[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
en
Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen de beslissing op bezwaar van de Dienst Toeslagen van 2 april 2026. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 9 juni 2026 dit besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van verzoekster gegrond is bevonden.
De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Dienst Toeslagen heeft gereageerd bij brief van 31 juli 2026. De Dienst Toeslagen voert aan dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, aangezien verzoekster de bezwaar- en beroepschriften zonder gemachtigde heeft ingediend.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
Op 2 april 2026 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 juni 2026 verzoekster alsnog in het gelijk gesteld en haar bezwaar gegrond verklaard. Hiermee is de Dienst Toeslagen volledig tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Moet de Dienst Toeslagen de proceskosten van verzoekster vergoeden?
5. De Dienst Toeslagen is weliswaar tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het bezwaar- en beroepschrift zijn niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoekster stelt dat zij kosten heeft gemaakt voor juridische advisering, maar dat soort kosten komt niet voor vergoeding in aanmerking. Alleen als de juridisch adviseur namens verzoekster bezwaar maakt en/of beroep instelt, kan die activiteit voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de Dienst Toeslagen wenden.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Keurentjes, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van Eerden, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2026.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.