RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/613918 / JE RK 26-991
Datum uitspraak: 23 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.L. van Leer.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt het volgende mee in haar beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 30 juni 2026;
het SAVE Evaluatie & vervolgplan van de GI, ontvangen op 16 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder en haar advocaat;
- [A.] en [B.] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.
De kinderrechter heeft aan het einde van de zitting direct mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die mondelinge uitspraak.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 augustus 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 8 augustus 2026.
3. Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. Het standpunt van de moeder
Namens de moeder is verklaard dat zij kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden, met aanhouding van het verzoek voor het overige. Volgens de moeder is in het eerste halfjaar van de ondertoezichtstelling vanuit de GI onvoldoende regie gevoerd. Zij vindt een verlening met zes maanden daarom passend, zodat over een halfjaar kan worden beoordeeld welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en of een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk is.
5. De beoordeling
De beslissing
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden, tot 8 februari 2027, en de overige zes maanden aanhouden. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
Op basis van de stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om deze bedreiging weg te nemen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds augustus 2025 met de moeder in een [locatie] . Sinds de plaatsing is gewerkt aan stabilisatie en het verwerken van de traumatische ervaringen die zij hebben meegemaakt. Uit de observaties van het [locatie] komt een consistent beeld naar voren. De moeder laat zien dat zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] structuur, rust en voorspelbaarheid biedt. Zij is actief betrokken bij hun dagelijkse verzorging, stelt duidelijke grenzen en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich binnen het [locatie] stabiel.
Tegelijkertijd is gebleken dat de benodigde hulpverlening niet direct na het uitspreken van de ondertoezichtstelling is opgestart. Inmiddels volgt de moeder cognitieve gedragstherapie en heeft [minderjarige 1] een EMDR-traject afgerond. Daarnaast volgt [minderjarige 1] traumagerichte behandeling. Verder zal in de komende periode worden gestart met het begeleide contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] via [bedrijf] . De GI heeft hiervoor een plan opgesteld met veiligheidsvoorwaarden, waarmee de vader heeft ingestemd. Ook zal in de komende periode worden toegewerkt naar een geleidelijke en veilige terugkeer van de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar huis. In dat kader zal de GI samen met de moeder, het [locatie] , de betrokken hulpverlening, de gemeente en de politie een veiligheidsplan opstellen, waarin zowel de voorwaarden voor een veilige terugkeer naar huis als de veiligheidsvoorwaarden rondom het contact met de vader worden uitgewerkt.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling met zes maanden verlengen en de beslissing voor het overige aanhouden, zodat zij de ontwikkelingen over zes maanden opnieuw kan beoordelen. In die periode moet blijken hoe het contactherstel met de vader verloopt, hoe het veiligheidsplan in de praktijk functioneert en hoe de terugkeer van de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar huis vorm krijgt.
De kinderrechter verzoekt de GI uiterlijk 8 januari 2027 haar en partijen te informeren over de stand van zaken en hoe de GI wil dat het verder gaat in deze procedure.
Doelen
De kinderrechter is van oordeel dat het komende halfjaar aan de volgende doelen moet worden gewerkt:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] voelen zich fysiek en emotioneel veilig bij de moeder en weten dat zij hen beschermt tegen dreiging of druk van de vader of anderen op het moment dat zij niet meer verblijven in het [locatie] ;
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren rust, voorspelbaarheid en duidelijke grenzen, waardoor zij zich veilig en geborgen voelen;
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen zonder spanningen en onveiligheid thuis.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 8 februari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing over de resterende zes maanden van de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling aan, met het verzoek aan de GI om uiterlijk 8 januari 2027 de kinderrechter en partijen te informeren over de stand van zaken en hoe zij wil dat het verder gaat in deze procedure.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.A.G. Mosch als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.