ECLI:NL:RBMNE:2026:5886

ECLI:NL:RBMNE:2026:5886

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 16/043208-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Veroordeling van een 59-jarige man wegens de aanranding van zijn destijds 14-jarige dochter tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden (waaronder een behandelverplichting). Daarnaast moet de verdachte een taakstraf van 60 uren uitvoeren. De verdachte heeft in het openbaar meermalen (over de kleding) de buik en billen van zijn dochter betast, in haar billen geknepen en op haar bil getikt. Bovendien heeft de verdachte zijn dochter meermalen langdurig gezoend op de mond. Uit het dossier volgt dat de dochter een achterstand heeft in haar ontwikkeling en moeite heeft met het stellen van grenzen (de verdachte noemt dit laatste ‘knuffelig’). Dat de dochter moeite heeft met het stellen van grenzen, doet aan de ernst van het gedrag van de verdachte niet af. De verantwoordelijkheid en de schuld liggen namelijk bij de verdachte en niet bij zijn minderjarige dochter. Anders dan de verdachte lijkt te vinden, was het ook de verdachte die het initiatief nam tot de handelingen en niet zijn dochter. Uit de slachtofferverklaring van de dochter volgt dat de gebeurtenissen diepe indruk op haar hebben gemaakt. Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat de verstandelijke beperking van de verdachte ervoor zorgt dat hij de gevolgen van zijn handelen voor zichzelf en voor anderen moeilijker kan overzien. Daar komt bij dat de verdachte moeite heeft met het kennen, herkennen en erkennen van de grenzen in de sociale omgang en seksuele omgang. De rechtbank ziet hierin, alsook in wat de rechtbank op de zitting van verdachte heeft gezien, aanleiding om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/043208-26

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 augustus 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] in [plaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 6 augustus 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

Het strafbare feit waarvan een verdachte door de officier van justitie wordt beschuldigd staan in de ‘tenlastelegging’. Bij het beoordelen van die beschuldiging moet de rechter op grond van de wet een aantal vragen beantwoorden. De rechter doet dat op basis van die tenlastelegging (hierna: de beschuldiging) en naar aanleiding van het onderzoek op de zitting. De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

op 3 september 2025 in Amersfoort zijn dochter [slachtoffer] , een kind van destijds 14 jaar (geboren op [geboortedatum] 2011), heeft aangerand, terwijl de seksuele handelingen bestonden uit:

- het betasten van en/of knijpen in en/of tikken op haar billen en/of

- het betasten van haar buik en/of schaamstreek en/of bovenbeen en/of

- het betasten van haar borst(en) en/of

- het betasten van haar bilspleet en/of vagina en/of

- het op haar mond zoenen en/of tongzoenen.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit zoals dit op de beschuldiging staat heeft gepleegd. Het standpunt van de officier van justitie wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer over het bewijs.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het feit zoals dit op de beschuldiging staat bewezen is. De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij van het tongzoenen en het betasten van de schaamstreek, borsten en bilspleet van het slachtoffer, nu deze handelingen op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank baseert de bewezenverklaring op de volgende bewijsmiddelen:

De verklaring van de verdachte op de zitting van 6 augustus 2026:

Ik was op 3 september 2025 te Amersfoort met mijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, in de [winkel] .

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , voor zover inhoudende:

Ik was vandaag (de rechtbank begrijpt: 3 september 2025) in de [winkel] in

Amersfoort. Ik zag daar een man (de rechtbank begrijpt: de verdachte) en een vrouw (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) zoenen. Ik stond op een paar meter afstand. Ik kon het goed zien. Ik zag toen dat het om een heel jong meisje ging en hierdoor wist ik bijna zeker dat zij gewoon minderjarig was. De man was duidelijk veel ouder. Ik zag dat het meisje op haar tenen ging staan. Ik zag toen heel intiem contact tussen hen. Ik zag de man met zijn handen naar de billen, heupen en middel van het meisje gaan. Ik zag hun intens zoenen. Ik zag dat de lippen van hun elkaar aanraakten. Ik zag dat het zoenen ongeveer 10 tot 20 seconden lang duurde. Ik zag bewegingen met het hoofd (van links naar rechts). Ik zag de monden op

en neer gaan tijdens het zoenen. De man liep toen met het meisje weg. Ik ging erachteraan. Ik zag het intens zoenen nog een keer gebeuren.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2025, voor zover inhoudende:

Op de beelden zie ik dat de datum van opname 3 september 2025 is. Op de beelden zie ik twee personen staan in het gangpad, het betreft een man (de rechtbank begrijpt: de verdachte) en een meisje (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ).

Vanaf het tijdstip 15:26:41 tot 15:26:46 uur zie ik:

- de man met zijn buik tegen de rug van het meisje staat;

- dat de man zijn rechterhand ter hoogte van de buik/schaamstreek van het meisje plaatst;

- dat de man enkele seconden zijn hand op deze plek houd;

- dat de man daarna met zijn rechterhand een tikje geeft op de rechter bil van het meisje.

Vanaf het tijdstip 15:27:33 uur zie ik dat de man de hierboven genoemde handeling herhaalt. Ik zie dat de man daarnaast een aantal keren in de billen van het meisje knijpt.

Vanaf het tijdstip 15:28:03 tot 15:28:10 uur zie ik dat:

- de man achter het meisje gaat staan en daardoor lichamelijk contact met haar heeft;

- de man zijn hoofd buigt over het hoofd van het meisje;

- de man zijn armen om het meisje heen slaat en haar vervolgens vasthoud ter hoogte van haar buik/schaamstreek.

Vanaf het tijdstip 15:28:23 tot 15:29:43 uur zie ik dat:

- de man zijn armen om het meisje slaat en haar vasthoud op haar rug,

- de man voorover buigt naar het meisje;

- de man met zijn rechterhand wrijft over de billen,

- de man over de bilspleet wrijft in de richting van de vagina;

- de man knijpende bewegingen maakt in de billen van het meisje met zijn rechterhand.

Vanaf het tijdstip 15:28:49 tot 15:29:01 uur zie ik dat de man wederom achter het meisje gaat staan en dat hij zijn armen om het meisje slaat ter hoogte van haar buik/schaam streek. Ik zie de man zijn handen heen en weer beweegt. Ik zie dat de man voorover buigt en zijn gezicht naast het meisje brengt.

Vanaf het tijdstip 15:29:59 tot 15:30:14 uur zie ik dat de man zijn hoofd buigt in de richting van het meisje. Ik zie:

- dat de man zijn rechterarm en hand op de linker zijkant, ter hoogte van de heup, van het meisje plaatst;

- dat de man zijn linkerarm het meisje vasthoud,

- dat de gezichten van de man en het meisje contact maken.

Vanaf 15:30:39 tot 15:30:42 uur zie ik dat de man wederom achter het meisje gaat staan. Ik zie dat de man met zijn buik tegen de rug van het meisje staat. Ik zie dat de man de heupen van het meisje kortstondig vastpakt.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2025, voor zover inhoudende:

Vandaag deed ik onderzoek naar een kort filmpje wat door getuige [getuige] was afgegeven. Ik zag dat:

- Er een man (de rechtbank begrijpt: de verdachte) en een vrouw (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) op het filmpje stonden;

- De man tegen een lantaarnpaal voorovergebogen stond en zijn armen om over de

schouders van het meisje deed;

- zij haar hoofd schuin omhoog hield zodat hun gezichten tegen elkaar kwamen;

- hun hoofden bewogen alsof zij aan het zoenen waren;

- de man zijn rechter hand over haar billen wreef.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 3 september 2025 te Amersfoort met zijn kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, seksuele handelingen heeft verricht, te weten:

- het meermaals betasten van de billen van die [slachtoffer] en het knijpen in

de billen van die [slachtoffer] en het tikken op de bil van die [slachtoffer] en

- het betasten van de buik van die [slachtoffer] en

- het meermaals op de mond zoenen van die [slachtoffer] .

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 1 maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd:

- een meldplicht bij de reclassering;

- ambulante behandeling;

- een taakstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

De officier van justitie wijst erop dat weliswaar het taakstrafverbod als bedoeld in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, maar verzoekt de rechtbank daaraan voorbij te gaan omdat het niet bijdraagt aan de ontwikkelingen van de verdachte en dochter.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat de door de officier van justitie geëiste taakstraf een te grote belasting voor de verdachte oplevert gezien zijn fulltime baan en zijn verstandelijke beperking. Daarnaast moet de verdachte ook nog een behandeling ondergaan. De advocaat verzoekt daarom te volstaan met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de aanranding van zijn destijds 14-jarige dochter waarover hij geen gezag heeft. De dochter is onder toezicht gesteld en de verdachte en dochter zien elkaar eens in de twee maanden voor enkele uren. De aanranding vond plaats toen hij zijn dochter meenam naar een winkel. Hij heeft toen in het openbaar meermalen (over de kleding) haar buik en billen betast, in haar billen geknepen en op haar bil getikt. Bovendien heeft de verdachte zijn dochter meermalen langdurig gezoend op de mond. De verdachte heeft hierdoor de lichamelijke integriteit van zijn minderjarige dochter geschonden en inbreuk gemaakt op haar recht om beschermd te worden tegen seksuele handelingen, van welke aard dan ook. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksuele handelingen binnen de eigen familie daarvan later zeer nadelige psychische en lichamelijke klachten kunnen ondervinden.

Uit het dossier volgt verder dat de dochter een achterstand heeft in haar ontwikkeling en moeite heeft met het stellen van grenzen (de verdachte noemt dit laatste ‘knuffelig’). Dat de dochter moeite heeft met het stellen van grenzen, doet aan de ernst van het gedrag van de verdachte niet af. De verantwoordelijkheid en de schuld liggen namelijk bij de verdachte en niet bij zijn minderjarige dochter. Anders dan de verdachte lijkt te vinden, was het ook de verdachte die het initiatief nam tot de handelingen en niet zijn dochter. Uit de slachtofferverklaring van de dochter volgt dat de gebeurtenissen diepe indruk op haar hebben gemaakt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij sinds zijn aanhouding geen contact meer heeft gehad met zijn dochter, dat dit hem zwaar valt en dat hij haar mist. De rechtbank houdt er bij het opleggen van de straf ook rekening mee dat de keuze om weer in contact te komen met zijn dochter niet bij de verdachte ligt, maar bij de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting en bij de voogd. Dit gebeurt in samenwerking met De Rading, een organisatie die zich richt op kinderen en gezinnen met complexe opvoedingsproblematiek. Deze partijen zijn eerst bezig met het “ontschuldigen” van de dochter, dat wil zeggen: het ontdoen van het idee dat wat er is gebeurd haar schuld is. Daarna wordt gekeken of en in welke vorm de vader (nog) een rol in het leven van de dochter kan spelen, waarbij de gezondheid en ontwikkeling van de dochter op de voorgrond staan.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie (‘strafblad’) van de verdachte van 30 juni 2026. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een strafbaar feit.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsrapport van Reclassering Nederland d.d. 23 juli 2026, dat over de verdachte is uitgebracht door F. van der Groep, reclasseringswerker. De reclassering schat de kans op herhaling in als laag, maar adviseert toch oplegging van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft namelijk een verstandelijke beperking en dit maakt dat hij de gevolgen van zijn handelen voor zichzelf en voor anderen moeilijker kan overzien. De reclassering ziet dat de verdachte moeite heeft met het kennen, herkennen en erkennen van de grenzen in de sociale omgang en seksuele omgang. Hierbij gaat het om zijn eigen grenzen en om de grenzen van de ander, waaronder zijn dochter. De reclassering ziet dit als risicofactoren voor mogelijke toekomstige seksuele recidive. Gezien voorgaande adviseert de reclassering – ondanks dat het risico op recidive wordt ingeschat als laag – om een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling.

Ten aanzien van de op te leggen strafmodaliteit ziet de reclassering contra-indicaties voor de oplegging van een gevangenisstraf, omdat de verdachte als gevolg daarvan mogelijk zijn baan zal verliezen. Volgens de reclassering is de verdachte in staat om een taakstraf uit te voeren, mits rekening wordt gehouden met zijn belastbaarheid.

Strafoplegging

De rechtbank houdt rekening met de straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd is in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om van dit vertrekpunt af te wijken en overweegt daartoe als volgt.

Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat de verstandelijke beperking van de verdachte ervoor zorgt dat hij de gevolgen van zijn handelen voor zichzelf en voor anderen moeilijker kan overzien. Daar komt bij dat de verdachte moeite heeft met het kennen, herkennen en erkennen van de grenzen in de sociale omgang en seksuele omgang. De rechtbank ziet hierin, alsook in wat de rechtbank op de zitting van verdachte heeft gezien, aanleiding om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank acht het, mede gelet op het reclasseringsadvies, niet passend om de verdachte op dit moment naar de gevangenis te sturen. De rechtbank houdt daarbij rekening met de kwetsbaarheid van de verdachte vanwege zijn verstandelijke beperking en de te verwachten impact die een gevangenisstraf op hem zal hebben. Bovendien vindt de rechtbank het vanuit veiligheidsoverwegingen niet nodig om de verdachte naar de gevangenis te sturen. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte dit gedrag structureel heeft vertoond. Daarnaast was het gericht op zijn dochter en dat contact staat onder toezicht van professionele partijen. Verder acht de rechtbank van belang dat de verdachte zijn baan behoudt. Het werk van de verdachte is namelijk een beschermende factor die kan helpen voorkomen dat de verdachte nog een keer een strafbaar feit pleegt. Verder vindt de rechtbank het belangrijk dat de verdachte een behandeling ondergaat. Dat kan niet bereikt worden door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank zal daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd en hieronder in het dictum zijn vermeld. Gezien het verband tussen de problematiek van de verdachte rond de begrenzing in de sociale en seksuele omgang en zijn verstandelijke beperking, ziet de rechtbank aanleiding om een langere proeftijd vast te stellen dan door de officier van justitie is gevorderd. De behandeling zal namelijk niet de onderliggende verstandelijke beperking verhelpen waardoor de verdachte mogelijk langer de tijd nodig heeft voor de behandeling. De rechtbank zal daarom een proeftijd vaststellen van 3 jaar.

De rechtbank acht daarnaast een taakstraf passend en geboden. De verdachte heeft een ernstig strafbaar feit gepleegd waarvoor hij een onvoorwaardelijke straf verdient. In de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de belastbaarheid van de verdachte.

De reclassering zal samen met de verdachte kijken naar een passende en haalbare manier om de taakstraf uit te voeren, naast zijn fulltime baan. Daarbij kan ook weer rekening worden gehouden met de beperkte belastbaarheid van de verdachte.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het taakstrafverbod niet aan de orde is. Weliswaar is sprake van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en is sprake van een inbreuk op de lichamelijke integriteit, maar gelet op de feitelijke handelingen die de verdachte heeft verricht (die bewezen zijn verklaard) – het betasten van de billen en buik over de kleding en het geven van zoenen op de mond – kan niet worden gezegd dat dit misdrijf heeft geleid tot een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van aangeefster in de zin van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht.

Alles overwegende acht de rechtbank passend en geboden een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals deze in het dictum zijn vermeld en met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis als de verdachte de taakstraf niet of niet goed uitvoert.

De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, onder meer omdat de rechtbank minder handelingen op de beschuldiging bewezen acht, dan waar de officier van justitie in haar strafeis vanuit is gegaan. De straf die wordt opgelegd brengt, naar het oordeel van de rechtbank, de ernst van het bewezenverklaarde bovendien voldoende tot uitdrukking.

De rechtbank wijkt af van het standpunt van de verdediging over de strafmaat, omdat de oplegging van enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van het door de verdachte gepleegde feit. Het uitvoeren van de taakstraf is volgens de rechtbank vanuit het strafdoel vergelding passend en geboden.

De rechtbank legt geen geldboete op zoals de verdachte op de zitting herhaaldelijk heeft voorgesteld, nu dit niet in verhouding staat tot het ernstige feit dat de verdachte heeft gepleegd.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen hechtenis;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;

- als algemene voorwaarden geldt dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

1. Meldplicht reclassering

zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.

Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht;

2. Ambulante behandeling

gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag Amersfoort of een

soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start in afstemming met de reeds gestarte hulpverlening door De Rading en na aanmelding door de toezichthouder. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De

behandeling is gericht op het kennen, herkennen en erkennen van grenzen (van zowel de verdachte als de ander) in de sociale en seksuele omgang.

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.D. Groen, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. M.H. Erich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. Pronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.

De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 september 2025 te Amersfoort, althans in Nederland

met zijn kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,

geboren op [geboortedatum] 2011,

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het (meermaals) betasten van de billen van die [slachtoffer] en/of het knijpen in

de billen van die [slachtoffer] en/of het tikken op de bil(len) van die [slachtoffer]

en/of

- het betasten van de buik en/of de schaamstreek en/of het bovenbeen van die [slachtoffer]

en/of

- het betasten van de borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- het betasten van de bilspleet en/of vagina van die [slachtoffer] en/of

- het (meermaals) op de mond zoenen en/of tongzoenen van die [slachtoffer] .

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand