ECLI:NL:RBMNE:2026:520

ECLI:NL:RBMNE:2026:520

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer C/16/605087 / KL ZA 26-5
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Kort geding. Vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen ter zake het gebruik van grond ten behoeve van een festival. Gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/605087 / KL ZA 26-5

Vonnis in kort geding van 19 februari 2026

in de zaak van

STICHTING GRACELAND OVERALL,

te Tynaarlo,

eisende partij,

hierna te noemen: Graceland,

advocaat: mr. W.J. Ausma,

tegen

SCOUTINGLANDGOED B.V.,

te Zeewolde,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Scoutinglandgoed,

advocaat: mr. S.A. van Dijk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 12;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6;- de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de spreekaantekeningen van Graceland;- de spreekaantekeningen van Scoutinglandgoed.

Partijen hebben tot 5 februari 2026 de gelegenheid gekregen om een regeling te treffen. Dit is niet gelukt. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

Graceland organiseert jaarlijks het Graceland Festival op een landgoed in Zeewolde dat wordt geëxploiteerd door Scoutinglandgoed (hierna: het landgoed). Scoutinglandgoed heeft aangegeven het landgoed in 2026 niet meer aan Graceland in gebruik te willen geven. Graceland is het hier niet mee eens. Zij vindt dat partijen bindende afspraken hebben gemaakt over het gebruik van het landgoed voor het festival in 2026. Mocht dat niet zo zijn, dan vindt Graceland dat zij erop mocht vertrouwen dat het tot bindende afspraken zou komen. In deze procedure vordert zij daarom primair dat Scoutinglandgoed medewerking verleent aan het laten plaatsvinden van het festival, subsidiair dat Scoutinglandgoed de onderhandelingen daarover voortzet en meer subsidiair een schadevergoeding. De voorzieningenrechter zal alle vorderingen afwijzen.

3. De beoordeling

Graceland heeft een spoedeisend belang

Voor toewijzing van een vordering in kort geding is een spoedeisend belang vereist. Hiervan is sprake als, gelet op de belangen van partijen, op korte termijn een voorziening geboden is en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

Graceland stelt zich (primair) op het standpunt dat partijen bindende afspraken hebben gemaakt over het gebruik van het landgoed van Scoutinglandgoed voor het Graceland Festival in augustus 2026. Graceland heeft onweersproken aangevoerd dat zij in verband met de noodzakelijke voorbereidingen en de eventuele zoektocht naar een andere locatie op korte termijn duidelijkheid moet krijgen over de vraag of het festival op het landgoed door kan gaan. Hiermee staat het spoedeisend belang van Graceland vast.

De beoordeling in kort geding

In dit kort geding moet worden beoordeeld of voldoende aannemelijk is dat de vorderingen van Graceland in een bodemprocedure zullen worden toegewezen en of het gelet op de belangen van partijen gerechtvaardigd is om vooruitlopend daarop de vorderingen in dit kort geding als voorlopige voorziening toe te wijzen. In dit vonnis geeft de voorzieningenrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

Inleiding

Tussen partijen staat vast dat Graceland sinds 2021 jaarlijks het Graceland Festival organiseert op het landgoed (hierna: het festival). Scoutinglandgoed biedt het landgoed tegen betaling aan als evenementenlocatie, ook aan andere partijen dan Graceland. Na afloop van het festival in 2025 heeft Scoutinglandgoed aangegeven het landgoed in 2026 niet meer aan Graceland in gebruik te willen geven. Graceland is het hier niet mee eens.

Er is geen overeenkomst tot stand gekomen voor het gebruik van het landgoed voor het festival in 2026

In deze procedure vordert Graceland – samengevat – primair (onder I) dat Scoutinglandgoed wordt veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan het laten plaatsvinden van het festival op het landgoed van 13 tot en met 16 augustus 2026 op dezelfde velden als in 2025 en tegen dezelfde (maar geïndexeerde) vergoeding, en (onder II) om de gesprekken over de uitvoering hiervan voort te zetten.

Aan deze vordering legt Graceland ten grondslag dat partijen bindende afspraken hebben gemaakt over het gebruik van het landgoed voor het festival in 2026. Hiervoor wijst Graceland op de op 7 januari 2025 tussen partijen gesloten schriftelijke overeenkomst die ziet op de editie van het festival in augustus 2025. In artikel 12 staat het volgende:

Artikel 12 Toekomstige data en velden

1. 2026 – 13 t/m 16 augustus met dezelfde kampeervelden als in 2025. De prijzen van 2026 zullen worden geïndexeerd.”

Graceland meent dat met deze bepaling een overeenkomst tot stand is gekomen voor de editie van het festival in 2026. Zij vordert nakoming van die afspraken.

Scoutinglandgoed betwist dat overeenstemming is bereikt voor een festival in 2026. Zij meent dat het hierboven weergegeven artikel 12 niet kan worden begrepen als een (nieuwe) overeenkomst voor het festival in 2026, omdat er nog geen overeenstemming is bereikt over alle essentialia daarvan. Er is volgens Scoutinglandgoed alleen onderhandeld over een festival in 2026, maar die onderhandelingen zijn stukgelopen.

Beoordeeld moet worden of er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, waarin Scoutinglandgoed het landgoed aan Graceland in gebruik heeft gegeven voor het festival in augustus 2026. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. In dat aanbod en die aanvaarding moet de wilsovereenstemming tot uitdrukking zijn gebracht die ziet op de totstandkoming van de overeenkomst. Of die wilsovereenstemming er is, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden, maar kunnen in elke vorm plaatsvinden en in een of meer gedragingen besloten liggen. Nodig is dat partijen het ten minste eens zijn over de belangrijkste aspecten van de overeenkomst (de essentialia). Zo nodig moeten de leemten van de overeenkomst met behulp van de wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid kunnen worden opgevuld. Wat in een concreet geval behoort tot de essentialia, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Wanneer een partij behoort te begrijpen dat overeenstemming over een bepaald punt voor de ander van essentieel belang is en dat deze dat punt daarom nog in de onderhandelingen wil betrekken, is van een overeenkomst geen sprake zolang partijen het over dat punt niet eens zijn geworden.

Partijen zijn het eens dat zij sinds 2021 voor iedere editie van het festival jaarlijks een nieuwe afzonderlijke schriftelijke overeenkomst hebben gesloten. Deze overeenkomsten zagen er qua omvang ongeveer hetzelfde uit als de overeenkomst van 2025. Dit is een document van negen pagina’s met daarin vijftien separate artikelen. In deze artikelen staan onder meer de voor het festival te gebruiken velden (evenement- en kampeerterrein) en gebouwen, de gebruikstermijn (opbouwperiode, evenementperiode en afbouwperiode), de bestemming, de te betalen vergoeding, de berekening daarvan en aanvullende voorzieningen. Duidelijk is dat het specifieke artikel 12 waar Graceland zich op beroept, niet slechts qua omvang maar ook niet qua inhoud overeenkomt met de afspraken die partijen jaarlijks voor het festival in een overeenkomst vastlegden.

Scoutinglandgoed heeft onweersproken aangevoerd dat iedere overeenkomst elk jaar een soortgelijke bepaling bevatte als het hiervoor genoemde artikel 12, waarin als het ware vooruit werd gekeken naar de editie van het eerstvolgende jaar.

Vast staat ook dat na afloop van elk festival de samenwerking tussen partijen werd geëvalueerd en er met betrekking tot de eerstvolgende editie werd overlegd en onderhandeld over de beschikbare locaties, de onderlinge wensen en de financiën. Deze overleggen en onderhandelingen mondden jaarlijks uit in een nieuwe schriftelijke overeenkomst.

Graceland heeft tot slot de stelling van Scoutinglandgoed dat overeenstemming over de op- en afbouwperiode voor haar van essentieel belang was niet gemotiveerd betwist. Deze op- en afbouwperiode is opgenomen in de schriftelijke overeenkomst van 2025 (vier dagen voor en drie dagen na het festival), maar niet in artikel 12 dat ziet op de editie van 2026. Daarin staan alleen de dagen waarop het daadwerkelijke festival plaatsvindt. Dat overeenstemming over en vastlegging van de op- en afbouwperiode voor Graceland van essentieel belang was, had Graceland naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter ook moeten begrijpen. Tijdens de op- en afbouwperiode wordt het landgoed immers intensief door Graceland gebruikt. Er is dan volgens Scoutinglandgoed sprake van intensieve verkeersstromen (met name op de hoofdweg die dwars door het terrein van het landgoed gaat) waarbij gebruik wordt gemaakt van zware op- en afbouwlogistiek. Alleen daarom al behelst de op- en afbouwperiode niet een afspraak van ondergeschikt belang. Verder geldt dat de op- en afbouwperiode kan overlappen met andere evenementen op het landgoed. Dit was Graceland bekend. Zo bestond er in 2022 een overlap tussen het Graceland Festival en het Nationaal Waterkamp en dit heeft – zo blijkt uit het verslag van de evaluatie – tot de nodige spanningen geleid. Het mislukken van de onderhandelingen over de editie van 2026 is mede veroorzaakt door een overlap tussen het Graceland Festival, het Nationaal Waterkamp en het festival Mystic Garden. Deze overlap van evenementen leidde tot organisatorische en veiligheidstechnische problemen bij het op- en afbouwen. In dit verband heeft Scoutinglandgoed gewezen op de aanwezigheid van 4000 kinderen op het landgoed in het kader van het Nationaal Waterkamp. Uiteindelijk hebben partijen voor deze knelpunten geen oplossing weten te vinden.

Samengevat was de gang van zaken tussen partijen dus steeds als volgt. Voor iedere editie van het festival sloten partijen een afzonderlijke schriftelijke overeenkomst. Deze overeenkomst bevatte steeds een bepaling die zag op de eerstvolgende editie het jaar erop (artikel 12). In deze bepaling stonden steeds de dagen waarop het daadwerkelijke festival zou plaatsvinden, maar niet ook de op- en afbouwperiode. Na afloop van ieder festival werd onderhandeld over de voorwaarden waaronder de volgende editie zou kunnen plaatsvinden, waaronder de (voor Scoutinglandgoed essentiële) op- en afbouwperiode, wat vervolgens weer schriftelijk werd vastgelegd.

Gelet op deze feiten en omstandigheden moet artikel 12 naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter zo worden begrepen dat deze dient als basis voor de verdere onderhandelingen over de editie van 2026, en niet als overeenkomst die ziet op de daadwerkelijke ingebruikgeving van het landgoed voor dat jaar. Partijen hebben nog geen overeenstemming bereikt over de essentialia daarvan: er was nog niet (zoals tussen partijen te doen gebruikelijk) een schriftelijke overeenkomst gesloten met (onder meer) afspraken over het gebruik van het landgoed gedurende de op- en afbouwperiode en daarover was ook anderszins nog geen overeenstemming bereikt. Men was voornemens daar voor 2026 verder over te onderhandelen en juist de op- en afbouwperiode was een belangrijk punt waarop deze onderhandelingen zijn vastgelopen.

Volgens Graceland zijn de onderhandelingen stukgelopen door een gebrekkige planning aan de zijde van Scoutinglandgoed, maar dit maakt de conclusie dat er geen overeenstemming is bereikt niet anders. Dat Graceland artikel 12 naar eigen zeggen wel heeft begrepen als een harde afspraak over 2026, leidt ook niet tot een andere conclusie. Het gaat er namelijk niet om wat Graceland heeft begrepen, maar of zij dat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs ook mócht begrijpen. De voorzieningenrechter vindt van niet.

Op voorhand wordt geoordeeld dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen voor het gebruik van het landgoed voor het festival in 2026. Hierdoor is niet aannemelijk dat een bodemrechter de (nakomings)vorderingen van Graceland onder I en II zal toewijzen.

Graceland mocht er niet op vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand zou komen

Subsidiair (onder III) vordert Graceland – samengevat – dat Scoutinglandgoed de onderhandelingen voortzet en daarbij alle noodzakelijke (rechts)handelingen verricht zodat het festival in 2026 op het landgoed kan plaatsvinden.

Hieraan legt Graceland ten grondslag dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een nieuwe overeenkomst zou worden aangegaan met betrekking tot het gebruik van het landgoed in 2026. Scoutinglandgoed betwist dit.

Graceland beroept zich op het leerstuk van de afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase. Daarin staat het beginsel van contractsvrijheid voorop. Ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – is vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. Daarbij moet rekening worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de afbrekende partij aan het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde verwachtingen van deze partij. Bij het aannemen van een dergelijk gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen geldt een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf.

De voorzieningenrechter is op voorhand van oordeel dat Graceland onvoldoende heeft onderbouwd dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de onderhandelingen zouden resulteren in een overeenkomst voor het gebruik van het landgoed in 2026. Daarvoor is het volgende redengevend.

Hiervoor is geoordeeld dat partijen met artikel 12 uit de overeenkomst van 2025 nog geen overeenstemming hadden bereikt over het gebruik van het landgoed in 2026. Hiervoor ontbrak een van de essentialia: overeenstemming over de op- en afbouwperiode. Daarover werd ieder jaar overlegd en onderhandeld, wat steeds resulteerde in een schriftelijke overeenkomst. Scoutinglandgoed stelt terecht dat deze gang van zaken inherent onzekerheid met zich meebrengt over de eerstvolgende editie van het festival. Graceland wist dit, of had dit in ieder geval moeten begrijpen. Een en ander betekent dat enkel de inhoud van artikel 12 onvoldoende is om aan te nemen dat Graceland er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een overeenkomst voor het gebruik van het landgoed in 2026 zou worden gesloten. Daarvoor is meer nodig. Dat partijen hebben afgesproken dat Graceland na de editie van 2025 spullen op het landgoed mocht opslaan, zoals Graceland aanvoert, is ook onvoldoende.

Vast staat dat de onderhandelingen op de op- en afbouwperiode zijn vastgelopen. Het lag op de weg van Graceland om op dit punt inzicht te geven in het verloop van de onderhandelingen en met feiten te onderbouwen dat partijen met betrekking tot de op- en afbouwperiode een zodanig onderhandelingsstadium hadden bereikt dat Graceland er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij hierover overeenstemming zouden bereiken. Niet nodig is dat alle details over de (planning rondom) de op- en afbouwperiode al duidelijk waren, maar de ruwe contouren daarvan moeten in de onderhandelingen wel zichtbaar zijn geweest. Graceland heeft hiervoor onvoldoende gesteld en dit dus ook onvoldoende aangetoond. Zij heeft alleen gesteld dat zij op 10 november 2025 een voorstel aan Scoutinglandgoed heeft gedaan dat wat haar betreft de verwachte problemen zou oplossen. Hierop heeft Scoutinglandgoed op 18 november 2025 gereageerd met een tegenvoorstel. Volgens Graceland was dit een zodanig onredelijk tegenvoorstel dat zij op 25 november 2025 de gesprekken over een oplossing per direct heeft beëindigd. Onder deze omstandigheden kan niet worden aangenomen dat Graceland er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de onderhandelingen op dit punt tot overeenstemming zouden leiden.

De conclusie is dat op voorhand niet is vast komen te staan dat Graceland er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de onderhandelingen zouden resulteren in een overeenkomst voor het festival in 2026. Daarom is niet aannemelijk is dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar was en de vorderingen van Graceland tot dooronderhandelen onder III wordt toegewezen.

Scoutinglandgoed hoeft geen schadevergoeding te betalen

Meer subsidiair (onder IV) vordert Graceland betaling van € 65.000,00 als voorschot op een schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente. Aan deze vordering legt Graceland ten grondslag dat er bindende afspraken zijn gemaakt over het festival in 2026. Die afspraken worden volgens Graceland niet nagekomen, wat bij haar tot allerlei kosten leidt.

Hiervoor is geoordeeld dat er naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter geen overeenkomst voor het festival in 2026 tot stand is gekomen. Dit betekent dat Scoutinglandgoed in de nakoming van die overeenkomst ook niet tekort kan zijn geschoten, zodat daarin geen grondslag kan zijn gelegen voor het toewijzen van een schadevergoeding. Daarmee is niet aannemelijk dat de bodemrechter een schadevergoeding zal toewijzen.

Belangenafweging en conclusie

Een belangenafweging maakt niet dat de voorzieningenrechter de vorderingen van Graceland, ondanks het voorgaande, zal toewijzen.

Het belang van Graceland komt erop neer dat er – zolang er nog geen uitspraak in een eventuele bodemzaak is gedaan – wordt doorgegaan met de voorbereidingen van het festival op het landgoed in de zomer van 2026. Als wordt gewacht op de uitkomst van een eventuele bodemzaak dan resteert daarvoor te weinig tijd. Dit zou betekenen dat het festival niet door kan gaan, althans niet op de locatie van het landgoed, wat tot verlies van investeringen en partners zou kunnen leiden. Het belang van Scoutinglandgoed is erin gelegen dat juist niet met de voorbereidingen verder wordt gegaan, zodat het landgoed in de zomer van 2026 volledig beschikbaar blijft voor (de voorbereiding van) de andere evenementen: het Nationaal Waterkamp en festival Mystic Garden. Voor beide partijen zal het oordeel om de voorbereidingen van het festival, vooruitlopend op de uitkomst van een eventuele bodemprocedure, wel of niet voort te zetten verstrekkende nadelige gevolgen kunnen hebben. Het belang van Graceland weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zoveel zwaarder dan het belang van Scoutinglandgoed dat Scoutinglandgoed, ondanks dat zij daartoe naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet verplicht is, de voorbereidingen van het festival toch voort moet zetten.

De conclusie is dat alle vorderingen van Graceland worden afgewezen.

Graceland moet de proceskosten betalen

Graceland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Scoutinglandgoed worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Graceland in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Graceland niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt Graceland tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart de proceskostenveroordeling onder 4.2 en 4.3 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.

5274

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?