ECLI:NL:RBMNE:2026:5418

ECLI:NL:RBMNE:2026:5418

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer UTR 26/1301
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.

Uitspraak

V.O.F. [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. S.D. Kurz),

en

de burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht

(gemachtigde: mr. S. Ralovic)

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster gelet op de bezwaren van verzoekster tegen de voorwaarden waaronder aan haar een exploitatievergunning is verleend voor de exploitatie van haar [horecagelegenheid] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder een zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waarover gaat het verzoek om een voorlopige voorziening?

2. De burgemeester heeft een eerder aan verzoekster verleende exploitatievergunning per 8 oktober 2025 ingetrokken. Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt en zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek in de uitspraak van 17 oktober 2025 toegewezen, in die zin dat de [horecagelegenheid] van verzoekster in bezwaar open mocht blijven.

3. Verzoekster heeft de burgemeester op 13 oktober 2025 verzocht om een wijziging van de aan haar verleende exploitatievergunning. Die wijziging hield verband met een wijziging van de vennoten van verzoekster.

4. De burgemeester heeft in zijn besluiten van 19 januari 2026 aan verzoekster een nieuwe exploitatievergunning verleend en ook een nieuwe alcoholwetvergunning. Aan deze exploitatievergunning zijn nieuwe voorwaarden verbonden, waaronder andere openingstijden dan de [horecagelegenheid] voorheen had.

5. De burgemeester heeft het bezwaar tegen de eerder ingetrokken exploitatievergunning in een besluit van 22 januari 2026 niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster geen gronden van bezwaar heeft ingediend.

6. Bij haar verzoek om een voorlopige voorziening heeft verzoekster de drie hiervoor genoemde besluiten van de burgemeester genoemd. De voorlopige voorziening hangt dus samen met het beroep dat verzoekster heeft ingediend tegen het besluit op bezwaar van 22 januari 2026 en het bezwaar dat gericht is tegen de twee besluiten van 19 januari 2026.

7. In een brief van 16 februari 2026 heeft de griffier verzocht wat verzoekster met haar verzoek concreet wil bereiken. Als het verzoekster gaat om een aanpassing van de huidige openingstijden van de [horecagelegenheid] , zal verzoekster moeten onderbouwen waarom dat nodig is.

8. In een brief van 6 maart 2026 heeft verzoekster toegelicht dat zij inderdaad wil bereiken dat de openingstijden die verbonden waren aan de ingetrokken exploitatievergunning, opnieuw gaan gelden voor de huidige exploitatievergunning. Zij heeft daaraan in een brief van 3 april 2026 toegevoegd dat zij het risico loopt dat haar vergunning wordt ingetrokken als zij zich niet aan de voorwaarden houdt. Ook daarin schuilt volgens haar een spoedeisend belang.Wat vindt de voorzieningenrechter?

9. Een voorlopige voorziening heeft – zoals de term al zegt – het karakter van een tussenmaatregel, in afwachting van de bodemzaak. Alleen als er een spoedeisend belang is, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen.

10. De voorzieningenrechter stelt vast dat voor zover het verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft op het beroep dat verzoekster heeft ingediend tegen het besluit van 22 januari 2026, er geen sprake is van materiële connexiteit. Dat betekent dat wat verzoekster wil bereiken met haar verzoek geen betrekking heeft op de inhoud van dat besluit. Het bestreden besluit gaat alleen over het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar van verzoekster. Met haar beroep tegen het besluit van 22 januari 2026 kan verzoekster uitsluitend bereiken dat de burgemeester zijn besluit terugdraait en alsnog inhoudelijk naar de zaak gaat kijken. De verruimde openingstijden van de [horecagelegenheid] die verzoekster wil bewerkstelligen, houden geen verband met het bestreden besluit.Voor zover het verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft op deze beroepsprocedure is het verzoek dus niet-ontvankelijk.

11. Dat ligt anders voor zover het verzoek betrekking heeft op het bezwaar dat verzoekster heeft gemaakt tegen de nieuwe exploitatievergunning en de daarmee samenhangende verleende alcoholwetvergunning. Met dat verzoek kan verzoekster wél bereiken dat tijdens de bezwaarfase de openingstijden verruimd worden. De voorzieningenrechter treft echter alleen een voorlopige voorziening als er sprake is van een spoedeisend belang.12. Verzoekster is verzocht om het spoedeisend belang - zo mogelijk cijfermatig - te onderbouwen. Zij heeft gesteld dat zij grote financiële gevolgen ondervindt vanwege de gewijzigde openingstijden. Dit heeft zij echter niet onderbouwd. Juist als het spoedeisend belang alleen is gelegen in een financieel belang, zal verzoekster de noodzaak voor een voorlopige voorziening goed moeten onderbouwen. Bij een financieel belang kan een bestuursorgaan namelijk altijd achteraf nog de geleden schade vergoeden. Het is aan verzoekster om te onderbouwen dat een onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement of acute financiële nood. Omdat verzoekster dit niet heeft gedaan, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat, voor zover het verzoek gaat over de twee besluiten van 19 januari 2026, een spoedeisend belang ontbreekt. Verder valt ook niet in te zien waarom verzoekster zich in bezwaar niet zou kunnen houden aan de voorwaarden van de vergunning. Zij heeft het zelf in de hand dat de vergunning niet door de burgemeester wordt ingetrokken. Ook daarin schuilt geen spoedeisend belang.Conclusie en gevolgen

12. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.E.C. Bakker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand