RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2626
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen
en
(gemachtigde: R. Delhez)
Procesverloop
Verweerder heeft op 15 januari 2025 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt dat is ontvangen op 2 februari 2025.
Verweerder heeft, met de bestreden uitspraak van 3 februari 2025, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft op 10 maart 2025 beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser was daarbij aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser op 15 januari 2025 om 09:58 uur een auto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) heeft geparkeerd aan de Neuweg in Hilversum waar betaald parkeren van toepassing is, zonder dat op dat tijdstip de verschuldigde belasting was voldaan.
3. Tussen partijen is wel in geschil of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.
4. Eiser stelt dat het onvoldoende duidelijk was dat er in dit gebied sprake was van betaald parkeren. Eiser wijst daarbij op de omstandigheid dat in dit gebied tot en met november 2024 sprake was van gratis parkeren. Volgens eiser staan er geen borden waaruit hij had moeten afleiden dat hij moest betalen voor het parkeren. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft eiser een aantal foto’s overgelegd van de verkeerssituatie ter plaatse.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het voor eiser kenbaar had kunnen zijn dat er sprake was van betaald parkeren, omdat bij het inrijden van de betaald parkeerzone borden staan die aangeven dat men een betaald parkeerzone inrijdt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt. Eiser heeft het bestaan van de borden bij het inrijden van de betaald parkeerzone niet betwist. De heffingsambtenaar hoeft niet op elke straat binnen een betaald parkeerzone opnieuw bebording aan te brengen dat er plekke betaald parkeren geldt. Bovendien zijn de borden die voor november 2024 ter plaatse stonden waarop stond aangegeven dat de betaald parkeerzone werd verlaten, weggehaald. De rechtbank is van oordeel dat het voor eiser voldoende kenbaar had kunnen zijn dat er sprake was van betaald parkeren.
6. Het voorgaande maakt dat het beroep van eiser ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug.
7. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Mennen, griffier
Uitgesproken op 15 juni 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.