ECLI:NL:RBMNE:2026:5422

ECLI:NL:RBMNE:2026:5422

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-06-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer UTR 26/2613
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Voorlopige voorziening in beroep afgewezen en beroep ongegrond verklaard. Vw mocht bezwaar niet-ontvankelijk verklaren omdat het niet op de juiste wijze is ingediend. Eiser is in de gelegenheid gesteld om op juiste wijze alsnog bezwaar te maken. Hij heeft daarvan gebruik gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

[eiser] , uit [plaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 26/2613 en 26/3068

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juni 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

en

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college van 31 maart 2026 om het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Dat bezwaar was gericht tegen het besluit van het college van 25 februari 2026 om het verzoek van eiser om een briefadres af te wijzen.

De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Eiser heeft bezwaar gemaakt per gewone mail en op die manier kon hij bij de gemeente Hilversum geen bezwaar maken. Het college heeft hem de kans gegeven om het bezwaar opnieuw op de juiste manier in te dienen en dat heeft hij niet gedaan. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een briefadres in de gemeente Hilversum. Het college heeft deze aanvraag in het besluit van 25 februari 2026 afgewezen, omdat eiser onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waar hij verblijft. Het bezwaar dat eiser tegen dit besluit heeft ingediend is in het besluit van 31 maart 2026 niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dat besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 juni 2026 op een zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Het college is na voorafgaand bericht niet op de zitting verschenen.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiser daartegen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het betalen van griffierecht voor het verzoek en voor het beroep. Dit verzoek wordt ingewilligd, omdat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij het griffierecht niet kan betalen.

4. Met het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep wil eiser bereiken dat het college alsnog inhoudelijk naar zijn bezwaar kijkt. De afwijzing van zijn verzoek om een briefadres heeft voor hem namelijk grote financiële gevolgen. Hij noemt verschillende (gerechtelijke) procedures die volgens hem allemaal samenhangen en door elkaar heen lopen. Eiser heeft het briefadres nodig om in die procedures post te kunnen ontvangen.

5. Het probleem in deze zaak is dat dat eiser per gewone e-mail bezwaar heeft gemaakt. Op grond van artikel 2:13, eerste lid, van de Awb in samenhang met het ‘Aanwijzingsbesluit publieke dienstverlening gemeente Hilversum’ kon eiser echter niet via een gewoon e-mailbericht bezwaar maken. Hij moest gebruikmaken van een webformulier of het bezwaar per gewone post sturen. Dit blijkt uit de bijlage bij het Aanwijzingsbesluit.

6. Het college heeft eiser op grond van artikel 6:6 van de Awb een termijn van twee weken gegeven om het bezwaar alsnog op de juiste manier in te dienen. Dat heeft hij niet gedaan.

7. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het college het bezwaar niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Het college hoefde dus niet inhoudelijk te kijken naar het bezwaar van eiser.

8. De voorzieningenrechter begrijpt van eiser dat hij een briefadres nodig heeft. Op de zitting is besproken dat hij daarvoor een nieuw verzoek om een briefadres moet indienen bij de gemeente Hilversum op de juiste formele manier en dus met het webformulier of per reguliere post. Eiser heeft gezegd dat hem dat onmogelijk wordt gemaakt, omdat hij vanwege een contactverbod het gemeentehuis niet meer in mag. Omdat het college niet op de zitting aanwezig was, is het de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden hoe dit precies zit. Wel is helder dat een contactverbod niet in de weg mag staan aan het doen van een aanvraag om een briefadres. Als eiser dat niet fysiek kan doen, dan in elk geval digitaal. Het is aan het college om daar een mogelijkheid voor te bieden. Overigens is het voor het maken van bezwaar met een webformulier of per reguliere post niet nodig om het gemeentehuis te betreden. Zodra een aanvraag op de juiste wijze is ingediend is het vervolgens aan het college om bij een onvolledige aanvraag de informatie die nog ontbreekt bij eiser op te vragen. Bij voorbeeld over de plaats of plaatsen waar hij verblijft. Het is daarna aan eiser om die gevraagde informatie op tijd aan het college te verstrekken. Hij zal dus duidelijke informatie moeten geven over zijn verblijfplaats om in aanmerking te kunnen komen voor een briefadres. Pas dan kan het college inhoudelijk beoordelen of eiser in aanmerking komt voor zo’n briefadres.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren en niet inhoudelijk naar het bezwaar van eiser hoefde te kijken.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.E.C. Bakker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand