Stichting Reclassering Nederland, uit Utrecht, eiseres
(gemachtigde: mr. F. Bovenberg),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. A. Isik).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de werknemer, [A] (hierna: de werknemer), ongewijzigd per 1 april 2025 recht heeft op een Ziektewetuitkering.
De werknemer is werkzaam als [functie] bij eiseres voor 36 uur per week. Op 7 januari 2025 heeft de werknemer zich ziekgemeld.
Met het primaire besluit van 13 juni 2025 heeft het Uwv de Ziektewetuitkering van werknemer per 1 april 2025 beëindigd. De werknemer heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Met het bestreden besluit van 25 september 2025 heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard. Het Uwv heeft hierin toegelicht dat de werknemer ongewijzigd per 1 april 2025 recht heeft op een Ziektewetuitkering. Eiseres is als eigenrisicodrager verantwoordelijk voor de uitvoering van de Ziektewet.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Hoewel de werknemer niet als derde-partij aan deze procedure deelneemt, heeft hij geen toestemming gegeven om stukken die medische gegevens bevatten aan eiseres toe te zenden. De rechtbank heeft de medische stukken met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) daarom alleen verzonden aan de gemachtigde van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Beoordeling door de rechtbank
Beoordelingskader
2. Een eigenrisicodrager draagt het risico van die uitkering en is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de werkzaamheden voor een besluit daarover. Dat volgt uit artikel 63a, eerste lid, van de Ziektewet.
3. Als er redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er geen behoefte is aan een beschikking, dan wordt het ziekengeld betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. Dat volgt uit artikel 52c van de Ziektewet.
4. Als wel behoefte is aan een beschikking geldt het volgende. De eigenrisicodrager moet een voorstel voor een beslissing aan het Uwv voorleggen op een daarvoor bestemd formulier en moet dat zorgvuldig voorbereiden. Dat volgt uit artikel 63a, negende lid, van de Ziektewet in samenhang met artikel 2 van de Regeling werkzaamheden, administratieve voorschriften en kosten eigenrisicodragen ZW.
Aan wie had het Uwv het verzoek om informatie moeten richten?
5. Eiseres stelt dat de verzoeken om niet-medische en medische informatie niet bij haar bekend zijn. Het is verder onzorgvuldig dat het verzoek bij werkgever zelf is neergelegd. Het verzoek had moeten worden gericht aan [bedrijf] B.V. Uit het verzoek dat is ingediend op 5 juni 2025 om een beschikking te geven blijkt dat dit namens eiseres door [bedrijf] B.V. is ingediend. Bovendien had er een grotere inspanning van het Uwv verwacht mogen worden. Er had bijvoorbeeld telefonisch contact gezocht kunnen worden of mogelijk via de e-mail.
6. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Het Uwv heeft juist gehandeld door de brieven rechtstreeks aan eiseres te richten. Immers niet is gebleken dat eiseres in de bezwaarfase door een gemachtigde, als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, werd bijgestaan. Op 29 juli 2025 heeft het Uwv een kopie van het bezwaarschrift van de werknemer naar eiseres toegestuurd. In deze brief staat ook de vraag of eiseres wil worden betrokken bij de bezwaarprocedure en het verzoek voor het opsturen van de medische- en niet-medische dossierstukken. Het formulier ‘Betrokkenheid
(ex-)werkgever bij bezwaarprocedure’ is op 31 juli 2025 door eiseres ondertekend en retour gezonden. Uit dit formulier blijkt niet dat eiseres werd bijgestaan door een gemachtigde. Nu eiseres op 31 juli 2025 heeft geantwoord op de brief van 29 juli 2025 ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres deze brief niet heeft ontvangen en daarom geen informatie heeft kunnen opsturen. Het Uwv heeft verder met de brieven van 29 juli 2025 en 26 augustus 2025 eiseres voldoende in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie aan te leveren op basis waarvan is geconcludeerd dat de werknemer op 1 april 2025 was hersteld. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Op wie rust de motiveringsplicht?
7. Eiseres voert voorts aan dat het aan de werknemer zelf is om aannemelijk te maken dat de beslissing om de Ziektewetuitkering te beëindigen per 1 april 2025 onterecht is. Eiseres stelt verder aan dat de beslissing een onvoldoende inhoudelijke beoordeling heeft, omdat het Uwv had moeten onderzoeken of er sprake was van arbeidsongeschiktheid per 1 april 2025. Bovendien stelt zij dat zij de bedrijfsarts heeft verzocht om te onderzoeken of er sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid in de vier weken die op 1 april 2025 aansluiten. Dit betekent dat er op medisch inhoudelijke gronden geen aanleiding bestaat om uit te gaan van doorlopende arbeidsongeschiktheid van 1 april 2025.
8. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 63a, eerste lid van de Ziektewet de eigenrisicodrager de werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van besluiten verricht. Artikel 2 van de Regeling werkzaamheden administratieve voorschriften en kosten eigenrisicodrager ZW bepaalt dat de eigenrisicodrager de beslissing op zorgvuldige wijze voorbereidt, waarbij het voorstel wordt gedragen door de onderliggende feiten. Ingevolge het vierde lid worden bij het voorstel alle op de zaak betrekking
hebbende stukken meegezonden. Hieruit blijkt dat het de verantwoordelijkheid van eiseres als eigenrisicodrager is om zelf zorgvuldig onderzoek te doen naar de arbeidsgeschiktheid van de werknemer, met behulp van haar bedrijfsarts. Op basis van dat onderzoek kan een beschikking worden gevraagd aan het Uwv. De werkzaamheden van een eigenrisicodrager hebben onder meer betrekking op de beoordeling van de vraag of de verzekerde al dan niet ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte (artikel 19 eerste lid ZW). Deze beoordeling ligt dus op de weg van eiseres. Het Uwv voert slechts een marginale toets uit. Dat wil zeggen dat het Uwv moet beoordelen of de motivering om het ziekengeld te beëindigen kan worden gedragen door de daaraan door eiseres ten grondslag gelegde (medische) feiten en omstandigheden. Door te stellen dat het aan de werknemer is om aannemelijk te maken dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering onterecht was, hanteert eiseres een onjuiste maatstaf ten aanzien van de motiveringsplicht van eiseres en de daarbij horende bewijslast om de beslissing van een deugdelijke motivering te voorzien. Zij miskent dit ook door deze verantwoordelijkheid bij het Uwv neer te leggen. Overigens had het Uwv dit ook niet kunnen onderzoeken nu eiseres geen medische informatie heeft overgelegd en het Uwv niet over deze medische informatie beschikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het aan eiseres is om te onderbouwen dat de werknemer op 1 april 2025 weer in staat was arbeid te verrichten. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft het Uwv terecht eiseres verzocht om medische informatie?
9. Eiseres voert verder aan dat het niet duidelijk is wat de relevantie is van het verzoek van het Uwv om niet-medische en medische stukken aan te leveren die aan de herstelmelding per 1 april 2025 ten grondslag liggen. Dat heeft [bedrijf] B.V. namelijk namens eiseres al gedaan met het verzoek om een beschikking af te geven op 5 juni 2025. Ook werd hierbij het advies van de bedrijfsarts op 2 april 2025 bijgevoegd. Daarbij is het volgens eiseres is het verzoek om medische informatie toe te sturen en dit bij de werkgever neer te leggen niet juist omdat de werkgever niet over medische informatie beschikt.
10. Zoals hiervoor uitgelegd rust de verantwoordelijkheid bij een deugdelijke voorbereiding van een besluit bij de eigenrisicodrager. Op basis van dat onderzoek kan een beschikking worden gevraagd aan het Uwv. Bij de heroverweging in bezwaar moet het Uwv dus beoordelen of eiseres de beslissing op zorgvuldige wijze heeft voorbereid. Om dit te kunnen beoordelen heeft het Uwv terecht aan eiseres om medische en niet-medische dossierstukken gevraagd. Voor zover eiseres niet zelf over de benodigde informatie beschikte had zij dit verzoek kunnen doorsturen aan de door haar ingeschakelde bedrijfsarts. Het wel toegestuurde advies van de bedrijfsarts van 2 april 2025 en het later in beroep overgelegde advies van 6 december 2025 bevatten enkel conclusies. Daarmee heeft eiseres geen deugdelijke motivering gegeven omdat deze stukken geen inhoudelijk (medische) feiten en omstandigheden bevatten. Daarmee is door eiseres geen motivering gegeven waarom de werknemer per 1 april 2025 weer hersteld is om zijn arbeid te verrichten. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de werknemer per 1 april 2025 ongewijzigd recht heeft op een Ziektewetuitkering. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026.
De griffier is verhinderd
te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.