ECLI:NL:RBMNE:2026:5812

ECLI:NL:RBMNE:2026:5812

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer UTR 25/6623
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak. Omdat het geschil zich beperkt tot de vraag of het Uwv de hoogte van het WIA-dagloon juist heeft vastgesteld per einde wachttijd en partijen het erover eens zijn dat het WIA-dagloon moet worden vastgesteld op € 207,42, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat het dagloon voor de WIA-uitkering per 14 mei 2025 wordt vastgesteld op € 207,42.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.G.B. Bergenhenegouwen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: R. van den Brink).

Inleiding

Op 30 juni 2026 heeft de rechtbank in deze zaak een mondelinge tussenuitspraak gedaan. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. Voor het procesverloop tot dat moment verwijst de rechtbank naar die uitspraak.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit van 26 november 2025 te herstellen.

Het Uwv heeft bij brief van 22 juli 2026 gereageerd op de tussenuitspraak en een Dagloon Report van 21 juli 2026 ingediend. Eiser heeft op 27 juli 2026 een schriftelijke zienswijze ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het

onderzoek op 13 augustus 2026 gesloten.

Overwegingen

Wat vooraf ging

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen op zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraken. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat eiser met de overgelegde informatie onvoldoende heeft onderbouwd dat van een eerdere arbeidsongeschiktheidsdag moet worden uitgegaan dan de dag dat eiser zich opnieuw heeft ziekgemeld. De rechtbank heeft verder overwogen dat zij twijfelt aan de juistheid van de berekening van het WIA-dagloon. Eiser heeft met het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 december 2025 namelijk in voldoende mate de hoogte van het WIA-dagloon bestreden, zodat het Uwv het standpunt van eiser hierover had moeten beoordelen bij het nemen van het bestreden besluit. Het lag op de weg van het Uwv om te bekijken wat het gevolg is van de door eiser overgelegde informatie voor de hoogte van het WIA-dagloon en daarmee voor de hoogte van de toegekende WIA-uitkering van eiser.

Beoordeling door de rechtbank

4. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

5. Bij brief van 22 juli 2026 heeft het Uwv een nieuw Dagloon Report van 21 juli 2026 ingediend. Het Uwv stelt rekening gehouden te hebben met de tussenuitspraak en heeft het WIA-dagloon opnieuw berekend op € 207,42. Het Uwv heeft de rechtbank verzocht indien eiser akkoord gaat met de nieuwe berekening het nieuwe WIA-dagloon voor recht vast te stellen en een einduitspraak te doen. In de zienswijze van 27 juli 2026 heeft eiser aangegeven akkoord te zijn met de nieuwe berekening van het WIA-dagloon.

6. Omdat het geschil zich beperkt tot de vraag of het Uwv de hoogte van het WIA-dagloon juist heeft vastgesteld per einde wachttijd en partijen het erover eens zijn dat het WIA-dagloon moet worden vastgesteld op € 207,42, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat het dagloon voor de WIA-uitkering per 14 mei 2025 wordt vastgesteld op € 207,42.

7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het Uwv aan eiser het door haar betaalde griffierecht vergoeden.

8. Ook krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het Uwv moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punten op (1 punt in bezwaar voor het indienen van het bezwaarschrift en in beroep 1 punt voor het indienen van het beroepschriften en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus). Met een wegingsfactor 1 is de waarde per punt in bezwaar € 666,- en in beroep € 934,-. Daarmee wordt toegekend een bedrag van € 2.067,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit, bepaalt dat het dagloon voor de WIA-uitkering per 14 mei 2025 wordt vastgesteld op € 207,42 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.067,-.

- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand