ECLI:NL:RBMNE:2026:5788

ECLI:NL:RBMNE:2026:5788

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 22-08-2026
Zaaknummer C/16/614815 / JE RK 26-1090
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing na spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Beide ouders hebben een advocaat toegewezen gekregen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/614815 / JE RK 26-1090

Datum uitspraak: 24 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling, een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Midden-Nederland, Utrecht,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 3] ,

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2023 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 4] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

verblijvende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. L. Sinoo,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P.W. Nijboer.

1. Het verdere verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 15 juli 2026.

Op 24 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader samen met zijn advocaat;

de moeder, digitaal via een Teamsverbinding;

de advocaat van de moeder;

- [A.] als vertegenwoordiger van de Raad;

- [B.] en [C.] als vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland (hierna: de GI).

De kinderrechter heeft [minderjarige 3] en [minderjarige 4] niet gevraagd wat zij van het verzoek vinden. De kinderrechter vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de kinderrechter daar nog te jong voor. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , gelet op hun leeftijd, wel naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover op een andere dag dan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waren op het moment van de zitting aanwezig in het gerechtsgebouw. Zij waren aanwezig bij de mondelinge uitspraak.

2. De feiten

De vader en de moeder hebben het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 4] . De moeder heeft het eenhoofdig gezag over [minderjarige 3] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2026 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 15 oktober 2026.

Ook heeft de kinderrechter bij beschikking van 15 juli 2026 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 augustus 2026. Daarnaast heeft de kinderrechter toen een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend voor [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de moeder (in een [locatie] ) tot 12 augustus 2026.

3. Het verzoek

De kinderrechter moet de moeder en de vader nog horen op de spoedbeslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling en de spoedmachtigingen tot uithuisplaatsing. Ook moet de kinderrechter nog beslissen op het verzoek de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en voor [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de moeder (in een [locatie] ).

4. De standpunten

De advocaat heeft zich namens de moeder gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter over het verzoek. Aanvullend heeft de moeder naar voren gebracht dat de vader gewelddadig is geweest naar haar en de kinderen. Het is voor haar geen optie terug te keren naar de gezamenlijke woning.

De vader heeft geen bezwaar tegen de voorlopige ondertoezichtstelling. Namens de vader heeft de advocaat primair verzocht om de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing op te heffen danwel de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. De vader herkent zich niet in het beeld dat van hem wordt geschetst en de zorgen zoals die staan omschreven in het verzoekschrift. Daarnaast ontkent hij de beschuldigingen zoals die door de moeder zijn geuit. Hij is niet overtuigd van de nut en noodzaak van de machtigingen tot uithuisplaatsing van de kinderen. Hij vindt een uithuisplaatsing een te forse maatregel in de huidige situatie waarbij er met name onmin is tussen de ouders. Het liefst wil de vader dat alle kinderen zo snel mogelijk weer bij hem thuis zullen verblijven. Ook de moeder mag van hem weer thuis komen wonen. Subsidiair heeft de advocaat namens de vader verzocht dat, zij weer bij hem thuis worden geplaatst.

5. De beoordeling

De conclusie

De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de moeder verlengen tot 15 oktober 2026. Hierna zal de kinderrechter deze beslissing uitleggen.

De toelichting

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

Uit het verzoek en de verklaringen van de Raad ter zitting volgt dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen in de thuissituatie. Zo zijn er zorgelijke signalen over het schoolverzuim van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door lichamelijke klachten die stelselmatig onverklaard blijven en het uitblijven van structureel medische monitoring en zorg. Hierdoor ontbreekt onafhankelijk zicht op de gezondheid van de kinderen en blijft het onduidelijk wat er werkelijk aan de lichamelijke klachten ten grondslag ligt. Daarnaast zijn er zorgen over het gedrag van de vader waarbij hij verbaal en fysiek gewelddadig zou zijn naar zowel de moeder als de kinderen. Uit het verzoek volgt dat er in het verleden gezinsbegeleiding en individuele hulp voor de vader is ingezet, maar dat de zorgen niet afgenomen. Tijdens de zitting heeft de GI verklaard dat er ook zorgen zijn over de bevuilde staat van de woning en de gevolgen daarvan op de gezondheid van de kinderen.

De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de kinderen langer uit huis blijven geplaatst in afwachting van het verdere onderzoek door de Raad en de GI. De door de Raad en GI geuite zorgen zijn dusdanig ernstig dat de kinderrechter – anders dan de vader – niet vindt dat de kinderen in de tussentijd weer naar huis kunnen. De komende tijd zal meer duidelijkheid moeten komen over de zorgelijke signalen. Hiertoe is de GI onder andere voornemens om de MASIC (Mediator's Assessment of Safety Issues and Concerns) bij beide ouders af te nemen. Ook zal de GI de komende tijd onderzoeken of een plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het netwerk van de ouders (bijvoorbeeld bij opa en oma) mogelijk is. Daarnaast heeft de GI toegelicht dat er door [D.] begeleide belcontacten zijn geweest tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader. Er staat ook een belmoment gepland met de moeder. Daarnaast zal de GI ook begeleide omgangsmomenten organiseren voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met beide ouders apart en voor [minderjarige 3] en [minderjarige 4] met de vader.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] in een accommodatie

van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 15 juli 2026 tot 15 oktober 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de moeder (in een [locatie] ) tot 15 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.R. Stoffels als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.J.R. Stoffels als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand