ECLI:NL:RBMNE:2026:5521

ECLI:NL:RBMNE:2026:5521

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer UTR 24/6966 en 25/5032
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. 2x BNT: niet-ontvankelijk omdat alsnog een besluit is genomen. Wel pkv. Beroep tegen alsnog genomen besluit ongegrond: college heeft terecht bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang.

Uitspraak

Stichting Behoud de Eemvallei, gevestigd in Baarn, eiseres

(gemachtigde: mr. G.M.J. Storm),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn

(gemachtigden: A. Millerson LLM en R. Vermeeren).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Experience Events B.V. uit Eemnes

(gemachtigde: A.S. Huisman).

Beslissing

De rechtbank:

UTR 25/5032

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar;

- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen het besluit op bezwaar van 22 september 2025;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres;

UTR 24/6966

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.

Inleiding

1. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht heeft aan derde-partij een ontheffing verleend voor het maken van maximaal vijftig helikoptervluchten vanaf een perceel aan het [adres 1] in [plaats] op 2 november 2024. Eiseres heeft het college vervolgens op 22 oktober 2024 verzocht om binnen vijf werkdagen preventief handhavend op te treden tegen de dreigende overtreding van het verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, die bestaat uit het gebruiken van gronden in strijd met het omgevingsplan.

2. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen van eiseres.

Het beroep geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/6966 heeft eiseres ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar handhavingsverzoek van 22 oktober 2024. In de uitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, vernietigt. Ook heeft de rechtbank zelf voorzien in de zaak door zelf een beslissing op het handhavingsverzoek te nemen en het handhavingsverzoek af te wijzen.

Het college is tegen de uitspraak van 12 december 2024 in verzet gegaan, omdat die uitspraak volgens het college niet juist is. Er was namelijk op 3 december 2024 een beslissing genomen op het handhavingsverzoek en daar had de rechtbank in de uitspraak van 12 december 2024 geen rekening mee gehouden. Met dat besluit heeft het college het handhavingsverzoek van eiseres afgewezen, omdat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan Landelijk gebied, dat onderdeel is van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Baarn.

In de uitspraak van 23 januari 2026 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard. Deze gegrondverklaring betekent dat de uitspraak van 12 december 2024 vervalt en dat de rechtbank opnieuw op het beroep niet tijdig moet beslissen.

Het beroep geregistreerd onder zaaknummer UTR 25/5032 heeft eiseres ingesteld, omdat het college volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 3 december 2024.

Op 28 juli 2025 heeft eiseres het college in gebreke gesteld omdat het college nog geen beslissing op het bezwaar heeft genomen. Het college heeft niet binnen twee weken na de ingebrekestelling een beslissing op het bezwaar genomen.

Op 2 september 2025 heeft eiseres een beroep niet tijdig beslissen ingesteld.

Op 22 september 2025 heeft het college alsnog een beslissing op het bezwaar van eiseres genomen. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep met zaaknummer UTR 25/5032 is van rechtswege gericht tegen dit besluit op bezwaar.

De rechtbank heeft de beroepen tegelijkertijd op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: eiseres, vertegenwoordigd door [A] en [B] , bijgestaan door hun gemachtigde en de gemachtigden van het college.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan in beide beroepen.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep met zaaknummer UTR 25/5032

Het beroep gericht tegen het besluit op bezwaar van 22 september 2025

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. Volgens vaste rechtspraak wordt voldoende procesbelang aangenomen als het resultaat dat met de procedure wordt nagestreefd, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de betrokkene feitelijk betekenis kan hebben. Het belang bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van een besluit kan ook nog zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel betrokken kan worden bij toekomstige besluitvorming. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat die besluitvorming zich in de toekomst voordoet.

5. Ten tijde van het besluit van 22 september 2025 (het bestreden besluit) was er geen sprake meer van een dreigende overtreding van het omgevingsplan, omdat de helikoptervluchten al hadden plaatsgevonden op 2 november 2024. Het doel dat eiseres beoogt met haar handhavingsverzoek kan daarom niet meer worden bereikt. Volgens eiseres is er wel sprake van procesbelang, omdat ten tijde van het bestreden besluit duidelijk was dat soortgelijke activiteiten zouden plaatsvinden binnen de gemeente Baarn op soortgelijke locaties als het [adres 1] in [plaats] . Dat is echter niet relevant voor de vraag of er procesbelang is. Het handhavingsverzoek van eiseres ziet op een dreigende overtreding van het omgevingsplan op het perceel [adres 1] en niet is aangevoerd of aannemelijk geworden dat ten tijde van het bestreden besluit en ook nu soortgelijke activiteiten op dat perceel plaats zouden of zullen vinden. Daarbij is van belang dat de locatie waar volgens eiseres ten tijde van het bestreden besluit helikoptervluchten waren gepland, de [adres 2] in [plaats] , onder een ander bestemmingsplan valt dan [adres 1] . Van een situatie waarin een inhoudelijke oordeel over het handhavingsverzoek kan worden betrokken bij toekomstige besluitvorming is daarom geen sprake.

6. Dit betekent dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep is ongegrond. Zij krijgt geen vergoeding de proceskosten die zij heeft gemaakt voor het instellen van het beroep tegen het besluit op bezwaar van 22 september 2025.

Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar

7. De rechtbank stelt vast dat het college op 22 september 2025 alsnog heeft beslist op het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 december 2024. Dat betekent dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

8. Niet in geschil is, en de rechtbank stelt vast, dat het college niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van eiseres. Het beroep is dan ook terecht ingesteld. Het college moet daarom het griffierecht aan eiseres vergoeden en eiseres krijgt ook een vergoeding voor haar proceskosten. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 934,-.

9. Eiseres heeft niet gevraagd om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vanwege niet tijdig beslissen vast te stellen. Omdat er inmiddels is beslist op het handhavingsverzoek is er ook geen reden voor het vaststellen van een rechterlijke dwangsom.

Het beroep met zaaknummer UTR 24/6966

10. Ook dit beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Het college heeft immers op 3 december 2024 alsnog een besluit genomen op het handhavingsverzoek van eiseres.

11. De rechtbank is van oordeel dat het beroep terecht is ingesteld. Vast staat dat het college niet binnen de in het handhavingsverzoek genoemde termijn van vijf dagen een besluit heeft genomen. Een beslistermijn van vijf werkdagen is in dit geval niet onredelijk, omdat de helikoptervluchten zouden plaatsvinden op 2 november 2024 en het voor het college ook niet onmogelijk was om binnen die termijn een besluit op het handhavingsverzoek te nemen. Vanwege de spoedeisendheid van de situatie is de rechtbank ook van oordeel dat een ingebrekestelling redelijkerwijs niet nodig was.

12. Omdat het beroep terecht is ingesteld moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift). Omdat de zaak tegelijk met zaaknummer UTR 25/5032 op zitting is behandeld waarvoor een punt voor de zitting is toegekend en de rechtbank het niet aannemelijk vindt dat deze zaak extra voorbereidingstijd heeft gekost, ziet de rechtbank aanleiding om in deze zaak geen punt voor het bijwonen van de zitting toe te kennen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.

13. Eiseres heeft niet gevraagd om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vanwege niet tijdig beslissen vast te stellen. Omdat er inmiddels is beslist op het handhavingsverzoek is er ook geen reden voor het vaststellen van een rechterlijke dwangsom.

Tot slot

14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026 door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.C. Moed

Griffier

  • mr. G.M.T.M. Sips

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand