RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/322213-24; 16/017288-26 (t.t.z. gevoegd); 16/021129-26 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 25 augustus 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2002] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 11 augustus 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Parketnummer 16/322213-24
Feit 1 op 8 juli 2024 in Amersfoort [aangever 1] heeft bedreigd door met een (vuur)wapen op zijn woning te schieten;
Feit 2 in de periode van 6 juli 2024 tot en met 8 juli 2024 in Amersfoort samen met een ander [aangever 1] met (bedreiging met) geweld heeft gedwongen tot afgifte van een bedrag van € 50,00, door:
- hem dreigende teksten en daarbij foto's van kogels en/of wapens te sturen;- hem de volgende teksten te sturen:“Los dit normaal op beter en geef hem ze spullen we weten alles van je hij staat in ze recht zo niet gaat er wat van komen” en/of “Ik sta buiten [verdachte] bro doe maar zo maar weet wat je doet maar kont goed gaat zwz al gebeuren;- met een vuurwapen op zijn woning te schieten;- hem meermalen een tikkie te sturen van € 50,00 euro;
Feit 3 in de periode van 8 juli 2024 tot en met 18 december 2024 in Amersfoort een wapen, te weten een pistool model Le Veritable, kaliber 6.35mm, althans één of meer vuurwapenonderdelen, die samen een werkend pistool vormen en/of munitie, te weten 1 scherp patroon, voorhanden heeft gehad;
Parketnummer 16/017288-26
op 3 april 2025 in Amersfoort samen met anderen en met bedreiging met geweld, door verbreking een scooter van [slachtoffer] heeft gestolen;
Parketnummer 16/021129-26
in de periode van 27 september 2025 tot en met 20 januari 2026 in Amersfoort een scooter en/of kentekenplaat heeft geheeld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte vrijgesproken moet worden van het medeplegen van feit 2 onder parketnummer 16/322213-24 (medeplegen van afpersing) en dat de ten laste gelegde periode van het feit onder parketnummer 16/021129-26 (heling scooter/kentekenplaat) beperkt moet worden tot de dag van de aanhouding op 20 januari 2026. Verder stelt de officier van justitie dat alle overige feiten waar de verdachte van wordt beschuldigd bewezen kunnen worden.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1 (schieten op de woning) en gedeeltelijk van feit 2 (medeplegen van afpersing) onder parketnummer 16/322213-24, namelijk voor zover dit ziet op het schieten op de woning. De advocaat stelt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld wie er op de woning heeft geschoten. De advocaat verzoekt ook om de verdachte vrij te spreken van het feit onder parketnummer 16/017288-26 (heling scooter/kentekenplaat) wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.
De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van de overige feiten.
Oordeel van de rechtbank
Parketnummer 16/322213-24 (bedreiging door schieten op een woning, medeplegen afpersing en wapenbezit)
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (schieten op de woning) en feit 2 (medeplegen van afpersing) onder parketnummer 16/322213-24 niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom. De rechtbank acht feit 3 (verboden wapenbezit) wel bewezen. De rechtbank zal eerst ingaan op feit 3.
Inleiding
Op 8 juli 2024 is er in de nacht op een woning aan de [adres] in [woonplaats] geschoten. Er zaten gaten in het glas van de voordeur en in de ruit van de woonkamer. Buiten de woning werd een huls aangetroffen. De bewoner, [aangever 1] , verklaarde sinds enige tijd een conflict te hebben met de verdachte over 50 euro en een motorblok van een scooter. Hij verklaarde dat hij dreigende berichten, via Snapchat foto’s van kogels en vuurwapens, en meermalen Tikkie betaalverzoeken had gekregen. Op de ochtend nadat er op de woning was geschoten kreeg [aangever 1] wederom een Tikkie betaalverzoek om 50 euro te betalen. Deze heeft hij betaald. De politie heeft op 18 december 2024 de woning van de verdachte doorzocht waarbij in de afzuigkap onderdelen van een vuurwapen en munitie werden aangetroffen.
Conclusie over schietincident
Uit onderzoek van het NFI blijkt dat het in de woning van de verdachte gevonden wapen past bij de huls die is gevonden bij de woning van [aangever 1] . Daaruit concludeert de rechtbank dat er met dit wapen op de woning is geschoten.
Feit 3 (verboden wapenbezit)
Op de onderdelen van het wapen zijn DNA-sporen aangetroffen van de verdachte. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het wapen van hem was. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat de verdachte het wapen voorhanden heeft gehad.
De verdachte heeft echter verklaard dat hij het wapen pas na het schietincident op de woning van [aangever 1] op 8 juli 2024 in zijn bezit heeft gekregen. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig en onaannemelijk. [aangever 1] heeft verklaard dat de verdachte hem eerder een wapen heeft getoond waarvan de beschrijving past bij het aangetroffen wapen. Ook weegt de rechtbank mee dat met het wapen van de verdachte op de woning van [aangever 1] is geschoten op 8 juli 2024 en dat [aangever 1] en de verdachte kennelijk een lopend conflict hadden. Deze connecties tussen de verdachte, [aangever 1] en het wapen maken de verklaring van de verdachte over het moment van het verkrijgen van het wapen ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelt dan ook dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het wapen in de ten laste gelegde periode voorhanden heeft gehad.
Voor zover het feit betrekking heeft op de munitie, komt de rechtbank tot een ander oordeel. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de huls die is aangetroffen bij de woning van [aangever 1] , in zijn bezit heeft gehad in de ten laste gelegde periode. Voor dat onderdeel ontbreekt daarmee voldoende bewijs, zodat dit niet kan worden bewezen.
De verdachte bekent dat hij het wapen voorhanden heeft gehad, weliswaar voor een kortere periode, maar namens hem is niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de verklaring van de verdachte op de zitting van 4 augustus 2026;
een proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever;
- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de categorisering van het vuurwapen;
- een geschrift, te weten een NFI-rapport ‘Automatisch gegenereerde resultaten DNA-onderzoek via Snelle ID-lijn’.
Vrijspraken
Feit 1 (bedreiging door schieten op een woning)
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte het wapen in zijn bezit heeft gehad en dat met dit wapen op de woning is geschoten. Hoewel de omstandigheden in de richting van de verdachte wijzen, kan naar het oordeel van de rechtbank, op basis van het dossier echter niet wettig en overtuigend worden bewezen dat het daadwerkelijk de verdachte is geweest die op de woning heeft geschoten. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het schieten op de woning.
Feit 2 (medeplegen van afpersing)
De rechtbank stelt voorop dat van afpersing sprake is als iemand wordt gedwongen tot het afgeven van iets van waarde door middel van geweld of bedreiging. Daarvoor is nodig dat er een causaal verband bestaat tussen het geweld of de bedreiging en de afgifte van een goed. Het dossier bevat het bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij het versturen van de bedreigende berichten naar [aangever 1] . Die berichten kunnen op zichzelf leiden tot afpersing, maar hebben in dit geval niet direct geleid tot de betaling van het geld. Hoewel [aangever 1] het geld heeft betaald, is dat immers pas gebeurd na het schieten op de woning. De afgifte van het geld is naar de overtuiging van de rechtbank het gevolg geweest van het schieten op de woning en niet van het sturen van de berichten. Omdat de rechtbank niet vast heeft kunnen stellen dat het de verdachte is geweest die op de woning heeft geschoten, kan ook niet worden bewezen dat de betaling het gevolg is geweest van zijn gedragingen. Dat de verdachte iemand anders zou hebben laten schieten op de woning, is niet ten laste gelegd. Gelet op voorgaande spreekt de rechtbank de verdachte dan ook vrij van afpersing.
Parketnummer 16/017288-26 (diefstal van een scooter, in vereniging en met bedreiging van geweld)
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewijsoverweging
Aangever [slachtoffer] was op 3 april 2025 aan het werk, toen hij zag dat er vier jongens bij zijn scooter bezig waren. Hij naderde de jongens, waarna een van de jongens hem bedreigde met een mes en zei ‘Niet testen, niks proberen’. Vervolgens zag [slachtoffer] dat de jongens wegreden met zijn scooter.
Uit de aangifte blijkt dat de diefstal door vier jongens is gepleegd. Uit de beschrijving van de camerabeelden van de diefstal volgt dat er naar de uiterlijke verschijningsvormen tussen die vier jongens sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Zij komen gezamenlijk aan, een van de jongens pakt de scooter en daarna vertrekken zij ook weer gezamenlijk. Een getuige heeft gezien dat de aangever door een van de jongens door bedreiging met een mes op afstand werd gehouden. Er is DNA van de verdachte aangetroffen op de slotentrekker die werd gevonden bij de plaats van de diefstal. Daarnaast kan de rechtbank vaststellen dat de verdachte een paar dagen na het incident rondreed op een scooter die wordt herkend door de aangever als zijn gestolen scooter. De verklaring van de verdachte dat het zijn eigen oude scooter was, acht de rechtbank dan ook niet geloofwaardig. Anders dan de advocaat, is de rechtbank van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat het niet anders kan dan dat de verdachte een van de vier jongens is geweest. Omdat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen, hoeft niet te worden vastgesteld wat de rol van de verdachte precies is geweest. De rechtbank oordeelt bewezen dat de verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging van geweld, waarbij door middel van verbreking een scooter is weggenomen.
Parketnummer 16/021129-26 (heling van een scooter en/of kentekenplaat)
De verdachte heeft bekend dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de verklaring van de verdachte op de zitting van 4 augustus 2026;
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ;
- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] .
- een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] .
Gedeeltelijke vrijspraak periode
De rechtbank kan op basis van het dossier wettig en overtuigend vaststellen dat de verdachte op de dag van de aanhouding, 20 januari 2026, de scooter en de kentekenplaat in zijn bezit had. Uit de aangifte van de diefstal van de scooter blijkt dat deze pas na het begin van de ten laste gelegde periode is gestolen, namelijk op 17 december 2025. De rechtbank kan ook niet vaststellen dat de verdachte de scooter en de kentekenplaat al voor 20 januari 2026 in zijn bezit had en zal de verdachte daarom vrijspreken van de in de beschuldiging opgenomen periode 27 september 2025 tot en met 19 januari 2026.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Parketnummer 16/322213-24
Feit 3 in de periode van 8 juli 2024 tot en met 18 december 2024, te Amersfoort, - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Unique, model Le Veritable, kaliber 6.35mm, althans één of meer vuurwapenonderdelen, te weten- een kast (goednummer 3454950) en;- een slede (goednummer 3454923) en;- een loop (goednummer 3454940) en;- een patroonmagazijn (goednummer 3454934) en;- een veligheidspal/sledevangpal (goednummer 3454946) en;- handgreepplaten (goednummer 3454954),die tezamen een werkend pistool vormen van het merk Unique, model Le Veritable, kaliber 6.35mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad;
Parketnummer 16/017288-26
op 3 april 2025 te Amersfoort tezamen en in vereniging met anderen, een scooter, die aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, welke diefstal werd vergezeld door bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] te bedreigen met een mes en die [slachtoffer] daarbij dreigend de woorden toe te voegen: ''niet testen, niks proberen'';
Parketnummer 16/021129-26
op 20 januari 2026 te Amersfoort, een scooter en een kentekenplaat voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 16/322213-24
Feit 3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
Parketnummer 16/017288-26
diefstal in vereniging, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;
Parketnummer 16021129-26
Opzetheling.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie de gevangenneming van de verdachte gevorderd bij de einduitspraak.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt een gevangenisstraf van korte duur op te leggen aan de verdachte, mocht de rechtbank een gevangenisstraf opleggen. Als de verdachte wordt vrijgesproken van het schieten op de woning, verzoekt de advocaat een flinke taakstraf op te leggen. De advocaat verzoekt in de strafmaat rekening te houden met het tijdsverloop bij de feiten onder parketnummer 16/322213-24, de tijd die de verdachte al heeft vastgezeten en de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte vanwege zijn licht verstandelijke beperking (hierna: LVB-problematiek). Volgens de advocaat is de verdachte zeer beperkt begaafd en maakt dit hem zeer beïnvloedbaar, waardoor de contacten die hij maakt tijdens een langere detentieperiode ervoor kunnen zorgen dat hij weer het slechte pad op gaat.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 6 maanden op, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het hierna te noemen reclasseringsrapport van 4 augustus 2026.
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. Het aanwezig hebben van een vuurwapen vormt een onaanvaardbaar risico voor de maatschappij. Dat risico is in deze zaak heel concreet zichtbaar, omdat er met dit wapen ook daadwerkelijk op een woning is geschoten.
Verder heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging van geweld. Het slachtoffer was aan het werk toen hij zag dat een paar jongens zijn scooter probeerden te stelen. Toen hij de jongens daarop aansprak, werd hij met een mes bedreigd, waarna de scooter is meegenomen. Dit moet voor het slachtoffer beangstigend zijn geweest. Dit soort geweldsdelicten zorgen ervoor dat mensen zich bang en onveilig voelen in de maatschappij. De verdachte heeft met zijn handelen geen respect getoond voor andermans eigendom en zich ook niet druk gemaakt om de gevolgen voor het slachtoffer.
Dat de verdachte geen oog heeft voor andermans eigendom blijkt ook uit de heling van de scooter met gestolen kentekenplaat waar de verdachte zich ook schuldig aan heeft gemaakt. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij bij de aankoop van de scooter wist dat het gevraagde bedrag eigenlijk te weinig was voor de waarde van de scooter. Dit besef had hem ervan moeten weerhouden van het kopen en het helen van spullen van anderen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 1 augustus 2026. Daaruit blijkt dat hij in 2023 eerder is veroordeeld voor vuurwapenbezit. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het advies van Reclassering Nederland van 4 augustus 2026. Daaruit volgt dat de verdachte schulden en geen structurele dagbesteding heeft. De reclassering ziet dit als risicofactoren voor herhaling van delictgedrag. Verder blijkt uit het rapport dat de verdachte een verstandelijke beperking heeft, waardoor hij de gevolgen van zijn handelen niet goed kan overzien. Gelet op de risico’s ziet de reclassering aanknopingspunten om bij een voorwaardelijke veroordeling interventies in te zetten, om zo meer stabiliteit te realiseren.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, hulp bij dagbesteding en de aflossing van zijn schulden en ambulante behandeling gericht op ondersteuning bij praktische zaken. De reclassering acht een onvoorwaardelijke financiële sanctie niet passend, gelet op de financiële situatie van verdachte. Voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf ziet de reclassering geen contra-indicaties.
Strafkader
Gelet op de aard en de ernst van de feiten oordeelt de rechtbank dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf kijkt de rechtbank naar wat voor straffen doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen. De rechtbank weegt ook in strafverzwarende zin mee dat de verdachte slechts deels verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen en niet volledig inzicht in zijn handelen heeft gegeven. In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee dat de verdachte jong was ten tijde van de feiten en dat er sprake is van LVB-problematiek waardoor de verdachte de gevolgen van zijn handelen soms niet goed overziet. De rechtbank houdt er rekening mee dat het verboden vuurwapenbezit een ouder feit is.
Alles afwegende acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals aan het begin van deze paragraaf weergegeven, passend en geboden. Het voorwaardelijke strafdeel dient mede als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. De duur van de opgelegde gevangenisstraf is lager dan door de officier van justitie is geëist. De reden hiervoor is mede dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie.
Tot slot ziet de rechtbank geen aanleiding om de gevangenneming van de verdachte te bevelen. Hoewel aan de verdachte een gevangenisstraf is opgelegd, ziet de rechtbank momenteel geen grond(en) om af te wijken van het uitgangspunt dat een verdachte in vrijheid eventueel hoger beroep mag afwachten en zal daarom de vordering tot gevangenneming afwijzen.
6. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
Parketnummer 16/322213-24
De officier van justitie heeft gevorderd om de inbeslaggenomen telefoon terug te geven aan de verdachte en de onderdelen van het wapen te onttrekken aan het verkeer.
Parketnummer 16/017288-26
De officier van justitie heeft gevorderd om de slotentrekker verbeurd te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft zich niet uitgelaten over het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Parketnummer 16/322213-24
De rechtbank bepaalt dat de in beslag genomen telefoon wordt teruggegeven aan de verdachte, omdat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
De rechtbank zal gelasten dat de in beslag genomen onderdelen van het wapen worden onttrokken aan het verkeer. Het bewezen verklaarde feit is met betrekking tot dit voorwerp begaan. Het voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Parketnummer 16/017288-26
De rechtbank zal de in beslag genomen slotentrekker verbeurd verklaren, omdat het bewezenverklaarde feit met behulp van dit voorwerp is begaan.
7. Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot een bedrag van € 4.500,00 bestaande uit materiële schade voor de gestolen motorscooter, ten gevolge van het aan de verdachte onder parketnummer 16/017288-26 ten laste gelegde.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende onderbouwd en toewijsbaar is.
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt zich primair op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen, omdat hij vrijspraak voor het feit heeft bepleit. Subsidiair heeft de advocaat de rechtbank verzocht gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en de vordering te matigen, tot een bedrag tussen de € 1.800,00 en € 2.500,00.
Oordeel van de rechtbank
Dat er schade is geleden die ziet op de gestolen motorscooter is voldoende onderbouwd. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst de vordering daarom toe, maar zal deze matigen. De rechtbank heeft gekeken naar het aanbod van soortgelijke scooters en oordeelt dat een vergoeding van € 2.500,00 passend is en wijst dit toe.
De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over de toe te kennen schadevergoeding vanaf 3 april 2025, zijnde de pleegdatum, toewijzen tot de dag van volledige betaling.
Proceskosten
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 2.500,00 aan de Staat moet betalen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot de dag van volledige voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
9. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 en 2 van de beschuldiging onder parketnummer 16/322213-24 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte;
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en
zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- meewerkt aan ambulante begeleiding door een nog te bepalen organisatie, zolang de
reclassering dit nodig acht. De begeleiding is gericht op ondersteuning bij praktische zaken;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beslag in de zaak met parketnummer 16/322213-24
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
- 1 STK Telefoon (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454800);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
- 1 STK Kist (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454860);
- 1 STK Aluminiumfolie (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454879);
- 1 STK Slede (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454923);
- 1 STK Patroonmagazijn (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454940);
- 1 STK Zwarte loop (Omschrijving: PL0900-2024215808);
- 1 STK Veiligheidspal (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454946);
- 1 STK Vuurwapenkast (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454950);
- 1 STK Handgreepplaten (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454954);
- 1 STK Kogelpatroon (Omschrijving: PL0900-2024215808-3454941);
beslag in de zaak met parketnummer 16/017288-26
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
- 1 STK Slotentrekker (Omschrijving: BZAJ7959);
benadeelde partij [slachtoffer] in de zaak met parketnummer 16/017288-26
vordering tot gevangenneming
- wijst af de vordering tot gevangenneming.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. K. de Meulder en mr. M. Coenen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop en mr. M. van Dinten als griffiers en is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16/322213-24
Feit 1
hij, op of omstreeks 8 juli 2024, te Amersfoort, althans in Nederland, [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen op de voordeur en/of het (voor)raam van de woning van die [aangever 1] (alwaar die [aangever 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op dat moment verbleven) te schieten;
Feit 2
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 juli 2024 tot en met 8 juli 2024, te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal ongeveer 50 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 1] toebehoorde door
- meermalen, althans eenmaal, via Snapchat dreigende teksten te sturen, (onder meer)
inhoudende dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) maatregelen zou(den) treffen, althans
woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (daarbij) foto's van kogels en/of
vuurwapens te sturen en/of
- ( vervolgens) die [aangever 1] via WhatsApp te benaderen en/of één of meerdere bericht(en) te sturen met daarin (onder meer) de tekst(en):
“Los dit normaal op beter en geef hem ze spullen we weten alles van je hij staat in ze recht zo niet gaat er wat van komen” en/of
“Ik sta buiten [verdachte] bro doe maar zo maar weet wat je doet maar kont goed gaat zwz al gebeuren” en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen op de voordeur en/of het (voor)raam van de woning van die [aangever 1] (alwaar die [aangever 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op dat moment verbleven) te schieten en/of
- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, een Tikkie van 50 euro te sturen;
Feit 3
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2024 tot en met 18 december 2024, te Amersfoort, althans in Nederland,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een pistool, van het merk Unique, model Le Veritable, kaliber 6.35mm, althans
één of meer vuurwapenonderdelen, te weten
- een kast (goednummer 3454950) en/of
- een slede (goednummer 3454923) en/of
- een loop (goednummer 3454940) en/of
- een patroonmagazijn (goednummer 3454934) en/of
- een veligheidspal/sledevangpal (goednummer 3454946) en/of
- handgreepplaten (goednummer 3454954),
die tezamen een werkend pistool vormen van het merk Unique, model Le Veritable, kaliber
6.35mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 scherpe patroon, kaliber 6.35mm (Brc), merk Geco, voorhanden heeft gehad
in de zaak met parketnummer 16/017288-26
hij op of omstreeks 3 april 2025 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer] te bedreigen met een mes en/of die [slachtoffer] daarbij dreigend de woorden toe te voegen: ''niet testen, niks proberen'', althans woorden van gelijke aard en strekking;
in de zaak met parketnummer 16/021129-26
hij in of omstreeks de periode van 27 september 2025 tot en met 20 januari 2026 te Amersfoort, een scooter en/of een kentekenplaat, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans
redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Ten aanzien van het feit in de zaak met parketnummer 16/021129-26
Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 3 april 2025 was ik aan het werk bij [bedrijf 1] . Toen ik naar buiten liep zag ik een persoon bij het hek staan met iets voor zijn gezicht. Ik had het gevoel dat hij met mijn scooter bezig was. Ik zag ook dat er twee andere jongens bij hem stonden. Ik zag dat de jongen op mij af kwam lopen. Ik hoorde dat hij zei: "Niet testen, niks proberen." Ik zag dat hij een mes in zijn rechterhand hield. Ik zag dat het een klein keukenmes was die net iets groter dan een aardappelschilmesje is. Ik zag dat jongen 2 en 3 met een ratel in hun hand stonden. Ik keek naar links en ik zag dat er iemand met een slotentrekker bij mijn scooter bezig was. Toen ik terug naar binnen liep, zag ik dat ze allemaal wegreden op hun scooters en met die van mij.
Een proces-verbaal van verhoor getuige, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [getuige] , zakelijk weergegeven:
Op 3 april 2025 was ik bij het bedrijf [bedrijf 2] , naast [bedrijf 1] . Wij zaten buiten te wachten en ik zag dat er twee scooters langs kwamen. Ik zag dat er een medewerker van [bedrijf 1] buiten stond. Ik zag dat een klein persoon een mes bij zich had en de medewerker bedreigde. Ik hoorde dat er werd gezegd door de persoon met het mes: rustig doen, daag me niet uit. Ik zag dat de persoon bij de motor de motor startte en dat de eerder benoemde scooters de locatie verlieten.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende de camerabeelden, zakelijk weergegeven:
Ik bekeek de camerabeelden van de diefstal.. Ik zag op het scherm staan: "Parkeerplaats voor" en 03-04-2025.. Ik zag drie personen het terrein op lopen.
Ik zag dat de verdachte die eerder uit beeld verdween terugkwam met een zwarte scooter. Ik zag een geel kenteken met links bovenin een blauw vak. Ik zag dat de verdachte in zijn rechterhand een langwerpig voorwerp vast had. Ik zag dat hij met dit voorwerp meerdere bewegingen maakt ter hoogte van het slot van de scooter. Ik zag dat de verdachte geen handschoenen droeg terwijl hij dit deed. Vervolgens zag ik de verdachte met de scooter het terrein af rijden. Ik zag dat de
andere twee personen wegrenden en ook het terrein verlieten.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 3 april 2025 nam ik een, na de diefstal achtergelaten, slotentrekker in beslag. Deze slotentrekker was, later zichtbaar op de beelden, gebruikt voor het trekken van het scooterslot waarna de scooter weggenomen werd.
Een kennisgeving van inbeslagname, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Plaats: [adres] in [plaats]
Datum: 3 april 2025
Uniek voorwerp: BZAJ7959
Object: Slotentrekker
Een proces-verbaal, voor zover inhoudende een forensisch onderzoek stuk van overtuiging, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik verrichte een forensisch onderzoek aan onderstaande sporendrager:
Sporendrager
Object: Slotentrekker
Uniek voorwerp nummer: BZAJ7959
SIN: AAST7901NL
Ik heb deze sporendrager met SIN AAST7901NL onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AARL2256NL en verzegeld.
Veiliggesteld spoor
SIN: AARL2256NL
Een rapport van het NFI ‘Forensisch DNA-onderzoek’ van 6 juni 2025, voor zover inhoudende:
Bemonstering handvaten en spanknop aan SIN AARL2256NLDNA-hoofdprofiel: [verdachte]DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 5 juli 2025 was ik, verbalisant, naar
aanleiding van het buurtonderzoek nog op bezoek geweest bij de coffeeshop [naam]
. Ik sprak daar met de portier en later nog telefonisch met de eigenaar van de coffeeshop. Ik hoorde dat:
- hij beelden heeft van de omgeving [straat] / [straat] ten tijde van de gepleegde diefstal motorscooter en er meerdere scooters op te zien zijn met verdachten die de diefstal medeplegen;
- hij beelden heeft van een klant die een dag of twee later aan kwam met een motorscooter zonder kentekenplaat, die sterk leek op de gestolen motorscooter;
- hij beelden heeft van de klant die zonder helm een bestelling doet aan de balie.
Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb het filmpje (de rechtbank begrijpt: het filmpje van de coffeeshop waarop te zien is dat een klant aankomt met een motorscooter) meerdere malen bekeken en kan zonder twijfel zeggen dat het om mijn gestolen motorscooter gaat. Ik herken de deuk in de uitlaat, deze komt overeen. Tevens de middenbok die eruit steekt. Deze raakt de uitlaat. Ook herken ik de verkorte kentekenplaathouder en de tekst die hierop staat.
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, met bijbehorende fotobijlage, voor zover inhoudende:
C: De verbalisant toont foto's vijf tot en met negen van de herkende verdachte in de coffeeshop.V: Ken jij de persoon op de foto's?A: Ja, dat ben ik.
C: De verbalisant toont de foto's tien en elf van de verdachte die wegrijdt op de motorscooter.V: Waarom reed jij op die motorscooter?A: Ik denk een rondje rijden.