ECLI:NL:RBMNE:2026:5652

ECLI:NL:RBMNE:2026:5652

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer C/16/601352 / BE ZA 25-53
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Erfrecht, uitleg bepaling in testament dat gedaagde geen erfgenaam is als de samenwoning tussen erflater en haar bij zijn overlijden is verbroken. Feitelijke samenwoning was niet verbroken, maar de affectieve relatie waarbinnen gedaagde en erflater samenwoonden wél. Gedaagde is daarom (toch) geen erfgenaam.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Afdeling Toezicht, Bureau Erfrecht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/601352 / BE ZA 25-53

Vonnis van 8 juli 2026

in de zaak van

1. [eiser] ,

wonende in [plaats 1] ,2. [eiseres],

wonende in [plaats 2] ,

eisers,

advocaat: mr. J. van Andel,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat: mr. M.S. Vos.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- producties 8, 9 en 10 van gedaagde

- producties 21 en 22 van eisers.

De mondelinge behandeling (zitting) heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, waarbij mr. Van Andel ook zijn spreekaantekeningen heeft voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Partijen is medegedeeld dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2. Waar deze zaak over gaat

Eisers zijn de ouders van [erflater] (hierna: [erflater] ), die op [datum overlijden] 2024 is overleden. Toen hij overleed, woonde hij met gedaagde in hun gezamenlijke woning. In zijn testament heeft hij haar als erfgenaam aangewezen maar daarbij bepaald dat dit niet langer geldt als de samenwoning met haar is verbroken.

Volgens eisers hadden [erflater] en gedaagde geen relatie meer toen [erflater] overleed. [erflater] heeft voor zijn overlijden namelijk meerdere keren aan vrienden en familie laten weten dat de relatie met gedaagde was beëindigd. [erflater] en gedaagde hadden ook een makelaar benaderd, die hun woning heeft getaxeerd. [erflater] wilde het aandeel van gedaagde in de woning overnemen. Omdat dit enige tijd in beslag nam, woonden [erflater] en gedaagde nog samen in de woning. Van “samenwoning” in de zin van het testament was echter geen sprake meer. Eisers vorderen daarom een verklaring voor recht dat zij erfgenaam zijn van [erflater] en dat gedaagde dat niet is, met een veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Gedaagde voert hiertegen verweer. Omdat zij nog met [erflater] samenwoonde toen hij overleed, is zij op grond van het testament zijn erfgenaam. Of de relatie tussen hen was beëindigd, is volgens gedaagde niet relevant. Maar als dat wel relevant is, geldt het volgende. Weliswaar hebben [erflater] en zij begin 2024 een moeilijke periode gehad en overwogen zij toen om hun relatie te beëindigen, maar dit is uiteindelijk niet gebeurd. In februari 2024 hebben zij inderdaad een makelaar benaderd, maar dat was omdat zij wilden weten hoeveel de woning in waarde was gestegen. Gedaagde meent dat de vorderingen van eisers moeten worden afgewezen en dat zij in de proceskosten moeten worden veroordeeld.

Eisers krijgen gelijk. De rechtbank zal voor recht verklaren dat zij de erfgenamen van [erflater] zijn en niet gedaagde. Gedaagde zal worden veroordeeld om de proceskosten van eisers te vergoeden. Hierna zal worden toegelicht hoe de rechtbank tot deze beslissing is gekomen.

3. De beoordeling

Gedaagde is alleen erfgenaam als de affectieve relatie niet is verbroken

Zoals uit het voorgaande blijkt, zijn partijen het erover eens dat de feitelijke samenwoning tussen [erflater] en gedaagde niet was verbroken toen [erflater] overleed. Volgens gedaagde is de kous daarmee af; zij is zijn erfgename. Zij meent dus dat niet hoeft te worden vastgesteld of zij en [erflater] nog een affectieve relatie met elkaar hadden. De rechtbank is dat niet met haar eens.

In zijn testament van 31 januari 2022 heeft [erflater] de volgende bepalingen opgenomen:

“Indien ik zonder afstammelingen achter te laten kom te overlijden voor mijn partner, mevrouw [gedaagde] , [….] (hierna genoemd: partner), met wie ik vanaf de datum van de oplevering van de door ons gezamenlijk aangekochte nieuwbouwwoning een gemeenschappelijke huishouding ga voeren en met wie ik vandaag een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst ben aangegaan beschik ik als volgt. […] II. Ik benoem mijn partner tot enige erfgename, onder bezwaar van voormeld legaat […]

Indien ik ten tijde van mijn overlijden niet ben gehuwd met mijn partner en de samenwoning met mijn partner is verbroken, vervallen alle beschikkingen met betrekking tot mijn partner en haar bloedverwanten, behoudens mijn afstammelingen. De beschikkingen blijven echter wel in stand indien de samenwoning door omstandigheden buiten onze wil is geëindigd.”

Voor de uitleg van een testament moet niet alleen worden gekeken naar de tekst daarvan. De wet bepaalt dat bij uitleg moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. Dat moet dus ook als de woorden van het testament op het eerste gezicht duidelijk zijn. Door uitleg wordt aan deze woorden namelijk betekenis gegeven: wat bedoelde iemand in zijn testament te regelen?

Uit de tekst van het testament blijkt dat [erflater] zijn partner als erfgenaam heeft willen aanwijzen. Van belang is dat [erflater] en gedaagde op dezelfde dag ook een samenlevingsovereenkomst met elkaar hebben gesloten. Deze overeenkomst bevat onder meer de volgende bepaling:

“VOORAF

Start samenleving

[erflater] en [gedaagde] verklaren dat tussen hen een affectieve relatie bestaat en dat zij in het kader van die relatie vanaf de datum van oplevering van de door hen aangekochte nieuwbouwwoning met elkaar gaan samenleven en een gemeenschappelijke huishouding gaan voeren.”

[erflater] en gedaagde hadden dus een affectieve relatie en zijn in het kader van die relatie met elkaar gaan samenwonen. De erfstelling van gedaagde en het vervalbegin moeten in dat licht worden bezien. Of gedaagde erfgename is, hangt daarom niet af van de vraag of zij met [erflater] samenwoonde toen hij overleed, maar van de vraag of zij toen (nog) zijn partner was en of zij dus (nog) samenwoonden in het kader van hun affectieve relatie.

Toen [erflater] overleed, was de affectieve relatie met gedaagde verbroken

Gedaagde heeft aangevoerd dat spanning tussen partners binnen een relatie of twijfel van een van hen over de relatie niet betekent dat de relatie is verbroken. Dat is natuurlijk juist. Maar wat gedaagde daarover verder heeft gesteld, is niet in haar voordeel. Zij heeft gewezen op de bepaling die [erflater] in zijn testament had opgenomen voor de situatie dat hij met gedaagde bij zijn overlijden zou zijn gehuwd. Deze bepaling luidt: “Indien ik ten tijde van mijn overlijden ben gehuwd met mijn partner en overlijd nadat een procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is aangevangen en geen royement van die procedure heeft plaatsgevonden voor mijn overlijden of indien een procedure heeft geleid tot een scheiding als bedoeld vervallen alle beschikkingen die ten behoeve van mijn (ex- )echtgenote en haar bloedverwanten, behoudens mijn afstammelingen, zijn getroffen,”. Uit deze bepaling volgt dat ook als een echtscheiding nog niet heeft plaatsgevonden, maar een van de echtgenoten (of allebei) wel een echtscheidingsverzoek heeft (of hebben) ingediend, de erfstelling van gedaagde zou zijn vervallen. Voor de buitenwereld moet dus duidelijk zijn: de affectieve relatie (binnen het huwelijk) is over en voor de formele beëindiging daarvan zijn stappen gezet. Ook in het geval van een affectieve relatie zonder huwelijk, kan aan de hand van objectieve omstandigheden worden vastgesteld of deze relatie is geëindigd.

Volgens eisers zijn deze omstandigheden aanwezig. Zoals hiervoor vermeld, hebben zij erop gewezen dat [erflater] en gedaagde hun woning op 6 februari 2024 door een makelaar hebben laten taxeren. Zij hebben een e-mail van deze makelaar overgelegd, met de kop “Fwd: Opstartstukken verkoop”, waarin hij aan een van eisers schrijft:

“Goedemiddag heer [erflater] ,

Hierbij bevestig ik u dat ik op 6 februari 2024 een bezoek heb gebracht bij het woonhuis […].

Tijdens deze afspraak heb ik een gesprek met [gedaagde] gehad over de verkoop van het woonhuis i.v.m. een relatiebeeindiging. [erflater] was hierbij niet aanwezig.

Ik heb tijdens dit gesprek een vraagprijs geadviseerd van 475.000 euro k.k.

Middels onderstaande e-mail aan [erflater] en [gedaagde] hebben wij hun uitgenodigd om de bemiddelingsopdracht te ondertekenen en diverse stukken aan te leveren.

Ondertekening en aanlevering van de documenten heeft niet plaatsgevonden.

[…]”

Tijdens de zitting heeft gedaagde verklaard dat zij de makelaar inderdaad heeft verteld dat [erflater] en zij hun relatie hadden beëindigd en dat zij de woning om die reden wilden verkopen. Maar dit was volgens haar niet waar. Zij wilden (slechts) weten wat de woning waard was, zodat zij met een eventuele overwaarde zonneschermen konden financieren. Zij hebben de makelaar ook nooit een verkoopopdracht verstrekt. De rechtbank vindt deze verklaring ongeloofwaardig. Waarom het voor een geveinsde verkoop nodig was om de makelaar te vertellen dat de relatie was verbroken, heeft gedaagde tijdens de zitting niet kunnen uitleggen. Deze uitleg is wel nodig. Dat geldt al helemaal omdat gedaagde heeft erkend dat de relatie met [erflater] begin 2024 niet goed was. Volgens haar overwogen zij toen om uit elkaar te gaan. Over hoe het “weer goed” was gekomen, heeft gedaagde niets verteld, ook niet toen haar daarover tijdens de zitting een vraag werd gesteld. Volgens haar gingen [erflater] en zij gewoon weer verder en zijn daar verder geen gesprekken aan gewijd. Ook dat vindt de rechtbank moeilijk te geloven.

Dat [erflater] en gedaagde nooit een verkoopopdracht hebben verstrekt, staat vast. Maar dat legt hier geen gewicht in de schaal. Want wat ook vast staat, is dat [erflater] na 6 februari 2024 stappen heeft gezet om te kijken of hij het aandeel van gedaagde in de woning kon overnemen. Eisers hebben een afschrift overgelegd van een formulier waaruit blijkt dat een hypotheekverstrekker op 11 maart 2024 heeft getoetst of [erflater] de hypothecaire lening met zijn inkomen kon voortzetten. Op dit formulier staat als reden voor de aanvraag van deze toets “relatiebeëindiging” vermeld. Eisers hebben ook afschriften overgelegd van telefoonnotities van deze hypotheekverstrekker. In een notitie van 21 maart 2024 staat vermeld:

“uitkoop gesprek ex. zijn ex wil er echt het uiterste uithalen dus [erflater] heeft afgesproken dat zij een bedrag noemt wat zij er voor wil hebben. Daarmee gaan we rekenen en ook bij [naam werkgever van [erflater] ] zit er wat muziek in het inkomen.”

En in een telefoonnotitie van 15 april 2024 is te lezen:

“ex wil woning verkopen, indien een bod volgt dan kan indien akkoord [erflater] kopen voor datzelfde bedrag”

Er is ook een verklaring van de werkgever van [erflater] . Hij schrijft aan eisers in een e-mail:

“Ik heb een week voordat [erflater] overleed nog met hem gesproken dat hij aan het worstelen was om het bedrag op tafel te krijgen via een verhoogde hypotheek. Toen heb ik [erflater] verteld dat als hij wat te kort zou komen dat ik zijn salaris zou verhogen tot het wel zou lukken, want ik vond dat hij hier moest blijven wonen (dit wilde hij zelf graag)

Wat betreft de relatie met [gedaagde] , wij wisten op de zaak al maanden dat [erflater] geen relatie meer had met [gedaagde] , dat was vrij duidelijk.”

[erflater] heeft niet alleen zijn werkgever laten weten dat de relatie met gedaagde was beëindigd. Eisers hebben verschillende kopieën overgelegd van berichten die [erflater] via WhatsApp heeft gestuurd. Op 9 april 2024, dus elf dagen voor zijn overlijden, schreef hij aan een vriend:

“Afgelopen maanden wel van alles gebeurd.

[gedaagde] en ik gaan uit elkaar, de koek is op en het heeft geen zin meer om verder te gaan. Huis gaat in de verkoop zodat we een richtprijs hebben en dan ga ik kijken of ik het alleen kan kopen.

[…]

Het is beter zo.

Schiet gewoon niet op en de klik is er niet genoeg, passen gewoon niet goed genoeg bij elkaar. Kan ook niet echt mijzelf zijn bij haar. Dus het was nodig denk ik.”

Dit bericht is in lijn met een bericht dat [erflater] op 2 februari 2024 aan een andere vriend stuurde:

“dinsdag komt makelaar

Om te kijken wat huis waard is

[…]

Maar gaat wel opzich

Rustig geen ruzie

Maar leven al wel beetje langs elkaar heen

Ieder doet ze ding

Zij was gister weg

Ik vanaovnd weg”

Het is ook in lijn met de schriftelijke verklaringen van verschillende vrienden van [erflater] . Zo schrijft een van hen:

“Als vriend/collega op het werk liet hij met vlagen los dat het thuis al een hele tijd niet goed zat. Hij gaf aan dat de relatie al een hele tijd uit was […]”

Een ander schrijft:

“Ik wil hierbij aangeven dat […] het tussen hun al heel veel maanden niks meer was en ze alleen nog het huis moesten regelen en dat het dan over en uit was.”

Weer een ander schrijft:

“Begin 2024

[erflater] heeft een nieuwe baan , ziet zijn vrienden super vaak in de kroeg, […], laat [gedaagde] links liggen en zegt continue tegen mij ze kijkt maar ff wat ze doet en ik doe mijn eigen dingen ben blij als het rond is met het huis dat ik zelf alleen verder kan.”

En nog iemand anders:

“De laatste maanden / jaar ging het eigenlijk tussen [erflater] en [gedaagde] op het gebied van liefde totaal niet meer, ze woonden dan wel samen in het nieuwe huis omdat [erflater] die kans kreeg om voor deze woning in aanmerking te komen, maar van liefde was de laatste maanden, zeker een half jaar, volgens [erflater] totaal geen spraken meer. Ze leefden langs elkaar heen en [erflater] focuste zich op zijn nieuwe baan waar hij het ook ontzettend goed deed en de baas met hem de grootste plannen had.

Omdat hij ook aan zijn baas had uitgelegd hoe zijn situatie al tijden was en dat hij natuurlijk van haar af wou omdat het gewoon echt niet meer ging, vertelde hij dat zijn baas hem zou gaan helpen met het huis en dat zij er dan uitging.”

En, tot slot, schrijft de vader van een van de vrienden van [erflater] :

“Op een gezamenlijk feest op zaterdag 30 maart 2024 vertelde [erflater] mij dat zijn relatie met [gedaagde] eigenlijk vanaf Augustus 2023 ten einde was […]

[erflater] vertelde mij ook dat hij graag de samen gekochte woning zelf zou willen overnemen en dat hij [gedaagde] dan op een nette manier wilde gaan uitkopen en zelf een nieuwe hypotheek wilde gaan sluiten en [erflater] herhaalde nogmaals dat de koek op was met de relatie.

Ik vroeg [erflater] hoe dat hij dat wilde gaan realiseren en hij vertelde mij dat zijn werkgever […] hem hierbij wilde gaan helpen zowel met de hypotheek als met de uitkoop van [gedaagde] .”

Gedaagde heeft hier geen andersluidende verklaringen tegenovergesteld. Wel heeft zij WhatsApp-berichten overgelegd die [erflater] aan haar in de periode na februari 2024 heeft gestuurd. De inhoud van deze berichten doet het hiervoor gerezen beeld echter niet kantelen. In een bericht van 14 april 2024 vraagt [erflater] aan gedaagde wat ze die avond wil eten en hebben ze daarover overleg. Op 17 april 2024 stuurt gedaagde een bericht aan [erflater] dat zij er na “een theetje” aan komt, waarop [erflater] antwoordt: “Oke is goed Hoor het wel als je er aan komt [naam hond] is uit geweest Heb nog even met hem gespeeld dus die is wel moe Ik ga nog even met die afvoer aan de gang” en op 19 april 2024 schrijft hij aan gedaagde over een plant die zij bij de voordeur hadden geplant die kapot was gemaakt. Ook heeft gedaagde berichten overgelegd die [erflater] en haar moeder elkaar hebben gestuurd. Op 3 april 2024 gaat het daarin over bloemen die [erflater] voor gedaagde had gekocht en schrijft hij: “Moet toch een bloemetje op tafel […] Verdiend ze ook wel Niet te vaak doen anders wordt het een gewoonte en is t niet meer bijzonder […] Ik probeer ook wat meer thuis te doen laatste weken. Keer stofzuigen of afstoffen of wc ofzo”. Op 6 april 2024 stuurt hij de moeder van gedaagde een foto van planten in de voortuin en schrijft hij: “Was nu goed weer dus ik zei kom we gaan planten halen” en op 16 april 2024 schrijft hij haar over de verjaardag van gedaagde: “Ik koop een luchtje voor haar en weet nog niet wat ik erbij moet doen Een die ze heel lekker vindt en die was bijna op”.

Uit deze berichten kan niet worden afgeleid dat [erflater] en gedaagde nog een affectieve relatie hadden toen [erflater] overleed. Wel zou hieruit kunnen worden opgemaakt dat zij geen ruzie hadden. Maar dat is in het licht van alle andere berichten en de e-mail van de makelaar niet genoeg. Volgens eisers was de moeder van gedaagde bovendien niet op de hoogte van de moeilijkheden in de relatie met [erflater] , omdat gedaagde niet wilde dat dat haar werd verteld. Met andere woorden: van gedaagde moest [erflater] de schijn ophouden. Wat er van dit laatste ook zij, dat haar moeder niet van de moeilijkheden wist, heeft gedaagde niet betwist.

In de conclusie van antwoord is, tot slot, vermeld dat [erflater] en gedaagde na de eerder genoemde moeilijke periode begin 2024 weer toekomstplannen hadden. Wat die plannen waren en waaruit dit bleek, is in dit processtuk echter niet toegelicht. Tijdens de zitting heeft gedaagde verklaard dat [erflater] en zij samen naar concerten wilden gaan later dat jaar. Dit is niet wat de rechtbank onder het (in deze context wat gewichtige) woord “toekomstplannen” verstaat. Dat er een gezamenlijk concertbezoek op de planning stond, wil niet zeggen dat de affectieve relatie (uiteindelijk toch) was voortgezet.

Conclusie: gedaagde is geen erfgenaam

De rechtbank leidt uit het feit dat [erflater] (tot in ieder geval elf dagen voor zijn overlijden) contact had met de hypotheekverstrekker over de uitkoop van gedaagde, uit zijn eigen berichten en uit de hiervoor weergegeven verklaringen af dat de affectieve relatie tussen hem en gedaagde was geëindigd toen hij overleed. Gedaagde was toen niet meer zijn partner met wie hij in het kader van hun affectieve relatie samenwoonde. Deze samenwoning duurde alleen nog voort omdat [erflater] bezig was om de benodigde financiering te verkrijgen om gedaagde uit te kopen. Dat dit anders was, heeft gedaagde onvoldoende onderbouwd. Zij is op grond van het testament dus niet de erfgenaam van [erflater] , omdat de erfstelling geen effect heeft. Eisers hebben gesteld dat dit betekent dat zij op grond van het versterferfrecht als ouders van [erflater] zijn erfgenamen zijn. Gedaagde, die de volledige inhoud van het testament kent, heeft niet gesteld dat [erflater] in zijn testament iets anders heeft bepaald. De vorderingen van eisers, die erop neerkomen dat dit voor recht wordt verklaard, zullen daarom worden toegewezen.

Proceskosten

Gedaagde heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van eisers betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding € 146,15

- griffierecht

331,00

- salaris advocaat

1.306,00

(2 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.972,15

4. De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat eisers de erfgenamen zijn van [erflater] en gedaagde niet,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.972,15, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart de beslissing in 4.2. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Notamail 2026/188 Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/457
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand