RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/052459-25; 16/158729-25 (gev. ttz); 16/191633-25 (gev. ttz); 16/027889-24 (vord. tul)
Tegenspraak
Vonnis van de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van de meervoudige kamer van 17 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] (Polen),
wonende op het adres [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] ,
hierna: [verdachte] .
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de zitting achter gesloten deuren van 3 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 16/052459-25, 16/158729-25 en 16/191633-25 tenlastegelegde feiten respectievelijk als feit 1 tot en met 4.
De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat:
feit 1 primair
op 18 februari 2025 in Lelystad een ambtenaar in functie ( [aangever 1] ) heeft beledigd;
feit 1 subsidiair
op 18 februari 2025 in Lelystad [aangever 1] heeft beledigd;
feit 2
op 18 februari 2025 in Lelystad een ambtenaar in functie ( [aangever 2] ) heeft beledigd;
feit 3
op 29 april 2025 in Lelystad opzettelijk ongeveer 0,29 gram heroïne en 0,79 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
feit 4 primair
in de nacht van 11 op 12 februari 2025 in Lelystad met anderen heeft geprobeerd om een woningoverval te plegen met het gebruik van geweld;
feit 4 subsidiair
in de nacht van 11 op 12 februari 2025 in Lelystad verschillende voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimtes en/of vervoermiddelen voorhanden heeft gehad, die bestemd waren tot het plegen van een woningoverval met het gebruik van geweld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] de feiten 1 primair, 2, 3 en 4 primair heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank allereerst om [verdachte] vrij te spreken van feit 4 primair en subsidiair omdat daarvoor onvoldoende wettig bewijs is. Als de rechtbank dat niet volgt, stelt de advocaat zich op het standpunt dat feit 4 primair tot vrijspraak moet leiden omdat er geen begin van uitvoering is geweest en hoogstens feit 4 subsidiair kan worden bewezen. De advocaat heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair, feit 2 en feit 3
[verdachte] bekent dat hij de feiten 1 primair, 2 en 3 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van deze feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
Bewijsmiddelen feit 1 primair
de verklaring van [verdachte] op de zitting van 3 februari 2026;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 18 februari 2025, genummerd 250218-583-151, inhoudende de verklaring van aangever [aangever 1] , pagina. 10;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2025, genummerd 250218-583-937, pagina 14;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2025, genummerd PL0900-2025052652-8, pagina 18;
Bewijsmiddelen feit 2
de verklaring van [verdachte] op de zitting van 3 februari 2026;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 18 februari 2025, genummerd 250218-687-738, inhoudende de verklaring van aangever [aangever 2] , pagina. 21;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2025, genummerd PL0900-2025052764-3, pagina 23;
Bewijsmiddelen feit 3
de verklaring van [verdachte] op de zitting van 3 februari 2026;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2025, genummerd PL0900-2025139809-9, pagina 8 tot en met 17;
een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 1 mei 2025, genummerd 250430-898-948, pagina 53 tot en met 55;
geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, zijnde twee rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 30 april 2025, doorgenummerde pagina 51 en 52;
Bewijsmiddelen feit 4 primair
De rechtbank oordeelt dat feit 4 primair is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
In het proces-verbaal van bevindingen van 25 juni 2025, genummerd 2505141406.PVB, is er onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Op 11 februari 2025 tussen omstreeks 14:20 uur en 12 februari 2025 omstreeks 01:22 uur is op de OVC te horen dat de verdachten op verschillende momenten, en soms in verschillende samenstellingen, in de grijze Toyota zaten.
Stemherkenning [verdachte]
De uitspraken welke geleid hebben tot een vermoedelijke betrokkenheid van de verdachte [verdachte] betreffen:
- De verdachte [verdachte] werd meerdere malen ' [verdachte] ' genoemd;
- De verdachte [verdachte] werd meerdere malen ' [bijnaam] ' genoemd. Uit de Basis Registratie
- Personen is gebleken dat [verdachte] geboren is in Polen en de Poolse nationaliteit heeft.
- [medeverdachte 1] vertelde dat de verdachte [verdachte] 16 jaar oud is, wat overeenkwam met de huidige
leeftijd van [verdachte] ;
- Uit de Basis Registratie Personen is gebleken dat de verdachte [verdachte] is ingeschreven op de
[adres 2] te [plaats] . Op het moment dat de verdachte [verdachte] in het voertuig
stapte, bevond het voertuig zich in de nabije omgeving van zijn woning.
De avond van 11 februari 2025
Op de OVC is te horen dat de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] buiten het voertuig een gesprek voeren, waarbij onder andere de waarde van een horloge van een persoon genaamd ' [slachtoffer 1] ' besproken wordt. Tijdens het gesprek lijkt [medeverdachte 3] een Facebookaccount van [slachtoffer 1] te bekijken, waarbij hij kennelijk de sieraden van die persoon weet op te noemen. Zo zou het horloge van die persoon volgens hen 150 duizend euro waard zijn.
Te horen is dat er gesproken wordt over [verdachte] . [medeverdachte 3] zegt dat [verdachte] wel zomaar kan gaan en [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] serieus is. [medeverdachte 3] zegt dat [verdachte] vroeger kankerveel gepest is en zich sowieso wil bewijzen. [medeverdachte 1] zegt dat zijn broertje [verdachte] kankerhard heeft geslagen.
(Bron: 110225_204922)
Kort nadat de verdachten in het voertuig stappen, lijkt ook de verdachte [medeverdachte 4] in het voertuig te stappen.
[medeverdachte 2] : Deze tjappie komt via jou, toch?
[medeverdachte 4] : Ja.
[medeverdachte 2] .: Je kan beter Glock halen.
[medeverdachte 4] . Die heb ik sowieso liggen.
[medeverdachte 3] vraagt wat voor Glock hij heeft. [medeverdachte 4] zegt dat hij gewoon een normale, echte, Glock heeft met een klip erop en dat hij die mee gaat nemen naar die torrie.
(Bron: 110225_205422)
Terwijl de voornoemde personen met elkaar in gesprek zijn, rijdt het voertuig blijkens de
bakengegevens in de richting van de Waterwijk, waarna het voertuig omstreeks 22:05 uur tot stilstand wordt gebracht ter hoogte van de [adres 3] . Deze locatie bevindt zich in de nabije omgeving van de woning alwaar de verdachte [verdachte] op dat moment woonachtig is.
[medeverdachte 3] : En je gaat sowieso wat fixen.
[medeverdachte 2] : Zeg tegen hem, ze hebben net gotoe verkocht, tachtig koppen. Cash ligt daar.
(Bron: 110225_205922)
Op de OVC is te horen dat de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] omstreeks 22:09 uur uit het voertuig stappen en omstreeks 22:15 uur weer in het voertuig te stappen.
[medeverdachte 4] vraagt of er cammies zijn, waarna [medeverdachte 2] zegt dat er alleen een Ring bij dat huis is.
[medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 4] dat hij zijn hand erop moet doen en iets voor zijn gezicht moet doen of dat hij daarvoor die [bijnaam] heeft.
(Bron: 110225_211546)
[medeverdachte 2] . Kijk [medeverdachte 4] . Gewoon aankloppen en naar binnen drukken. Jij blijft op die fatbike voor de deur. Je laat deze gozer aankloppen. Als hij aanklopt, die vrouw doet open, moet hij naar binnen drukken, zet je die fatbike neer, ren je naar binnen.
[medeverdachte 2] . Hoe wil je het dan doen, Thuisbezorgd tas?
[medeverdachte 4] . Ja, is ook hete shit als je het zo vaak hebt gedaan.
[medeverdachte 3] : Maar niet voor woningoverval.
[medeverdachte 2] zegt dat ze gewoon die Thuisbezorgd tas kunnen gebruiken, [medeverdachte 3] is het daarmee eens en zegt dat die mensen die niet weten dat ze al bij anderen hebben aangebeld.
(Bron: 110225_211546)
[medeverdachte 2] : Zij gaat gewoon die deur openen. Als ze hem ziet, zij gaat denken is een vriend van d'r zoon. En zet hij gewoon die voet tussen de deur. Het is gewoon alsof jij hier zit op die fatbike. Skimask op.
(Bron: 110225_211546)
[medeverdachte 3] : Als je echt parra bent, pak je haar telefoon. Zeg je maak open, ga je die Ring deurbel
video wissen. Als je echt zo boos bent.
[medeverdachte 1] . Maar je hebt handschoenen aan he?
(Bron: 110225_211546)
Blijkens de bakengegevens bevindt het voertuig zich omstreeks 22:18 uur ter hoogte van de
[adres 4] , waarna het voertuig kort daarna in de richting van Lelystad -Haven rijdt.
Ondertussen lijken de verdachten nog steeds met elkaar in de grijze Toyota te zitten. Deze locatie bevindt zich nog dichter bij de woning alwaar de verdachte [verdachte] op dat moment woonachtig is.
Kort daarna is te horen dat de verdachte [verdachte] in het voertuig stapt, waarna er een gesprek wordt gevoerd waarbij de verdachte [verdachte] vraagt of alles geregeld is, 'osso en alles'. Gedurende de autorit wordt besproken dat het een goede klus betreft, waarbij de verdachte [verdachte] lijkt te vragen naar de bewoners van de woning. Hieruit blijkt dat het zou gaan om een vrouw en een kind.
[medeverdachte 1] vraagt in welke buurt die osso is, waarna [medeverdachte 2] zegt dat ze nu die tie-rips sowieso moeten fixen.
(Bron: 110225_213047)
[medeverdachte 3] zegt dat [A] daar niet snel komt en vraagt wie [A] gaat bellen.
[medeverdachte 2] : Ze hebben geen tellie's. Als je hun vastbindt met tie-rips.
(Bron: 110225_213547)
NNM ( [bijnaam] ) vraagt of hij alleen moet kijken naar twee of drie watcha's, waarna vermoedelijk [medeverdachte 1] zegt dat hij overal naar moet kijken en het overhoop moet gooien.
[medeverdachte 3] zegt dat er geld ligt.
NNM ( [bijnaam] ) vraagt of het een vrouw en kinderen zijn.
(Bron: 110225_214047)
[medeverdachte 2] : Wil je nog iemand erbij hebben voor ondersteuning?
NNM ( [bijnaam] ): Het boeit mij niet.
NNM ( [bijnaam] ): Als die man garanti osso is, dan ga ik niet.
NNM ( [bijnaam] ) zegt dat ze hebben gezegd dat het een jongetje en een mevrouw was en dat NNM ( [bijnaam] ) dacht dat die man helemaal niet in die osso was.
NM ( [bijnaam] ) zegt dat hij kankerveel geweld moet gebruiken als hij er is.
(Bron: 110225_220047)
Vervolgens is op de bakengegevens te zien dat het voertuig rijdt in de richting van de woning aan Het [straat 1] , de woning van [slachtoffer 2] . Op de camerabeelden is te zien dat het voertuig omstreeks 23:15 uur in beeld verschijnt en vermoedelijk de verdachte [medeverdachte 2] uit het voertuig stapt, waarna hij de woning aan Het [adres 5] betreedt. Enkele minuten later is te zien dat de verdachte [medeverdachte 2] de woning verlaat met in zijn linkerhand een voorwerp, gelijkend op een etui/kleine tas. Vervolgens is op de OVC te horen dat de verdachte [medeverdachte 2] in het voertuig stapt.
[medeverdachte 2] zegt: "Ganoe, niffie. handschoenen. kijk eens of je deze handschoenen past?"
Vermoedelijk [medeverdachte 4] zegt dat het te klein is.
[medeverdachte 2] : Hey, die 'P' geef ik aan jou he? Laat die tjappie niet zomaar djoeken en shit. Jij bent die oudere, jij moet de controle hebben.
(Bron: 110225_222047)
[medeverdachte 1] zegt dat het enige wat ze moeten doen is dat ze niks vergeten en dat ze die wijf alles laten zien.
[medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 3] moet zeggen dat [verdachte] de leiding moet nemen.
(Bron: 110225_223256)
[medeverdachte 3] zegt dat er één Ring deurbel is, dat [medeverdachte 4] er niet op staat, dat [verdachte] erop staat, dat [verdachte] een skimask op gaat hebben.
(Bron: 110225_225342)
Kort voordat de verdachten uit het voertuig stappen, is blijkens de bakengegevens het voertuig wederom tot stilstand gebracht op de [straat 2] ter hoogte van huisnummer [nummer] .
Diezelfde nacht, op 12 februari 2025 omstreeks 01:27 uur, is op de OVC te horen dat meerdere personen in het voertuig stappen. Dit blijken de verdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 4] te zijn.
[medeverdachte 1] : Heb je mijn skimask [medeverdachte 4] ?
[medeverdachte 4] : Binnen man.
[verdachte] . Binnen.
(Bron: 120225_002734)
Omstreeks 01:35 uur is op de OVC te horen dat de verdachte [medeverdachte 4] uit het voertuig stapt. Kort nadat de verdachte [medeverdachte 4] uit het voertuig stapt, wordt er direct over hem gesproken
[medeverdachte 3] : Ey deze man is echt een mietje. Hij ging sowieso bibberen daar.
[verdachte] : Hij. ja broer.
[medeverdachte 3] : Ik dacht juist jij zou misschien niet gaan.
[medeverdachte 1] . No, ik wist dat jij sowieso zou gaan. Ik heb vanaf begin gezegd, bel [verdachte] . [verdachte] is werker. Hij kan.
[verdachte] . Maar hij wou echt niet. Hij wou mij alles laten doen.
(Bron: 120225_003234)
[medeverdachte 3] : [verdachte] , jij bent wel man. Ik zeg je eerlijk. Je ging wel.
[verdachte] : En als ze open deden, broer, hij zou niet achter mij aanlopen.
[medeverdachte 1] · Waar stond ie?
[verdachte] : hij ging kanker ver staan. Hij zou mij niet eens zien. Ik kon net zo goed in mijn eentje gaan.
(Bron: 120225_003734)
[medeverdachte 3] . [verdachte] . Hij ging wel gewoon.
[medeverdachte 2] : Hij is wel motor.
[medeverdachte 3] . Wie? [verdachte] ?
[medeverdachte 2] : [verdachte] .
[medeverdachte 3] : Ja, hij gaat wel gewoon. Hij is zestien he.
(Bron: 120225_010234)
Over de verdachte [verdachte] wordt kennelijk wel positief gesproken, zo wordt hij 'motor' (lees: doorzetter, daadkrachtig) genoemd en zou hij wel gaan ondanks dat hij zestien jaar is.
Bewijsoverwegingen t.a.v. feit 4 primair
In onderzoek 03UMBRA24 zijn de locatiegegevens van een grijze Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] (de auto van medeverdachte [medeverdachte 3] ) uitgelezen (hierna: bakengegevens en zijn de in deze auto gevoerde gesprekken opgenomen (hierna: OVC). Daarnaast is er een heimelijke camera geplaatst, die gericht stond op de woning aan het [adres 5] te [plaats] .
Op de OVC is te horen dat op 11 februari 2025 vanaf 14:20 uur medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en een persoon genaamd [verdachte] op verschillende momenten in verschillende samenstellingen in deze auto zitten, waarbij er gesprekken worden gevoerd over het treffen van voorbereidingen voor een woningoverval. Gelet op de zwijgende proceshouding van [verdachte] ziet de rechtbank zich allereerst voor de vraag gesteld of de verdachte [verdachte] de voornoemde persoon is die in het dossier ‘ [verdachte] ’ wordt genoemd.
De verdachte [verdachte] is ‘ [verdachte] ’ uit de OVC-gesprekken
De stem van [verdachte] is in de OVC-gesprekken herkend. Dit is gebaseerd op de volgende feiten: 1) [verdachte] werd meerdere keren bij zijn voornaam ‘ [verdachte] ’ genoemd of ‘ [bijnaam] ’ genoemd. [verdachte] is in Polen geboren en heeft de Poolse nationaliteit, 2) medeverdachte [medeverdachte 3] vertelde dat deze [verdachte] 16 jaar oud is, wat destijds overeenkwam met de leeftijd van [verdachte] , 3) [verdachte] woonde destijds (zoals ook blijkt uit de Basis Registratie Personen) op de [adres 2] te [plaats] , waar de grijze Toyota zich in de nabije omgeving bevond op het moment dat deze [verdachte] in het voertuig instapte en later op de avond (na de poging tot woningoverval) weer uitstapte. De rechtbank is van oordeel dat deze specifieke feiten en omstandigheden samen ertoe leiden dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte [verdachte] de desbetreffende [verdachte] is.
Het plan
Uit het dossier volgt dat het idee om de desbetreffende woning te overvallen, voortkomt uit het feit dat een aantal medeverdachten het Facebookaccount van het slachtoffer ' [slachtoffer 1] ' heeft bekeken en hij volgens hen extreem rijk zou zijn. Volgens hen zou deze [slachtoffer 1] namelijk in het bezit zijn van dure sieraden en horloges. Op een later moment voegen zij daar nog aan toe dat er ook geld in zijn woning zouden moeten liggen.
Het concrete plan ontstaat vervolgens bij de medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] , waarbij er specifiek een woningoverval wordt genoemd die gepleegd moet worden door medeverdachte [medeverdachte 4] en [verdachte] . [verdachte] zou namelijk een serieuze jongen zijn die vroeger veel gepest is, waardoor hij zich zou willen bewijzen en dus geschikt zou zijn voor de klus.
Het door hen bedachte plan was dat medeverdachte [medeverdachte 4] en [verdachte] naar de woning van het slachtoffer zouden gaan, waarbij [verdachte] voorop zou gaan en moest aankloppen of aanbellen. Medeverdachte [medeverdachte 4] zou voor de deur blijven wachten op een fatbike van medeverdachte [medeverdachte 2] . Als de vrouwelijke bewoner de deur zou openen en de verdachte zou zien, zou zij waarschijnlijk denken dat hij een vriend was van haar zoon. Op het moment dat de deur geopend werd, zou [verdachte] zijn voet tussen de deur moeten zetten en de deur moeten open drukken zodat hij en medeverdachte [medeverdachte 4] beiden naar binnen konden treden. Ook de optie om zich voor te doen als maaltijdbezorgers met een Thuisbezorgd tas wordt aangedragen door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .
Verder wordt erover gesproken dat er een ring deurbel bij de desbetreffende woning aanwezig is, waardoor [medeverdachte 4] of [verdachte] een skimasker op moeten zetten.
[verdachte] wordt opgehaald
Vervolgens blijkt uit de bakengegevens dat de auto rond 22:18 uur beweegt richting het adres van [verdachte] . Op de OVC is namelijk kort daarna te horen dat [verdachte] in de auto stapt en vraagt of alles geregeld is ‘osso (lees: huis) en alles’. Hij vraagt of hij naar een paar horloges moet zoeken, waarna medeverdachte [medeverdachte 1] aangeeft dat hij overal naar moet kijken en het overhoop moet gooien. Medeverdachte [medeverdachte 3] voegt eraan toe dat er ook nog geld zou liggen. [verdachte] vraagt verder naar de bewoners van de woning, omdat het om een vrouw en een kind zou gaan. [verdachte] zegt vervolgens dat hij extreem veel geweld moet gebruiken, als blijkt dat de mannelijke bewoner ook onverhoopt thuis zal zijn.
Daarna worden er nog meer voorbereidingen getroffen voor de woningoverval. Nadat de auto langs de woning van [slachtoffer 2] is gereden, zegt [medeverdachte 2] dat hij een vuurwapen, mes en handschoenen heeft. [medeverdachte 1] geeft [verdachte] en [medeverdachte 4] instructies over hoe ze de overval moeten aanpakken, namelijk dat ze de vrouw alles moeten laten zien en dat ze met een skimasker moeten voorkomen dat ze op de videodeurbel te zien zijn.
Het blijft bij een poging
Rond middernacht wordt de auto tot stilstand gebracht nabij het adres de [straat 2] te [plaats] , waarna iedereen uitstapt. Pas omstreeks 01:27 uur is op de OVC weer te horen dat [verdachte] en medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] in de auto te stappen.
Uit de OVC is op te maken dat de woningoverval niet is gepleegd. De rechtbank stelt vast dat er wel sprake is geweest van een begin van de uitvoering van de woningoverval. Uit meerdere uitspraken van de OVC die door [verdachte] en de medeverdachten zijn gedaan, kan worden afgeleid dat [verdachte] samen met medeverdachte [medeverdachte 4] daadwerkelijk naar de woning zijn geweest. Zo wordt er over [verdachte] gezegd dat hij een echte man is, dat hij wel ging, dat de medeverdachte [medeverdachte 4] niet achter hem aan zou zijn gelopen in het geval dat de deur wel openging en verder zegt [verdachte] zelf dat hij net zo goed in zijn eentje had kunnen gaan, omdat medeverdachte [medeverdachte 4] dusdanig ver van hem af stond. Dit impliceert dat er is aangebeld of aangeklopt, maar dat er door de bewoners niet werd opengedaan waardoor [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 4] de woning niet hebben kunnen betreden zoals van tevoren het plan was.
Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot woningoverval waarbij er verschillende voorbereidingshandelingen zijn getroffen en er geweld zou worden gebruikt.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
feit 1 primair
op 18 februari 2025 te Lelystad opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 1] (aspirant bij Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerlijer";
feit 2
op 18 februari 2025 te Lelystad opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 2] (agent bij Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "je kanker moeder. Kom hier ik sla je in elkaar";
feit 3
op 29 april 2025 te Lelystad opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,29 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 0,79 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 4 primair
in de nacht van 11 op 12 februari 2025 te Lelystad , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om geld, sieraden en horloges, die aan een onbekend gebleven ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen die voornoemde onbekend gebleven ander of anderen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, met een of meer van zijn mededaders - één of meer goederen voorhanden heeft gehad die bestemd waren om te gebruiken bij de poging diefstal met geweld in vereniging, zoals een vuurwapen, een mes, een skimasker, handschoenen, tie-rips, een fatbike, een (personen)auto, te weten een Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] en - heeft besproken hoeveel geweld mogelijk nodig zou zijn bij de diefstal in de woning van die voornoemde ander of anderen en - zich naar de woning van die voornoemde ander of anderen heeft begeven en - heeft proberen binnen te komen bij de woning van die voornoemde ander of anderen door aan te bellen, aan te kloppen, zich voor te doen als een vriend en/of bekende van de zoon van die ander of anderen en/of zich voor te doen als maaltijdbezorger, althans door te proberen zich toegang tot die woning te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, alleen ten gevolge van de van verdachtes wil onafhankelijke omstandigheid dat die voornoemde ander of anderen de voordeur niet heeft/hebben geopend.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1 primair en feit 2 telkens:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4 primair:
poging tot het medeplegen van diefstal, voorafgegaan/vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en [verdachte] zijn strafbaar.
5. Straf en maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 41 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Daarnaast eist de officier van justitie dat aan [verdachte] wordt opgelegd:
- een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met de bijzondere voorwaarden, zoals deze zijn geadviseerd door de Raad in het advies van 22 januari 2026. Hierbij eist de officier van justitie dat de eerste voorwaarde wordt aangevuld in die zin dat [verdachte] intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern zal aanvaarden zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, en toevoeging van twee extra bijzondere voorwaarden, namelijk een contactverbod met [slachtoffer 2] en een locatieverbod op het [adres 5] , [postcode 2] [plaats] .
De officier van justitie eist dat de voorwaardelijke PIJ-maatregel, de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).
Standpunt van de verdediging
De advocaat refereert zich ten aanzien van de eventuele oplegging van een (voorwaardelijke) PIJ-maatregel en de dadelijke uitvoerbaarheid hiervan. De advocaat verzoekt om aan [verdachte] geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen dan [verdachte] reeds in voorarrest heeft doorgebracht en sluit daarnaast de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel niet uit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot de conclusie dat zij de strafeis van de officier van justitie zal volgen. Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot woningoverval in vereniging. Hij is samen met een ander naar de desbetreffende woning gegaan en heeft daar aangebeld of geklopt. Het plan was om vervolgens daar met geweld binnen te dringen en waardevolle spullen te stelen. In de gesprekken met de medeverdachten blijkt dat [verdachte] en zijn medeverdachte zich hadden uitgerust met onder andere een vuurwapen en een mes. Ze hadden bovendien tie-rips meegenomen om de slachtoffers vast te binden. De woningoverval is niet doorgegaan omdat de bewoners niet open deden. Als het plan was uitgevoerd zoals [verdachte] en zijn medeverdachten hadden bedacht, had het voor de bewoners een hele traumatische ervaring kunnen worden. Dit soort feiten zorgen er ook meer in het algemeen voor dat mensen zich onveilig en bang voelen. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij daadwerkelijk naar de desbetreffende woning is toe gegaan om uitvoering te geven aan het plan, ondanks dat de verdachte had begrepen dat er mogelijk een kind aanwezig zou zijn. [verdachte] heeft verder door zijn handelen laten zien dat hij geen respect heeft voor de persoonlijke eigendommen van anderen.
Daarnaast heeft [verdachte] zich ook schuldig gemaakt aan de belediging van twee politieagenten, die simpelweg hun werk deden. Ook heeft [verdachte] harddrugs in zijn bezit gehad, wat een negatieve invloed heeft op de algemene volksgezondheid. Het dossier bevat aanwijzingen dat [verdachte] wekenlang in harddrugs heeft gedeald.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie (strafblad) betreffende [verdachte] van 23 december 2025. Hieruit blijkt dat [verdachte] eerder is veroordeeld in 2024 voor opiumdelicten en een geweldsdelict, en in 2025 voor belediging van politieagenten. Er is dus sprake van recidive.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van 24 december 2025, betreffende een multidisciplinair geïntegreerd onderzoek (door een psycholoog en een psychiater). Hieruit komt naar voren dat er bij [verdachte] primair sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een ouder-kindrelatieprobleem. De gedragsproblemen van [verdachte] worden gekenmerkt door grensoverschrijdend gedrag, antisociale trekken en een onverschillige houding ten opzichte van de negatieve gevolgen van zijn gedrag tegen autoriteiten. [verdachte] heeft zich ook tijdens de zitting brutaal en onverschillig gedragen, waardoor de rechtbank de bevindingen van de deskundigen herkent. In groepsverband wordt verder duidelijk dat [verdachte] impulsief gedrag kan vertonen en zijn agressie niet goed kan reguleren. De deskundigen hebben geconcludeerd dat deze stoornissen bij [verdachte] aanwezig waren ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Zij adviseren om feit 3 (het bezit van de harddrugs) en 4 (de poging tot woningoverval) volledig aan [verdachte] toe te rekenen. Zij adviseren om de beledigingen (feit 1 en feit 2) in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen. Bij onveranderde omstandigheden schatten zij de kans op recidive in als hoog. Zij adviseren om begeleiding, behandeling en adequate agressie-emotie-regulatietraining stevig te borgen. Het is in het belang van een positieve ontwikkeling van [verdachte] dat de voornoemde begeleiding, behandeling en training langdurig kunnen plaatsvinden, zodat deze daadwerkelijk van de grond kunnen komen. Zij adviseren daarom om dit binnen een voorwaardelijke PIJ-maatregel aan [verdachte] op te leggen.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van een reclasseringsadvies van de Raad van
22 januari 2026. Hieruit blijkt dat de Raad verschillende zorgen heeft omtrent [verdachte] , namelijk over zijn dagbesteding, het verkeren in een negatief netwerk en zijn houding buitenshuis waarbij hij in aanraking komt met politie. Volgens de Raad zijn er veel factoren die in de richting wijzen van de oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, zoals de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de ernstige problematiek van [verdachte] en onvoldoende (pedagogische) draagkracht van de ouders. Inmiddels heeft [verdachte] echter wel een positieve dagbesteding (middels werk), waar hij positieve contacten en belangrijke vaardigheden kan opdoen. Ook is [verdachte] verhuisd, waardoor hij meer afstand lijkt te hebben van zijn criminele netwerk. De Raad vindt het belangrijk dat deze beschermende factoren worden behouden en verder worden opgebouwd en uitgebreid. De Raad komt tot dezelfde conclusie als de psycholoog en psychiater, namelijk dat [verdachte] een laatste kans moet krijgen om noodzakelijke behandeling in een ambulant kader te krijgen. Het is echter de vraag in hoeverre [verdachte] hiervoor gemotiveerd is en blijft. De Raad heeft vastgesteld dat [verdachte] duidelijke en strakke regels en kaders moet hebben met duidelijke gevolgen, als hij deze overtreedt. De Raad adviseert daarom om aan [verdachte] een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen en daarnaast een onvoorwaardelijke jeugddetentie, die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest, zodat zijn positieve ontwikkeling niet doorkruist wordt. De vertegenwoordiger van de Raad heeft tijdens de zitting haar advies bevestigd.
Op zitting heeft de vertegenwoordiger van de jeugdreclassering, toegelicht dat het toezicht op [verdachte] op dit moment goed verloopt. [verdachte] werkt zes dagen per week bij een klussenbedrijf. Hij is aangemeld bij de Waag en staat op de wachtlijst. Verder zal er op 16 februari 2026 een kennismakingsgesprek plaatsvinden met Samen Sterk.
De rechtbank volgt de conclusies van de deskundigen ten aanzien van de stoornis, het recidiverisico en ook ten aanzien van de toerekenbaarheid en neemt deze conclusies over. Dat betekent dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan [verdachte] worden toegerekend en de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten volledig aan hem worden toegerekend.
De op te leggen straf en maatregel
Oplegging voorwaardelijke PIJ-maatregel
Voor het opleggen van een PIJ-maatregel ex artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat:
er bij [verdachte] ten tijde van het begaan van het misdrijf sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
het feit betreft waarvoor de maatregel wordt opgelegd een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist;
de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] .
Naar het oordeel van de rechtbank is aan alle bovengenoemde vereisten voldaan. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De rechtbank heeft de conclusie van zowel de psycholoog als de psychiater overgenomen dat er bij [verdachte] ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en een gedragsstoornis.
Verder volgt op basis van de bewezenverklaarde feiten dat in ieder geval een woningoverval een misdrijf is, waarvoor een gevangenisstraf van vier jaren of meer kan worden opgelegd.
Ten aanzien van de vraag of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereist, overweegt de rechtbank dat de problematiek van [verdachte] , in het bijzonder zijn onverschillige en grensoverschrijdende gedrag in combinatie met zijn lichtverstandelijke beperking en beperkte capaciteit tot agressieregulatie, ertoe kunnen leiden dat hij impulsief en agressief gedrag vertoont. Als deze kwetsbaarheden van [verdachte] onbehandeld blijven, valt niet uit te sluiten dat hij zich opnieuw in de verkeerde kringen begeeft en niet schroomt om geweld te gebruiken. De rechtbank is net als de deskundigen daarom van oordeel dat het recidiverisico hoog is. Uit zijn strafblad blijkt bovendien dat [verdachte] eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten als waar de rechtbank hem nu voor veroordeelt.
Tot slot is de vraag of de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] . Het is gebleken dat [verdachte] op dit moment een voorzichtig positieve lijn heeft ingezet, door hard aan het werk te zijn en wegens de verhuizing meer afstand lijkt te hebben van vrienden, die voorheen een negatieve invloed op hem hadden. In het contact met [verdachte] op zitting en hetgeen de psycholoog, de psychiater en de jeugdreclasseerder in het contact met hem hebben ervaren, komt naar voren dat [verdachte] zijn verleden achter zich wil laten en zich enkel wil richten op de toekomst. De rechtbank vindt het positief dat [verdachte] nu gericht is op de toekomst en gemotiveerd lijkt te zijn om niet meer met politie en justitie in aanraking te komen, ook al lukt het hem niet altijd om dit over te brengen. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel niet in het belang zou zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] . De rechtbank houdt er bij dit oordeel rekening mee dat [verdachte] weliswaar zelfstandig heeft besloten om te proberen in te breken, maar wel onder druk heeft gestaan van grotere spelers in het criminele circuit. De plaatsing in een inrichting zou ertoe leiden dat [verdachte] zijn positieve dagbesteding zou verliezen en dat wil de rechtbank juist niet doorkruisen.
De rechtbank is van oordeel dat het recidiverisico ook voldoende kan worden ingeperkt door een strak kader aan voorwaarden aan [verdachte] op te leggen. De rechtbank zal zich daarom aansluiten bij de adviezen van de deskundigen en de Raad. Dit betekent dat [verdachte] een laatste kans krijgt om zich in vrijheid te bewijzen. De rechtbank zal aan [verdachte] een voorwaardelijke PIJ-maatregel opleggen. Door de oplegging van deze maatregel heeft het voor [verdachte] duidelijke gevolgen als hij toch weer de fout in zou gaan. De rechtbank zal bij de voorwaardelijke PIJ-maatregel de voorwaarden aan [verdachte] opleggen die zijn opgenomen in het advies van de Raad. De rechtbank zal aan de eerste voorwaarde toevoegen dat [verdachte] intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern zal aanvaarden, zo lang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht. De rechtbank zal aan de voorwaarden tevens een locatieverbod toevoegen op het [adres 5] , [postcode 2] [plaats] en een contactverbod met mevrouw [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1957, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht, aangezien deze locatie doorgaans als ‘rovershol’ en stashlocatie werd gebruikt door de criminele groepering waarvan [verdachte] sturing kreeg en de bewoonster hiervan vaak als doorgeefluik werd gebruikt.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op het hoge risico op recidive dat [verdachte] wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en omdat de rechtbank het van belang acht dat de behandeling en begeleiding van [verdachte] direct zal starten, zal de rechtbank de PIJ-maatregel met de bijbehorende voorwaarden en het toezicht hierop dadelijk uitvoerbaar verklaren.
Oplegging jeugddetentie
De rechtbank is van oordeel dat niet met de oplegging van een maatregel kan worden volstaan. Gelet op de aard en de ernst van de feiten, en in het kader van normbevestiging en vergelding oordeelt de rechtbank dat daarnaast een jeugddetentie passend en geboden is. De rechtbank zal [verdachte] veroordelen tot een jeugddetentie die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest, zodat hij niet opnieuw in detentie terechtkomt en zo snel mogelijk de noodzakelijke behandeling krijgt. De rechtbank legt verdachte daarom ook een jeugddetentie op van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 40 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Daarbij geldt de algemene voorwaarden dat [verdachte] tijdens de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten mag plegen.
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
6. In beslag genomen voorwerpen t.a.v. feit 3
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist ten aanzien van de onder feit 3 onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen dat het geldbedrag van € 90,00 verbeurd wordt verklaard, en de verdovende middelen en het mes aan het verkeer worden onttrokken.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om het inbeslaggenomen geld te retourneren aan [verdachte] , omdat dealen niet ten laste is gelegd. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen voorwerpen refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten € 90,00, verbeurd verklaren. [verdachte] had kleine geldcoupures (van € 10,00 en € 20,00) bij zich in combinatie met gripzakjes met daarin verkoophoeveelheden cocaïne en heroïne. De rechtbank concludeert op basis hiervan dat er sprake is van een dealerindicatie. Het is aannemelijk dat dit geld geheel of grotendeels uit baten van het onder 3 strafbare feit is verkregen.
De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten de verdovende middelen en het mes, onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
De rechtbank in Lelystad heeft aan [verdachte] in de zaak met parketnummer 16/027889-24 op 4 juni 2024 een jeugddetentie voor de duur van 54 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaren. Deze proeftijd is door de kinderrechter bij vonnis van 16 oktober 2025 met één jaar verlengd.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering afwijst, maar de bijzondere voorwaarden die verbonden zijn aan deze voorwaardelijke veroordeling wijzigt in de voorwaarden die zijn verbonden aan de opgelegde PIJ-maatregel.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het van belang dat [verdachte] zal focussen op zijn behandeling en de ingezette positieve lijn zal vervolgen. Daarom zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen en de bijzondere voorwaarden van deze eerder opgelegde voorwaardelijke straf wijzigen naar de bijzondere voorwaarden die in dit vonnis zijn verbonden aan de voorwaardelijke PIJ-maatregel.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
9. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder 1 primair en 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde bewezen, zoals hiervoor in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
Strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
Strafbaarheid verdachte
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde;
Oplegging straf en maatregel
- veroordeelt [verdachte] tot een jeugddetentie van 150 (honderdvijftig) dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 40 (veertig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden daarbij dat [verdachte] :
- veroordeelt [verdachte] tot een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel);
als algemene voorwaarden gelden daarbij dat de verdachte:
- stelt daarbij de bijzondere voorwaarden dat [verdachte] :
1. zich zal houden aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling, te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS JB&JR), waarbij [verdachte] intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB Harde Kern, zo lang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht;
2. zich zal houden aan het locatiegebod, te weten dat hij zich dient te bevinden op zijn huisadres op de [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] , zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht, en zich ter controle van het locatiegebod onder elektronische toezicht zal stellen van de gecertificeerde instelling te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS JB&JR), zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht. De politie wordt belast met het toezicht op deze voorwaarde;
3. zich niet zal bevinden op of in de directe omgeving van het [adres 5] , [postcode 2] [plaats] , zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie wordt belast met het toezicht op deze voorwaarde;
4. zal meewerken aan hulpverlening, zoals Topzorg, voortkomend uit het advies van het dubbel persoonlijkheidsonderzoek dan wel op advies van de jeugdreclasseerder, zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht;
5. zal meewerken aan de forensische behandeling (agressie-regulatietraining) bij de Waag of soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht;
6. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:
o [medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum 3] 2004 te [geboorteplaats 2] ),
o [medeverdachte 3] (geboren [geboortedatum 4] 2004 te [geboorteplaats 3] ),
o [medeverdachte 5] (geboren [geboortedatum 5] 2007 te [geboorteplaats 4] Tunesië),
o [medeverdachte 6] (geboren [geboortedatum 6] 2004 te [geboorteplaats 5] ),
o [medeverdachte 7] (geboren [geboortedatum 7] 2006 te [geboorteplaats 2] ),
o [medeverdachte 1] (geboren [geboortedatum 8] 2006 te [geboorteplaats 6] ) en
o [medeverdachte 4] (geboren [geboortedatum 9] 2007 te [geboorteplaats 2] ),
zolang het Openbaar Ministerie dit verbod noodzakelijk acht;
7. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2] 1957), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod noodzakelijk acht;
8. zal meewerken aan begeleiding vanuit Samen Sterk op advies van de jeugdreclasseerder, zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht;
9. een positieve dagbesteding zal hebben in de vorm van werk onder begeleiding van een coach, naar goedkeuring van de jeugdreclasseerder;
10. een positieve vrijetijdsbesteding zal hebben in de vorm van sport of hobby onder begeleiding van een coach, naar goedkeuring van de jeugdreclasseerder;
- waarbij de gecertificeerde instelling te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS JB&JR) opdracht wordt gegeven als bedoeld in 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de PIJ-maatregel, de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;
Beslag t.a.v. feit 3
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
90,00 EUR (omschrijving: PL0900-2025139809-G3520622);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/027889-24
- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;
- wijzigt de bijzondere voorwaarden van deze eerder opgelegde voorwaardelijke straf naar de hierboven vermelde bijzondere voorwaarden die in dit vonnis zijn verbonden aan de voorwaardelijke PIJ-maatregel;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mr. R.B. Eigeman, rechter tevens kinderrechter en mr. S.M. van Meer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.
De voorzitter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16/052459-25
feit 1
hij op of omstreeks 18 februari 2025 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 1] (aspirant bij Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden :
hij op of omstreeks 18 februari 2025 te Lelystad opzettelijk [aangever 1] , in zijn tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: "kankerleijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
feit 2
hij op of omstreeks 18 februari 2025 te Lelystad opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 2] (agent bij Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "je kanker moeder. Kom hier ik sla je in elkaar", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
in de zaak met parketnummer 16/158729-25:
hij op of omstreeks 29 april 2025 te Lelystad opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 0,29 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, en/of
- ongeveer 0,79 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde heroïne en/of cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de zaak met parketnummer 16/191633-25:
hij in of omstreeks de nacht van 11 op 12 februari 2025 te Lelystad , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld, goud, sieraden en/of horloges, in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een onbekend gebleven ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die voornoemde onbekend gebleven ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen- een voorverkenning met betrekking tot de woning van die voornoemde onbekend gebleven ander of anderen heeft uitgevoerd; en/of- één of meer goederen voorhanden heeft gehad die bestemd waren om te gebruiken bij de poging diefstal met geweld in vereniging, zoals een vuurwapen, een mes, een skimasker, handschoenen, tie-rips, een fatbike, een (personen)auto, te weten een Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] en/of een (personen)auto, te weten een Peugeot 108 met kenteken [kenteken 2] ; en/of- heeft besproken hoeveel geweld mogelijk nodig zou zijn bij de diefstal in de woning van die voornoemde ander of anderen; en/of- zich naar de woning van die voornoemde ander of anderen heeft begeven; en/of- heeft proberen binnen te komen bij de woning van die voornoemde ander of anderen door aan te bellen, aan te kloppen, zich voor te doen als een vriend en/of bekende van de zoon van die ander of anderen en/of zich voor te doen als maaltijdbezorger, althans door te proberen zich toegang tot die woning te verschaffen;terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, alleen tengevolge van de van verdachtes wil onafhankelijke omstandigheid dat die voornoemde ander of anderen de voordeur niet heeft/hebben geopend, in elk geval alleen tengevolge van een van verdachtes wil onafhankelijke omstandigheid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden :hij in of omstreeks de nacht van 11 op 12 februari 2025 te Lelystad , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf diefstal met geweldpleging gedurende de nachtelijke uren in vereniging (artikel 312 lid 1 en lid 2 aanhef sub 1, 2 en 3 Wetboek van Strafrecht) althans van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk één of meer voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimtes en/of vervoermiddelen bestemd tot het, al dan niet tezamen en in vereniging, begaan van dat misdrijf, te weten (onder meer)- tie-rips; en/of- een vuurwapen; en/of- een mes; en/of- een Thuisbezorgd tas en/of- een skimasker; en/of- handschoenen; en/of- een fatbike; en/of- een (personen)auto, te weten een Toyota Aygo met kenteken [kenteken 1] ; en/of- een (personen)auto, te weten een Peugeot 108 met kenteken [kenteken 2] ;heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.