ECLI:NL:RBMNE:2026:5755

ECLI:NL:RBMNE:2026:5755

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer C/16/613137 / KG ZA 26-358
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding. Geen spoedeisend belang. Geen juridische grondslag om de ontslagbrief van het ziekenhuis te laten aanpassen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/613137 / KG ZA 26-358

Vonnis in kort geding van 14 juli 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres (voornaam)] ,

advocaat: mr. C.M. Sent,

tegen

[gedaagde] ,

te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: het [gedaagde] ,

advocaat: mr. M.F. van der Mersch.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 13 producties

- de akte overlegging nadere producties 14 tot en met 20

- productie 21 en 22 met een korte toelichting

- het conclusie van antwoord met 4 producties - de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt - de pleitnota van het [gedaagde] .

2. De kern van de zaak

[eiseres (voornaam)] is een 22-jarige vrouw die in 2017 is gediagnosticeerd met Myalgische Encefalomyelitis/Chronisch Vermoeidheidssyndroom (hierna: ME/CVS). [eiseres (voornaam)] gaat niet meer naar school sinds het begin van klas 4 van het gymnasium. Sinds geruime tijd is zij volledig bedlegerig en wordt zij in volledige afzondering op een zolderkamer door haar ouders verzorgd. Vanaf 23 maart 2026 is zij negen weken gedwongen opgenomen geweest op de [afdeling] (hierna: [afdeling] ) van het [gedaagde] . Op 26 mei 2026 is [eiseres (voornaam)] weer naar huis gegaan. [eiseres (voornaam)] en haar ouders zijn het niet eens met de inhoud van de ontslagbrief van 11 juni 2026. In dit kort geding wordt gevorderd dat het [gedaagde] deze brief op een groot aantal onderdelen rectificeert en een aangepaste brief verspreidt onder de betrokken artsen. Deze vorderingen worden afgewezen. Nog los van het feit dat van een spoedeisend belang niet is gebleken, bestaat er geen juridische grondslag voor de voorgestelde aanpassingen.

3. De beoordeling

De vorderingen na eiswijziging

Ter zitting heeft de advocaat van [eiseres (voornaam)] de eis gewijzigd, in die zin dat:

- is ingetrokken het onderdeel: ‘en overige onjuistheden worden verwijderd/ aangepast’ (verwijzend naar productie 13);

- is toegevoegd dat in de ontslagbrief dient te worden verwijderd dat ouders reguliere zorg weigeren.

Wat dus voorligt is de vordering dat het [gedaagde] wordt bevolen de ontslagbrief en de daarbij gevoegde samenvatting te rectificeren in de zin dat tenminste:

- de alternatieve hypothesen vanuit de literatuur (Gezondheidsraad 2018 en

NICE) ten gevolge van ‘zeer ernstige’ ME/CVS worden genoemd;

nadrukkelijk wordt opgenomen dat het vermoeden / diagnose eetstoornis niet is bevestigd;

opgenomen wordt dat lichamelijke klachten zoals overprikkeling, extreme vermoeidheid, hartkloppingen en de angst daarvoor, in overeenstemming met het Advies Gezondheidsraad 2018 ook het gevolg kunnen zijn van ME/CVS;

vermeld wordt dat beide ouders en niet slechts moeder zich zorgen maken;

wordt verwijderd dat denkbeelden hierover (over de lichamelijke klachten) wilsbekwaam handelen in de weg zouden staan;

wordt verwijderd dat ouders reguliere zorg weigeren.

Daarnaast wordt gevorderd dat het [gedaagde] wordt bevolen de aangepaste versie van de ontslagbrief te verspreiden en te delen met alle partijen waarmee de ontslagbrief eerder was gedeeld en daarbij de opdracht te verstrekken aan deze partijen om de eerdere versie van de ontslagbrief te verwijderen en verwijderd te houden.

Het beoordelingskader in kort geding

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseres (voornaam)] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat het gerechtvaardigd is om deze nu al, vooruitlopend op de beslissing van de bodemrechter, toe te wijzen. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Het spoedeisend belang

Namens [eiseres (voornaam)] is aangevoerd dat er sprake is van een spoedeisend belang gelet op haar zeer zorgelijke medische toestand, het risico op onomkeerbare fysieke schade die mogelijk ook kan leiden tot overlijden en de gebrekkige toegang tot de nog wel beschikbare zorg.

De ontslagbrief is toegezonden aan de huisarts en aan de psychiater van [instelling] die na het ontslag uit het ziekenhuis in samenspraak met [eiseres (voornaam)] eventuele vervolgbehandelingen zal coördineren. [eiseres (voornaam)] stelt dat in de ontslagbrief ten onrechte wordt verondersteld dat zij lijdt aan een psychische stoornis in plaats van aan ME/CVS. Zij meent dat de brief het haar onmogelijk maakt zich te verweren tegen het idee dat zij psychisch ziek is, of dat haar moeder haar ziek zou maken. Dit staat volgens haar in de weg aan mogelijke palliatieve behandelingen en maakt dat zij en haar ouders veel extra stress en spanning ondervinden.

Nog los van de vraag of de brief zo luidt als in de dagvaarding wordt geschetst (waarover hieronder meer), ziet de voorzieningenrechter niet in hoe de ontslagbrief [eiseres (voornaam)] zou kunnen beperken in haar mogelijkheden om passende en noodzakelijke zorg en behandelingen te krijgen. Deze stelling is ter zitting ook niet nader uitgelegd. Ook is niet toegelicht welke palliatieve behandeling [eiseres (voornaam)] zou kunnen worden onthouden als gevolg van de inhoud van de ontslagbrief. Het is aan [eiseres (voornaam)] zelf om te beslissen over eventueel nadere diagnostiek en eventuele vervolgbehandelingen. [eiseres (voornaam)] en haar ouders geven echter aan dat er in hun beleving momenteel geen behandelingen zijn die [eiseres (voornaam)] kunnen helpen en dat [eiseres (voornaam)] vooral met rust gelaten dient te worden. Er is ook niet gesteld of gebleken dat er op (zeer) korte termijn andere behandelaren worden betrokken. Hoewel het voor een kort geding vereiste spoedeisend belang naar het oordeel van de voorzieningenrechter dus niet aanwezig is, zal gelet op de aard van de zaak toch worden beoordeeld of de vordering toewijsbaar zou zijn als het spoedeisend belang buiten beschouwing wordt gelaten.

Geen juridische grondslag

De voorzieningenrechter concludeert dat ook in het geval van een spoedeisend belang, de vordering niet toewijsbaar zou zijn. De betrokken psychiaters van het [gedaagde] niet kunnen worden gedwongen om onderdelen van het medisch dossier aan te passen omdat [eiseres (voornaam)] en haar ouders het niet eens zijn met beoordelingen en waarnemingen van [eiseres (voornaam)] ’s behandelaren. De behandelaren hebben op verzoek van [eiseres (voornaam)] al diverse aanpassingen gedaan maar zijn niet gehouden tot verdergaande aanpassingen en toevoegingen. Dit oordeel zal hierna worden uitgelegd.

Een patiënt heeft op grond van artikel 7:454 lid 2 BW en de KNMG-Richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ het recht feitelijke onjuistheden in het dossier te laten corrigeren. Het recht op correctie geldt alleen voor gegevens waarvan objectief kan worden vastgesteld dat ze onjuist zijn, zoals typefouten of verouderde gegevens. Het correctierecht kan niet worden gebruikt om een oordeel, indruk, of waarneming te wijzigen, en ook niet om een (mogelijke) diagnose te wijzigen. In dat geval mag de betrokkene wel een eigen verklaring aan het dossier laten toevoegen waarin hij of zij een afwijkende visie op bijvoorbeeld de diagnose weergeeft. Een patiënt heeft onder omstandigheden bovendien recht op vernietiging van (delen van) het dossier, tenzij dat bijvoorbeeld goed hulpverlenerschap belemmert.

Een vernietigingsverzoek is hier niet aan het [gedaagde] gedaan dus de vraag resteert of de brief feitelijke onjuistheden bevat die gerectificeerd dienen te worden. De voorzieningenrechter constateert dat de eerste vier onderdelen onder 3.2 gewenste toevoegingen aan de brief betreffen en geen gewenste rectificaties op grond van feitelijke onjuistheden. De laatste twee onderdelen betreffen gewenste verwijderingen van enkele zinnen uit de ontslagbrief maar dit betreffen geen zinnen die objectief gezien onjuistheden bevatten.

De passage over de wilsbekwaamheid waarvan verwijdering wordt gevraagd luidt als volgt: ‘Bij opname is sprake van langer bestaande ernstige voedingsrestrictie door angst voor toename lichamelijke klachten, voortvloeiend uit gedeelde rigide overtuigingen van patiënte en systeem over de oorzaak van de lichamelijke klachten (o.a. misselijkheid, overprikkeling in het hoofd, extreme vermoeidheid, hartkloppingen). Deze denkbeelden zijn dusdanig overheersend in het denken en het gevoelsleven van patiënte dat deze een wilsbekwaam handelen verhinderen.

In deze passage wordt een oordeel c.q. indruk van de behandelaren weergegeven en uitgelegd. Als [eiseres (voornaam)] het hier niet mee eens is, heeft zij het recht om een eigen verklaring te laten opstellen en te laten toevoegen aan het dossier.

De passage in de ontslagbrief over het afhouden van reguliere zorg beschrijft niet de situatie in 2026 maar is opgenomen in de chronologische samenvatting waarin ook wordt ingegaan op de eerdere opname op de [afdeling] in 2025. De passage luidt als volgt: ‘In de psychiatrische voorgeschiedenis is een opname op de [afdeling] geweest voor het opbouwen van sondevoeding na de plaatsing van een duodenumsonde in 2025. Er is geen vertrouwen in de reguliere zorg waardoor zorg werd afgehouden en psychiatrische diagnostiek of behandeling niet tot stand kwam.’ Namens [eiseres (voornaam)] is niet gesteld op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat deze beschrijving van de toenmalige situatie onjuist is. Het [gedaagde] heeft er op gewezen dat niet alleen in 2025 maar ook in 2026 reguliere zorg werd afgehouden.

De moeder van [eiseres (voornaam)] heeft ter zitting aangegeven dat zij juist wel reguliere zorg, meer specifiek thuiszorg, wensen te ontvangen. Tegelijkertijd is uit de stukken en ter zitting wel gebleken dat de ouders van [eiseres (voornaam)] psychiatrische zorg en diagnostiek net zoals in 2025 niet zinvol en te belastend voor [eiseres (voornaam)] achten. Dat blijkt onder andere uit de verwijzingsbrief van 11 maart 2026 van de psychiater van de crisisdienst, waarin onder meer is opgenomen: ‘Op 3-3-26 is aan vader een herbeoordeling door een psychiater en internist werkzaam bij de [instelling] aangeboden namens de crisisdienst (gezien hun CVS expertise), ouders hielden ook deze herbeoordeling af. Ouders weigeren vervolgcontacten met psychiatrisch behandelaars vanuit hun overtuiging dat patiënte niet psychisch ziek is en dat dergelijke contacten zo belastend voor haar zijn dat haar toestand hier enkel door zal verslechteren.

In zoverre valt dan ook niet in te zien op grond waarvan de genoemde passage uit de ontslagbrief onjuist zou zijn en gerectificeerd zou moeten worden. De passage in de ontslagbrief beschrijft de situatie zoals de behandelaren die ten tijde van de opname op de [afdeling] in 2025 hebben waargenomen en moet dus ook in die context worden gelezen. Daarin staat uitdrukkelijk niet dat de ouders op dit moment iedere vorm van zorg, waaronder somatische en palliatieve zorg, afhouden. Van een feitelijke onjuistheid in de ontslagbrief is dan ook geen sprake.

Voor wat betreft de gewenste toevoegingen aan de brief wordt nog het volgende opgemerkt. Zoals hiervoor uit het toetsingskader blijkt, heeft een patiënt er geen recht op dat informatie die hij of zij nuttig acht aan de brief wordt toegevoegd. De ontslagbrief bevat de informatie die de behandelaren vanuit hun professionele deskundigheid noodzakelijk en zinvol achten in het kader van een goede en zorgvuldige overdracht aan de huisarts. De betrokken psychiaters zijn de ouders en [eiseres (voornaam)] al tegemoet gekomen door aan te bieden het volgende aan de brief toe te voegen: ‘Er is geen test die met absolute zekerheid kan concluderen of klachten voortvloeien uit CVS/ME of een psychiatrische aandoening. De betrokken psychiaters hebben gekeken naar andere verklaringen van het beeld van de patiënte, naast de CVS/ME. Daarbij kan er uiteraard voor een deel overlap in symptomen zijn.’ Het [gedaagde] heeft zich bovendien bereid verklaard de DMS5 classificatiecode uit de brief te halen omdat [eiseres (voornaam)] en haar ouders geen enkele verwijzing naar een vermijdende/ restrictieve eetstoornis in de brief willen hebben. Meer kan van de behandelaren niet worden gevraagd.

In de ontslagbrief staat letterlijk dat de behandelaren van [eiseres (voornaam)] in de negen weken dat [eiseres (voornaam)] opgenomen is geweest slechts een eerste aanzet tot psychiatrische diagnostiek hebben kunnen doen en dat er geen volledige diagnostiek verricht kon worden. In de brief komt ook voldoende duidelijk tot uitdrukking dat de behandelaren van [eiseres (voornaam)] de mogelijkheden van een psychiatrische stoornis hebben willen onderzoeken, zonder de reeds in 2017 gestelde diagnose van ME/CVS te ontkennen. Dat die diagnose ongeveer tien jaar geleden door de kinderarts is gesteld staat ook in de brief. Er zijn geen aanwijzingen dat de brief onzorgvuldig is opgesteld en dat het [gedaagde] met het opstellen van deze brief onrechtmatig jegens [eiseres (voornaam)] zou hebben gehandeld. Het grootste bezwaar van [eiseres (voornaam)] en haar ouders tegen de brief lijkt te zijn dat in de brief wordt aangenomen dat psychische factoren een rol kunnen spelen bij [eiseres (voornaam)] ’s situatie terwijl de ouders menen dat alles gerelateerd is aan haar ME/CVS. Volgens hen is dit een puur somatische ziekte met enkel somatische oorzaken. Dit laatste lijkt echter niet te volgen uit het door [eiseres (voornaam)] overgelegde Kernadvies van de Gezondheidsraad uit 2018 waarin juist staat dat over de oorzaak c.q. oorzaken van ME/CVS nog weinig met zekerheid bekend is en dat verschillende ziekten kunnen schuilgaan onder de noemer ME/CVS. Bovendien sluit dit niet uit dat naast ME/CVS andere ziekten aan de orde kunnen zijn. Dit alles staat echter los van de vraag of de ontslagbrief feitelijke onjuistheden bevat. Die heeft de voorzieningenrechter niet kunnen constateren en daarom worden de vorderingen afgewezen.

De proceskosten

Omdat de vorderingen van [eiseres (voornaam)] worden afgewezen, komen de proceskosten (inclusief nakosten) voor haar rekening. De proceskosten van het [gedaagde] worden begroot op:

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.366,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen van [eiseres (voornaam)] af,

veroordeelt [eiseres (voornaam)] in de proceskosten van € 1.366,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres (voornaam)] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiseres (voornaam)] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand