ik met mijn gezicht naar buiten gericht. Ik keek recht in de camera van een zwarte telefoon. Deze werd met een hand vastgehouden. De buurman van huisnummer [huisnummer] heeft gefilmd vanaf de tweede verdieping, dit betreft de zolderverdieping. Vanuit een zolderraam heeft hij gefilmd. Ik zag dat de zwarte telefoon direct weggetrokken werd.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] 5 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van stalking. Ik heb gezien dat de buurman (de rechtbank begrijpt: verdachte) mij eens in mijn achtertuin aan het filmen was. Ik heb wel eens gezien dat de buurman met zijn telefoon in zijn woning vanuit het raam op mij aan het richten was terwijl ik in de tuin bezig was. Op de telefoon van de buurman stonden filmpjes van mij en mijn dochter. De filmpjes zouden vanaf juli 2021 gemaakt zijn. Wij zouden op de volgende locaties gefilmd zijn, in onze badkamer, in onze tuin en dat mijn dochter en ik de woning in- en uit gaan. Zowel ik als mijn dochter zouden naakt gefilmd zijn.

Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] 4 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 4 juni 2023 vroeg mijn dochter of zij mocht douchen. Ik ging zelf, nadat zij klaar was, ook de badkamer in en ontkleedde mij ook. Mijn dochter was op dat moment ook naakt. Ik mijn dochter hard zeggen: "O my god, hij is aan het filmen" . Ik keek naar buiten en ik zag dat er een telefoon vanuit het raam uit het dak stak van de woning [adres] . Ik zag dat de telefoon snel naar binnen werd getrokken. Hierop hebben wij ons aangekleed en zijn wij naar de buurman (de rechtbank begrijpt: verdachte) woonachtig op de [adres] in [woonplaats] gegaan om hem te confronteren. Ik hoorde mijn dochter toen zeggen: “Ik wil dat je het filmpje verwijdert". Ik hoorde de buurman toen zeggen "Dat ga ik niet verwijderen”.

Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 28 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik deed onderzoek in de telefoon van verdachte [verdachte] . Gegevens mobiele telefoon:

Samsung SM-G973F. Ik zag dat er veelvuldig beeld is vastgelegd van de dakkapel van de woning van beide slachtoffers. Deze dakkapel is enkel zichtbaar vanuit de woning van verdachte wanneer verdachte van buiten het dakraam op het schuine dakvlak aan de achterzijde van zijn woning in de richting van het dakkapel kijkt. Ik zag dat er tientallen opnamen van de badkamer zijn gemaakt in een tijdsbestek vanaf medio 2022. Ik zag dat zij zich op meerdere momenten, kennelijk onbespied in de badkamer bevond. Ik zag dat [slachtoffer 4] op meerdere beelden geheel ontkleed aan het douchen was. Ik zag dat er op meerdere momenten werd ingezoomd als de borsten van [slachtoffer 4] zichtbaar waren. Ik zag dat voornamelijk minderjarig slachtoffer [slachtoffer 4] in de badkamer op beeld was vastgelegd. Ik zag dat voornamelijk minderjarig slachtoffer [slachtoffer 4] in de badkamer op beeld was vastgelegd. Ik heb slachtoffer [slachtoffer 4] op 7 juni 2023 gesproken en zag dat zij voor haar leeftijd erg jong oogt. Op het moment dan ik haar sprak was zij slechts 17 jaar oud.

Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 4 juni 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik bekeek de inbeslaggenomen telefoon van de aangehouden verdachte. Ik was op zoek naar beelden en/of foto’s waarop de inwoners van de [adres] zijn te zien. Ik zag dat er tientallen fragmenten waren vanaf juli 2021 waarop de bewoners te zien waren. De bewoners zijn hierbij bekleed en ontkleed te zien waarop dan de borsten van de minderjarige aangever te zien zijn. Ik zie dat de bewoners gefilmd worden als zij de woning in- en uit gaan, zij in de badkamer staan en wanneer zij in de tuin zitten.

Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 24 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik opende het beeldmateriaal welke was aangetroffen op de telefoon van verdachte [verdachte] . Ik zag meerdere filmpjes waarop slachtoffer [slachtoffer 4] met een ontbloot lichaam te zien is in haar badkamer. Tevens zag ik nog filmpjes van [slachtoffer 1] . Ik zag dat zowel [slachtoffer 4] als [slachtoffer 1] gefilmd waren terwijl zij in de badkamer stonden. Ik zag dat dit filmpjes betroffen zowel met als zonder kleding. Ik zag dat de eerste filmpjes van de badkamer van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] op 24 juli 2022 omstreeks 20:20 uur waren. Ik zag dat [slachtoffer 4] ging douchen. Ik zag haar ontblootte bovenlichaam.

Op de volgende data en tijdstippen zag ik filmpjes van [slachtoffer 4] in de badkamer, ik zag dat zij op bijna alle filmpjes met ontbloot bovenlichaam te zien was

Ik zag op 23 maart 2023 een filmpje omstreeks 07:15 waarop te zien was dat [slachtoffer 4] op straat liep.

Ik zag op 20 april 2023 een filmpje waarom [slachtoffer 4] te zien is terwijl zij vanaf huis wegfietst.

Ik zag dat er op 19 mei 2023 een filmpje was om 14:47 waarop [slachtoffer 1] te zien is terwijl zij aan het zonnen is in de tuin. Ik zag dat er die dag nog twee filmpjes waren waarop [slachtoffer 4] te zien was.

Ik zag dat er om 22 mei zeven filmpjes waren van de achtertuin. Ik zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] hierop te zien waren.

Ik zag dat er een filmpje was van [slachtoffer 4] die op straat liep op 26 mei 2023 om 13:44 uur.

Ik zag op 27 mei 2023 om 12:21 een filmpje van [slachtoffer 4] die gefilmd werd terwijl zij met de hond liep en vervolgens nog een filmpje dat zij in de tuin liep met de rond om 13:26 en een filmpje dat zij de tuin stond om 13:27.

Ik zag op 27 mei 2023 een filmpje van [slachtoffer 1] die in de tuin bezig was in een jurk, ik zag dat zij bukt. Ik zag dat er werd ingezoomd op haar billen. Ik zag nog vier beelden van [slachtoffer 1] die aan het werk was in de tuin.

Verklaring verdachte ter terechtzitting van 3 februari 2026:

De telefoon die in beslag is genomen is van mij.

Bewijsmiddelen feit 4

Verklaring verdachte ter terechtzitting van 3 februari 2026:

De telefoon die in beslag is genomen is van mij.

Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 13 september 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb de telefoon van verdachte [verdachte] uitgelezen. Dit betreft de Samsung Galaxy S10. In de telefoon zag ik eenentwintig (21) video's, waarop vrouwen te zien zijn waarvan ik vermoed dat zij heimelijk gefilmd zijn.

Video 5, gemaakt op 9 november 2021 om 10:32 uur, duur: 2 minuten en 5 seconden. Ik zie direct een vrouw in beeld, die ik herken als [slachtoffer 6] , ik ken haar omdat zij ook ter sprake kwam tijdens het verdachte verhoor. Verdachte [verdachte] had meerdere profielfoto's van haar in de galerij van zijn telefoon staan. [slachtoffer 6] staat in een kantoorruimte, ik zie namelijk computers staan, achter in de ruimte zit een gang met een nooddeurbordje. Later is ook te zien dat er verschillende boekjes/mappen op een bureau liggen. [slachtoffer 6] is in gesprek met diegene die filmt, dat zie ik omdat [slachtoffer 6] telkens boven de camera kijkt. Ze kijkt geen enkele keer naar de camera. Ik heb op de website gekeken van het werk van de verdachte, namelijk [bedrijf] Den Haag, daarop staan de medewerkers met foto, naam, telefoonnummer en functie. Ik herkende de vrouw van deze video van een vrouw die op die website staat, namelijk [slachtoffer 6] .

Video 7, gemaakt op 31 mei 2022 om 13:52 uur , duur: 53 seconden. Er zijn twee (2) vrouwen te zien op deze video. De vrouwen zitten naast elkaar, naast diegene die filmt. Het lijkt een overleg te zijn met nóg een persoon, die komt niet in beeld. De vrouwen lijken niet door te hebben dat zij worden gefilmd. Zij kijken af en toe boven de camera, dus waarschijnlijk naar de filmer en niet in de camera. Ik heb gekeken op de website van het bedrijf [bedrijf] Den Haag, waarop de medewerkers met hun foto, naam, telefoonnummer en functie staan. Ik herkende de achterste vrouw als zijnde [slachtoffer 2] . De vrouwen leken niet door te hebben dat zij werden gefilmd.

Video 11 , gemaakt op 28 november 2022 13:00 om uur, duur: 3 minuten en 45 seconden.Ik zie dat een vrouw door een gang loopt. Ik herken de gang als zijnde de gang van het kantoorgebouw waar de verdachte werkt. De vrouw wordt vanaf achter gefilmd. De vrouw loopt een kantoorruimte in waar twee (2) vrouwen zaten. De vrouw wordt rondom haar heupen gefilmd terwijl zij praat met een andere vrouw. De andere vrouw zit aan een bureautafel. De filmer, eerste en tweede vrouw zijn in gesprek met elkaar. De twee vrouwen kijken niet in de camera. Ik heb op de website gekeken van het werk van de verdachte, namelijk [bedrijf] Den Haag, daarop staan de medewerkers met foto, naam, telefoonnummer en functie. Ik herkende de eerste vrouw van deze video van een vrouw die op die website staat, namelijk [slachtoffer 5] .

Video 13, gemaakt op 30 maart 2023 om 09:41 uur, duur: 1 minuut en 3 seconden. Ik zie dat er meerdere personen de trap oplopen naar boven. Ik herken het gebouw als zijnde het gebouw waar de verdachte werkt. Voor de filmer loopt een vrouw. De vrouw wordt vanaf beneden, waardoor haar billen op beeld staan. De vrouw loopt een tweede trap op. Ook daar worden haar billen gefilmd. Omschrijving vrouw: Lichte huidskleur, donker haar in een staart, zwarte tui, witte broek en zwarte schoenen met witte zolen. De vrouw heeft een kop thee in haar hand.

Video 18, gemaakt op 15 mei 2023 om 10:53 uur, duur: 42 seconden. De filmer loopt de trap af. Ik herken het gebouw als zijnde het kantoorgebouw waar de verdachte werkt. Voor de filmer loopt een vrouw, zij wordt steeds gefilmd. De filmer en de vrouw lopen naar de koffiebar. Daar wordt zij gefilmd tijdens het inschenken van wat drinken.

Video 19, gemaakt op 15 mei 2023 om 10:54 uur, duur: 25 seconden. De filmer loopt de trap op. Ik herken het gebouw als zijnde het kantoorgebouw waar de verdachte werkt. Er loopt een vrouw voor de filmer, betreft dezelfde vrouw als video 18. De vrouw wordt vanaf achter gefilmd, gericht op haar billen. De vrouw loopt een tweede trap op en wordt ook daar vanaf achter gefilmd. Omschrijving vrouw: Dezelfde vrouw als video 18.

Video 21, gemaakt op 17 mei 2023, om 08:41 uur, duur: 52 seconden. Tijdens het filmpje staan er meerdere personen aan de koffiebar. Ik herken het gebouw als zijnde het kantoorgebouw waar de verdachte werkt. Er wordt één vrouw constant gefilmd. De vrouw loopt de trap op en wordt dan gefilmd vanaf achter, gericht op haar billen.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] 29 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben werkzaam voor het bedrijf [bedrijf] . Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 11 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is gevoegd. Ik zie dat dit een filmpje is die is opgenomen hier op de werklocatie in Den Haag. Ik zie dat het filmpje begint met de gehele achterzijde van mij en dat ik naar een ruimte loop. Ik zie dat degene die mij filmt kennelijk achter mij liep en mij al lopend filmde. Verder zie ik dat op het moment dat ik in de ruimte sta om iets te overleggen met een collega, dat de voorzijde van mijn lichaam wordt gefilmd. Ik zie dat vooral mijn borsten en buik hierop staan. Ik had niet door dat ik werd gefilmd.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] 30 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben werkzaam voor [bedrijf] BV. in Den Haag. Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 12 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is gevoegd. Ik zie mijzelf op videonummer 5 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. De locatie herken ik wel dat het op de tweede verdieping is van het bedrijf [bedrijf] in Den Haag. Ik ben mij echt niet bewust dat deze video is gemaakt. Ik vind het niet prettig dat de voorzijde van mijn lichaam is gefilmd zonder dat mijn hoofd erbij staat. Ik zie dat mijn borsten en buik worden gefilmd.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7] 30 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik was stagiaire bij het bedrijf [bedrijf] in Den Haag. Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 6 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is gevoegd. Ik ben te zien op videonummer 13 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34. Ik zie dat mijn billen worden gefilmd. Ik zie ook dat ik de trap op loop en dat mijn billen nog steeds worden gefilmd. Dit is bij [bedrijf] in Den Haag. Ik had niet door dat ik werd gefilmd.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] 29 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik werk voor [bedrijf] in Den Haag. Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 10 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is gevoegd. Ik zie mijzelf op videonummer 7 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Dit is tijdens een les in een ruimte in het pand van [bedrijf] in Den Haag. Ik zie mijzelf op videonummer 8 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Ik had niet door dat ik werd gefilmd. Ik zie mijzelf op videonummer 9 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Ik zie dat er wordt ingezoomd op mijn lichaamsdelen, waaronder mijn kont. Ik zie dat als ik de trap op loop dat er van onder wordt gefilmd, waardoor mijn kont meer én de hele tijd in beeld is.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 8] 27 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik werk voor [bedrijf] in Den Haag. Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 7 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is gevoegd. Ik zie mijzelf op videonummer 18 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Ik zie dat ik gefilmd word en dat vooral de achterkant van mijn lichaam wordt gefilmd. Het lijkt alsof hij vooral mijn kont aan het filmen is. Het is ook wel echt van dichtbij. De camera staat gewoon heel laag. Ook aan de voorkant, als ik in de kantine ben, wordt er gefilmd. Er wordt ter hoogte van mijn kruis gefilmd. Ik zie mijzelf op videonummer 19 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Ik loop de trap op en hij filmt van heel dichtbij en hij filmt alleen mijn kont. Ik heb niets doorgehad.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] 30 november 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben werkzaam voor [bedrijf] in Den Haag. Ik herken mijzelf op de foto die als fotonummer 9 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PLO900-2023165174-34 is gevoegd. Ik zie mijzelf op videonummer 21 op de fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van proces PL0900-2023165174-34 is benoemd. Dit is bij [bedrijf] in Den Haag. Ik had niet door dat ik werd gefilmd.

Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 22 december 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek bleek dat er op de [bedrijf] -Onedrive van verdachte [verdachte] beeldmateriaal

werd aangetroffen van [slachtoffer 3] van 14 juni 2023.

Serie 4 (datum 12 juni 2023 - [slachtoffer 3] ). Foto 41 betreft een foto van [slachtoffer 3] , waarop zij een map vasthoudt. Vermoedelijk is dit een foto van het ontvangen van het diploma. In deze serie werd ook een videobestand aangetroffen, waarop slachtoffer [slachtoffer 3] is te zien en te horen. Deze video duurt 1 minuut en 1 seconde. Ik heb vijf stills gemaakt van deze video, zijnde foto 42 tot en met 46 van het fotoblad. Hierop is slachtoffer [slachtoffer 3] te zien in een groene overslag jurk met diepe V-hals. Op foto 42 en foto 43 van het fotoblad is te zien dat zij een stuk taart in haar handen heeft en dit aan iemand overhandigt. Er is in de video te zien dat slachtoffer [slachtoffer 3] prominent in beeld is. Op foto 45 en foto 46 van het fotoblad is te zien dat zij licht voorover buigt waarna haar topje van de overslagjurk te zien is.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?