[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. T.T.H.M. Bruers),
en
de burgemeester van de gemeente Bunschoten
(gemachtigde: mr. D.J. Rijken en C. Riemersma).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woningcorporatie Het Gooi en Omstreken uit Hilversum (de Woningcorporatie)
(gemachtigden: mr L. de Jeu en N. Mounir).
Waar gaat deze zaak over?
Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgemeester van 24 juni 2026 om de woning aan de [adres] in [plaats] (de woning) te sluiten voor de duur van zes maanden. De politie heeft namelijk op 8 april 2026 diverse hard- en softdrugs en andere voorwerpen aangetroffen in de woning. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar ingediend en heeft gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van burgemeester en de gemachtigde van de Woningcorporatie.
De voorzieningenrechter heeft na de zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Aanleiding sluiting
1. De politie heeft op 8 april 2026 een onderzoek ingesteld naar de woning aan de [adres] in [plaats] . Verzoeker huurt deze woning. Bij het onderzoek zijn verschillende hard- en softdrugs aangetroffen en andere voorwerpen. Van het onderzoek heeft de politie een bestuurlijke rapportage aan de burgemeester gestuurd. Gelet op bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester op 9 juni 2026 een voornemen gestuurd om de woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. Hierop heeft verzoeker een zienswijze ingediend. Bij beslissing van 24 juni 2026 heeft de burgemeester besloten om de woning te sluiten voor de duur van zes maanden.
Spoedeisend belang
2. De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of sprake is van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter neem het spoedeisend belang aan omdat verzoeker zijn huurwoning voor de duur van zes maanden moet te verlaten en omdat het nog niet duidelijk is wanneer de burgemeester een beslissing op bezwaar zal nemen. Verzoeker heeft daarom baat bij een zo snel mogelijke beslissing.
Heeft het bezwaar redelijke kans van slagen?
3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Het antwoord op deze vraag is negatief. Dit zal de voorzieningenrechter uitleggen aan de hand van de gronden van verzoeker. Voor het beoordelingskader in dit soort zaken verwijst de voorzieningenrechter naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2025.
Bevoegdheid
4. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat de burgemeester gelet op de aangetroffen hard- en softdrugs en andere voorwerpen bevoegd was om de woning te sluiten. Ook als de methylfenidaat wordt weggelaten omdat dit voor verzoeker zelf aanwezig was, blijft er genoeg over. De MMA-meldingen en meldingen bij de woningcorporatie zijn ook aanwijzingen dat er sprake is van drugshandel. Die meldingen kunnen zien op de sigarettenhandel die verzoeker heeft gehad, maar passen ook bij drugshandel horen. Daarom weegt de voorzieningenrechter deze meldingen ook mee. In dit kader is niet relevant of verzoeker wist van de aangetroffen spullen. De woningsluiting voelt voor verzoeker als straf, maar is bedoeld om de buurt van de woning rust te geven. Als wordt gekeken naar welke spullen zijn aangetroffen, vindt de voorzieningenrechter het niet direct geloofwaardig dat alle spullen door iemand anders zijn neergelegd omdat de spullen weggestopt zijn aangetroffen bij spullen waarvan verzoeker zegt dat die wel van hem zijn.
Noodzakelijkheid
5. Als in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, mag aangenomen worden dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel, wat op zichzelf al een belang bij sluiting oplevert. Gelet op de aangetroffen hoeveelheid soft- en harddrugs, de aangetroffen materialen voor het fabriceren en verpakken van (hard)drugs, mag de burgemeester aannemen dat de woning een rol vervult binnen de drugsketen en is sluiting van de woning aangewezen. Uit de MMA-meldingen die bij de politie zijn gedaan en de meldingen die zijn gedaan bij de woningcorporatie blijkt ook dat sprake was van loop naar de woning. De belofte van verzoeker dat hij beter toezicht zal houden op het gebruik van zijn woning, maakt niet dat er reden is voor de burgemeester om een lichter middel in te zetten, zoals een bestuurlijke waarschuwing. Er is dus voldaan aan de voorwaarde van noodzakelijkheid van de sluiting.
Onevenredige gevolgen sluiting
6. Over de evenwichtigheid van de sluiting heeft verzoeker aangevoerd dat hij misschien alles verliest en kwetsbaar is. Deze belangen ziet de voorzieningenrechter, maar die moeten worden gewogen tegen de belangen van sluiting van de woning om voor meer rust in de buurt te zorgen. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan te nemen dat de overtreding verzoeker minder te verwijten valt. Verzoeker stelt wel dat de drugs en voorwerpen niet van hem zijn, maar de voorzieningenrechter vindt die verklaring niet zondermeer geloofwaardig. Voor zover de drugs en voorwerpen daadwerkelijk niet van verzoeker waren, was het de verantwoordelijkheid van verzoeker om ervoor te zorgen dat die niet in zijn woning lagen als huurder van de woning. Zeker gezien de omstandigheid dat de ex-partner van verzoeker vaker zonder toestemming in zijn woning komt. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn stelling dat hij alles zal verliezen. Verzoeker kan nog steeds naar reclassering en Inforsa. Het wordt wellicht moeilijker, maar het is daardoor niet onmogelijk.
Verder ziet de voorzieningenrechter niet dat verzoeker gelijk dakloos zal worden. De voorzieningenrechter begrijpt dat het moeilijk is om vervangende woonruimte te vinden, maar dit is geen reden om niet over te gaan tot sluiting van de woning. De gemeente heeft ter zitting aangegeven dat verzoeker bij de gemeente kan aankloppen voor hulp bij het vinden van vervangende woonruimte. Wellicht is het mogelijk om bij vrienden of op een vakantieadres te verblijven.
7. De woning wordt conform het Damoclesbeleid voor de duur van zes maanden gesloten, gezien de combinatie van de aangetroffen hard- en softdrugs. Tijdens de bezwaarprocedure kan verzoeker zijn stellingen nader onderbouwen, waardoor wellicht de duur van de sluiting kan worden aangepast.
8. Gelet op de kwetsbare buurt en hetgeen is aangetroffen in de woning heeft de burgemeester de noodzaak van de sluiting zwaarder kunnen laten wegen dan de gevolgen van de sluiting van de woning voor verzoeker.
Wat is de conclusie?
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning kan sluiten voor de duur van zes maanden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: