RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8162 T2
en
(gemachtigde: mr. M.A. Verhoef-Murray).
Procesverloop
In het besluit van 21 september 2022 heeft het college gereageerd op het inzageverzoek van eiseres op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In het besluit van 5 november 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 21 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het besluit van 5 november 2024 beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op een zitting behandeld. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [A] , [functie] van de gemeente Nieuwegein.
In de tussenuitspraak van 19 februari 2026 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Het college heeft op 19 maart 2026 een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Eiseres heeft op 18 mei 2026 een zienswijze gegeven op deze herstelpoging van het college.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting op dit moment achterwege blijft.
Overwegingen
Welk gebrek heeft de rechtbank geconstateerd in de tussenuitspraak?
Waarom doet de rechtbank een tweede tussenuitspraak?
8. De rechtbank constateert dat het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd, niet volledig is hersteld. Het bezwaar van eiseres is weliswaar ontvankelijk verklaard, maar zij heeft nog steeds geen inhoudelijk besluit op haar bezwaar ontvangen. Met het oog op de finale geschilbeslechting in deze procedure die al heel lang loopt, vindt de rechtbank het aangewezen om opnieuw een tussenuitspraak te doen. Zij schat in dat een tweede herstelpoging van het college sneller tot een eindresultaat zal leiden, dan een vernietiging van het besluit dat nu voorligt en een opdracht aan het college om opnieuw te beslissen.Wat moet het college nu doen om het gebrek te herstellen?
9. Het college zal om het gebrek te herstellen inhoudelijk moeten beslissen op het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 21 september 2022. Als het de besluiten van 5 november 2024 en 19 maart 2026 niet langer handhaaft, zal het die besluiten ook daadwerkelijk moeten intrekken. Bij de behandeling van het bezwaar van eiseres, zal het college ook de zienswijze van eiseres van 18 mei 2026 moeten betrekken, voor zover die gaan over de inzage in de persoonsgegevens van eiseres zelf. Eiseres noemt in haar zienswijze ook persoonsgegevens van haar twee zoons, maar daarover gaat haar AVG-verzoek niet. Ook haar verwijzing naar andere wetten dan de AVG zijn niet relevant, omdat zij daarmee treedt buiten de omvang van dit geding. Het college zal wel moeten ingaan op haar standpunt dat de inzage onvolledig is en dat de gemaakte zoekslag niet controleerbaar is. Zoals hiervoor al is overwogen, moet het college dus in elk geval concreet toelichten hoe het heeft gezocht naar de persoonsgegevens van eiseres en in welke databestanden en systemen. Een volledige heroverweging in bezwaar zal er ook toe kunnen leiden dat het college een nieuwe zoekslag moet verrichten over de nu voorliggende periode.
10. Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.Zijn er nog overige geschilpunten?
11. Zoals in de tussenuitspraak is verwoord heeft eiseres betoogd dat er dwangsommen zijn verbeurd, omdat het college te laat heeft beslist. Zij doet ook een beroep op overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal hierover oordelen in de einduitspraak.
12. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Beslissing
De rechtbank:
- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.