ECLI:NL:RBMNE:2026:573

ECLI:NL:RBMNE:2026:573

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 23-02-2026
Zaaknummer 11918229 \ UC EXPL 25-7960
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Toewijzing huurachterstand, bik en (boete)rente.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11918229 \ UC EXPL 25-7960 RJ/58605

Vonnis van 11 februari 2026

in de zaak van

STICHTING ACHMEA DUTCH RETAIL PROPERTY FUND,

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Achmea,

gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk,

tegen

[gedaagde] , HANDELEND ONDER DE NAAM DE [handelsnaam],

wonende in [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 oktober 2025 met producties 1 tot en met 17;- het verslag (proces-verbaal) van de civiele rolzitting van 15 oktober 2025, waarin de mondelinge reactie van [gedaagde] op de dagvaarding is vastgelegd;- de akte wijziging van eis van Achmea van 14 oktober 2025;

- de akte wijziging van eis van Achmea met productie 18 van 29 december 2025.

Op 8 januari 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was mevrouw J.J.J.A. Gruijters LLB aanwezig als gemachtigde van Achmea. [gedaagde] is niet verschenen.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

Achmea verhuurt een bedrijfsruimte aan [gedaagde] . Volgens Achmea heeft [gedaagde] een huurachterstand en Achmea wil dat [gedaagde] deze aan haar betaalt, vermeerderd met contractuele (boete)rente en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is het niet eens met de bijkomende kosten. De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea grotendeels toe.

3. De beoordeling

[gedaagde] moet de huurachterstand van € 11.275,12 betalen

Achmea vordert, na wijziging van eis, een bedrag van € 11.275,12 aan huurachterstand (berekend tot en met december 2025). [gedaagde] heeft deze huurachterstand niet betwist. Dit bedrag wordt daarom toegewezen.

[gedaagde] moet € 922,62 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen

Achmea vordert op grond van artikel 30.1 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 2.214,23 (berekend over de huurachterstand tot en met april 2025). [gedaagde] is het niet eens met deze kosten en vindt deze kosten buitenproportioneel. De kantonrechter oordeelt als volgt.

Achmea stelt dat [gedaagde] door het aangaan van een betalingsregeling op 19 mei 2025 heeft erkend dat hij ook buitengerechtelijke incassokosten en (boete)rente moet betalen, maar de kantonrechter volgt Achmea hierin niet. In de e-mail die [gedaagde] naar de gemachtigde van Achmea heeft gestuurd staat namelijk alleen een voorstel wanneer [gedaagde] de achterstallige maanden zal overmaken en niets over buitengerechtelijke incassokosten en (boete)rente. Van erkenning is dan ook geen sprake.

Toch moet [gedaagde] aan Achmea een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten betalen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen, zie artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De kantonrechter ziet wel aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Achmea recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Achmea heeft namelijk niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken. Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom € 922,62 toegewezen.

[gedaagde] moet € 3.600,00 aan (boete)rente betalen

Achmea vordert, na wijziging van eis, een bedrag van € 3.600,00 aan (boete)rente (berekend tot en met december 2025) over de opeisbaar geworden en onbetaald gebleven huurtermijnen. [gedaagde] is het niet eens met deze kosten en vindt deze kosten buitenproportioneel. Gelet op het overwogene onder punt 3.3 is van erkenning van deze kosten door [gedaagde] geen sprake. De kantonrechter overweegt verder als volgt.

In artikel 25.3 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst is een boetebeding opgenomen. Daaruit volgt dat als de huur niet op tijd wordt betaald, [gedaagde] een direct opeisbare boete van 1% per maand met een minimum van € 300,00 per maand aan Achmea verschuldigd is. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij de huur meermaals niet op tijd heeft betaald. Daarom is hij in beginsel de (boete)rente aan Achmea verschuldigd.

Op grond van artikel 6:94 BW kan de kantonrechter een boete matigen. Volgens vaste rechtspraak moet de kantonrechter deze bevoegdheid terughoudend toepassen. Er is alleen ruimte voor matiging als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij moet de kantonrechter niet alleen rekening houden met de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook met de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en met de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen.

De kantonrechter is van oordeel dat toepassing van het boetebeding in dit geval niet tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Er is namelijk geen sprake van een wanverhouding tussen de werkelijk geleden schade van Achmea (lees: de wettelijke handelsrente van 11,15% en 10,15% in 2025) en het op grond van het boetebeding verschuldigde bedrag. Het boetebedrag van € 300,00 komt namelijk neer op een rentepercentage van 8,13%. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om de boete te matigen. Het bedrag van € 3.600,00 wordt daarom toegewezen.

De (boete)rente over de openstaande bedragen

Tot slot vordert Achmea de contractuele (boete)rente vanaf de dag van de dagvaarding over de openstaande bedragen. Het gaat dan over de (boete)rente over de huurachterstand, de (boete)rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Deze vorderingen zal de kantonrechter hierna bespreken.

[gedaagde] is, zoals hiervoor overwogen, de boeterente over de te laat betaalde (en nog steeds openstaande) huurtermijnen verschuldigd. Voor zover de vordering van Achmea daarop betrekking heeft, wordt deze dus al toegewezen en zal deze niet een tweede keer worden toegewezen.

De contractuele (boete)rente over de boetes die al verschuldigd zijn wordt afgewezen. Niet is gesteld of gebleken dat deze over de al verschuldigde boetes overeen is gekomen. De kantonrechter wijst daarom de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toe. Daarbij geldt dat over een boete pas rente verschuldigd is na schriftelijke aanmaning (artikel 6:119 jo. artikel 6:82 BW), maar in ieder geval vanaf het moment van dagvaarden. De kantonrechter wijst daarom de wettelijke rente toe over de op het moment van dagvaarden verschuldigde boetes (€ 2.700,00) vanaf 7 oktober 2025 (zoals gevorderd). Niet is gebleken dat Achmea [gedaagde] schriftelijk heeft aangemaand tot betaling van de boetes die na de dagvaarding verschuldigd zijn geworden, zodat daarover geen rente wordt toegewezen.

De gevorderde contractuele (boete)rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze over de buitengerechtelijke incassokosten is overeengekomen. Daarom wordt over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW toegewezen. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten is, zoals gevorderd, toewijsbaar vanaf 7 oktober 2025 (de datum van dagvaarding).

[gedaagde] moet de kosten van de rechtszaak (proceskosten) betalen

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Achmea worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

120,21

- griffierecht

1.461,00

- salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.589,21

Achmea zal nog een aanvullende factuur van de griffier krijgen voor het verhoogde griffierecht als gevolg van de eisvermeerdering.

De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea te betalen een bedrag van € 11.275,12 aan huurachterstand,

veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea te betalen een bedrag van € 922,62 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan Achmea te betalen een bedrag van € 3.600,00 aan (boete)rente, te vermeerderen met de met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.700,00 vanaf 7 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.589,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

draagt de griffier op om het verschil tussen het in rekening gebrachte griffierecht en het verhoogde griffierecht alsnog in rekening te brengen bij Achmea;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?