Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[bewindvoerder] ,
[adres 1] , [postcode 1] [plaats 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1987,hierna te noemen: de bewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 1958,wonende te [adres 2] , [postcode 2] [plaats 2] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 18 juni 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 17 juli 2026.
Het verzoek
De bewindvoerder vraagt machtiging voor het inschakelen van een advocaat ten behoeve van openstaande vorderingen op de heer [naam] hierna te noemende de echtgenoot.
De bewindvoerder licht het verzoek als volgt toe:
In de huwelijkse voorwaarden tussen betrokkene en echtgenoot is opgenomen dat zij beiden een evenredig deel van de huishoudelijke kosten dragen. In het verleden is hier nooit gehoor aan gegeven. Betrokkene woont sinds juli 2025 in een verzorgingshuis en zal niet meer terugkeren naar haar woning. De woning is volledig in eigendom van betrokkene. De echtgenoot is in de woning achtergebleven. Naar aanleiding hiervan heeft de bewindvoerder op 10 november 2025 een bericht gestuurd naar de echtgenoot voor de bijdrage aan de huishoudelijke kosten, door hem gesteld op de helft van de totale kosten van de eigenaars- en gebruikerslasten van de woning. De echtgenoot heeft op dezelfde datum akkoord gegeven op deze bijdrage en de hoogte ervan. De bedragen zijn per november 2025 op maandelijkse basis bij de echtgenoot in rekening gebracht, maar tot op heden heeft de echtgenoot slechts drie keer betaald. Op het moment van indienen van het verzoek was de openstaande vordering € 2.355,28. Ondanks meerdere herinneringen blijven alle overige betalingen uit en komt er inmiddels geen enkele reactie meer vanuit de zijde van echtgenoot. De vordering is daardoor opgelopen tot ongeveer € 3.000,-.
Voor het vorderen van deze bijdragen wil de bewindvoerder een advocaat inschakelen die hem zal bijstaan en uiteindelijk mogelijk een incassotraject kan starten. De betreffende advocaat werkt tegen een uurtarief van € 210,00, exclusief BTW.
De beoordeling
De kantonrechter is, gelet op de ontvangen informatie, van oordeel dat het niet in het belang van betrokkene is om de machtiging te verlenen en licht dit als volgt toe.
De bewindvoerder is de zoon van betrokkene en heeft verklaard dat hij samen met zijn zuster en de echtgenoot erfgenaam van betrokkene is. De verstandhouding van de bewindvoerder met de echtgenoot is volgens zijn verklaring slecht. Hij heeft verder verklaard dat het in 2012 gesloten huwelijk van betrokkene en haar echtgenoot uit liefde is aangegaan en dat de echtgenoot betrokkene zeer regelmatig bezoekt. Aangenomen kan dan ook worden dat de samenwoning niet vrijwillig is verbroken, maar ten gevolge van de dementie van betrokkene. Betrokkene bevindt zich inmiddels in de laatste fase van haar leven en is niet meer wilsbekwaam. Het verlenen van machtiging zou betekenen dat betrokkene tegen haar eigen echtgenoot zou gaan procederen in die laatste levensfase voor een relatief klein bedrag van € 3.000,00, terwijl geen aanleiding bestaat om te vermoeden dat zij hiermee zou instemmen. Zoals de bewindvoerder heeft verklaard, is in het verleden immers geen uitvoering gegeven aan in de huwelijkse voorwaarden overeengekomen verdeling van de kosten van de huishouding. Betrokkene heeft de bijdrage van haar echtgenoot in de kosten van de huishouding ook niet nodig, omdat haar inkomen uit pensioen voldoende is om geheel in haar eigen kosten van levensonderhoud te voorzien. Van belang is verder dat betrokkene niet in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand en dat die kosten behoorlijk kunnen oplopen, terwijl de uitkomst van de procedure zeer onzeker is. De huwelijkse voorwaarden bepalen immers dat de kosten van de huishouding(en) gedragen worden primair naar rato van inkomen en als dit ontoereikend is naar rato van vermogen. Hoewel er geen inzage is in het inkomen en vermogen van de echtgenoot bestaat, uit hetgeen de bewindvoerder ter zitting heeft verklaard, het vermoeden dat het inkomen van de echtgenoot ontoereikend is. Daarnaast geldt dat echtgenoten elkaar het nodige moeten verschaffen zolang het huwelijk duurt. Dit is niet anders indien een van de echtgenoten vanwege dementie is opgenomen in een zorginstelling.
Het verzoek zal om bovenstaande redenen worden afgewezen.
Beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.