RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1871
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 28 januari 2025, waarin de aan eiseres opgelegde invorderingskosten worden ingetrokken.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. De zaak wordt daarom niet inhoudelijk behandeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een verzoek om kwijtschelding ingediend naar aanleiding van de aanslag afvalstoffenheffing van 31 januari 2024 over het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar heeft op 29 juli 2024 het verzoek afgewezen.
De heffingsambtenaar heeft op 11 september 2024 eiseres erop gewezen dat de aanslag van 31 januari 2024 niet betaald is. Op 30 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een aanmaning toegezonden vanwege het niet op tijd betalen van de naheffingsaanslag en daarbij € 19,- aan aanmaningskosten in rekening gebracht.
Op 31 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd tot invordering van de aanslag afvalstoffenheffing en de aanmaningskosten (het dwangbevel) en daarbij € 123,- dwangbevelkosten in rekening gebracht.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het dwangbevel en daarbij aangevoerd dat zij een verzoek om kwijtschelding heeft ingediend. Met de uitspraak op het bezwaar van eiseres van 28 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de heffingsambtenaar de kosten van de aanmaning van € 19,- en het dwangbevel van € 123,- ingetrokken, omdat de beslissing waarin het verzoek om kwijtschelding is afgewezen niet aan eiseres is verzonden.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 30 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiseres was niet aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank stelt voorop dat het beroep van eiseres wordt opgevat als gericht tegen de invorderingskosten. In het bestreden besluit is namelijk niet besloten ten aanzien van het kwijtscheldingsverzoek, maar zijn de invorderingskosten komen te vervallen. Verder is in het bestreden besluit aan eiseres medegedeeld dat zij opnieuw een kopie ontvangt van de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek zodat zij eventueel in beroep kan gaan. In de wet is ook uitgesloten dat eiseres beroep kan indienen gericht tegen de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek.
Ten aanzien van de invorderingskosten, overweegt de rechtbank als volgt. Het is vaste rechtspraak dat procesbelang ontbreekt als het gebruiken van een rechtsmiddel een partij niet in een gunstigere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Eiseres kan met deze procedure niet in een betere positie komen. De invorderingskosten zijn namelijk volledig ingetrokken. Haar doel om kwijtschelding van deze kosten heeft eiseres daarmee dus al bereikt. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk, wegens het ontbreken van een concreet procesbelang.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken op 10 februari 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.