ECLI:NL:RBMNE:2026:5787

ECLI:NL:RBMNE:2026:5787

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 22-08-2026
Zaaknummer C/16/614430 / JE RK 26-1053
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

definitieve ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/614430 / JE RK 26-1053

Datum uitspraak: 24 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Midden-Nederland, Utrecht,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P.W. Nijboer,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P.W. Nijboer.

1. Het verloop van de procedure

Het verzoek is tegelijk behandeld met het verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI) over een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing (zaaknummer C/16/615020 / JE RK 26/1111). De kinderrechter heeft aan het einde van de zitting ten aanzien van beide verzoeken mondelinge uitspraak gedaan. De uitwerking van de beslissing over het verzoek van de GI is in een aparte beschikking opgenomen.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 juli 2026;

- de rapportage van de Raad van 15 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder en de vader samen met hun advocaat;

- [A.] en [B.] als vertegenwoordigers van de Raad;

- [C.] en [D.] als vertegenwoordigers van de GI.

Tijdens de zitting heeft de moeder spreekaantekeningen voorgelezen en deze daarna overgelegd.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 april 2026 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 28 juli 2026 en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend in een netwerkpleeggezin met ingang van 28 april 2026 tot en met 12 mei 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 juli 2026 met ingang van 29 april 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin beëindigd. In diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin dan wel gezinsgerichte accommodatie verleend met ingang van 29 april 2026 tot en met 12 mei 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 mei 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend in een pleeggezin, gezinsgerichte accommodatie dan wel een leefgroep met ingang van 12 mei 2026 tot 28 juli 2026.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds 21 mei 2026 bij de groep [locatie] in [plaats] .

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de ouders

De advocaat heeft namens de ouders naar voren gebracht dat de ouders het verzoek van de Raad begrijpen en daartegen geen verweer voeren.

5. De beoordeling

De beslissing

De kinderrechter zal het verzoek van de Raad toewijzen. Dit betekent dat zij een ondertoezichtstelling zal verlenen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar, dus tot 24 juli 2027. Hierna zal zij uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

De toelichting

Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan de criteria uit de wet voor een ondertoezichtstelling is voldaan.De ernstige ontwikkelingsbedreiging

Er is sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . In de thuissituatie zijn de kinderen langere tijd blootgesteld aan geweld en verslaving aan diverse verdovende middelen onder andere ketamine door de ouders. Vanwege hun eigen problematiek zijn de ouders onvoldoende emotioneel en fysiek beschikbaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de thuissituatie getuige geweest van heftige gebeurtenissen,.

Daarnaast zijn er zorgen over de basale verzorging van de kinderen door de ouders, zoals de tandzorg en persoonlijke hygiëne. Bij [locatie] is opgemerkt dat er bij [minderjarige 1] zichtbaar gaten in zijn tanden zitten en dat de tanden van [minderjarige 2] zwart zijn. Daarnaast wordt gezien dat [minderjarige 2] niet weet hoe hij een tandenborstel moet gebruiken en dat beide kinderen niet weten hoe zeep en een handdoek te gebruiken.

Bij [locatie] laten de kinderen in toenemende mate zorgelijk gedrag zien. [minderjarige 1] heeft moeite met prikkelverwerking en emotieregulatie en kan zowel verbaal- als fysiek agressief zijn. Op 23 juni 2026 is [minderjarige 2] vanaf de eerste verdieping (3 tot 4 meter hoog) bij [locatie] uit het raam gevallen en [minderjarige 2] heeft consequent verklaard dat [minderjarige 1] hem heeft geduwd. Daarna is er direct één op één begeleiding ingezet voor [minderjarige 1] . Deze begeleiding is op 1 juli 2026 is geïntensiveerd naar waakdienst in de nacht, omdat de incidenten in de avond en nachten nog steeds voorkwamen. Het is zorgelijk dat het gedrag van beide kinderen steeds verder lijkt te escaleren waarbij zij ook seksueel grensoverschrijdend gedrag laten zien. Het is nu nog onduidelijk hoe het gedrag van de kinderen het beste kan worden verklaard. Uit de rapportage volgt dat de visie van de Raad is dat het aannemelijk is dat de zorgelijke thuissituatie hierbij een rol speelt.

Het vrijwillig kader is onvoldoende

De kinderrechter heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillig kader weggenomen kan worden. De ouders zullen de komende tijd aan hun eigen problematiek gaan werken: de moeder staat op de wachtlijst voor een behandeltraject bij [hulpverlening 1] en de vader staat op de wachtlijst voor een behandeltraject bij [hulpverlening 2] . Verder krijgt de vader hulp vanuit [naam 1] en [naam 2] . De tot nu toe ingezette hulpverlening is niet voldoende geweest om de situatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] structureel ten positieve te veranderen. Er is strikte regie vanuit de GI nodig op de hulpverlening voor de kinderen en de voortgang van de behandeling van beide ouders te monitoren.

De doelen van de ondertoezichtstelling

De kinderrechter vindt het van belang dat er tijdens de ondertoezichtstelling wordt gewerkt aan de hier na te noemen door de Raad geformuleerde doelen:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een opvoedingsomgeving met (fysiek en emotioneel) beschikbare opvoeders waarin ze zich veilig voelen en waarin ze tot ontwikkeling kunnen komen;

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen duidelijkheid over hun perspectief;

Er komt meer duidelijkheid over de achterliggende oorzaak van het gedrag van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De duur van de ondertoezichtstelling

De kinderrechter zal [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van één jaar. Dat is de tijd die nodig is om aan de hiervoor genoemde doelen te werken.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 24 juli 2026 tot 24 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.R. Stoffels als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.J.R. Stoffels als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand