RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummers:
C/16/615038 / JE RK 26-1114 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)
C/16/615039 / JE RK 26-1115 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 29 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. L. Sinoo uit Utrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter heeft op 21 juli 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 4 augustus 2026. De kinderrechter de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 21 juli 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 24 juli 2026.
Op 29 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
- de moeder;
- [A] en [B] , namens de GI.
De kinderrechter heeft aan [C] , de begeleider van [minderjarige] vanuit [instelling] , bijzondere toegang verleend tot de zitting.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [instelling] [locatie] in [plaats] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 juli 2027. Daarnaast heeft de kinderrechter de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 15 oktober 2026.
3. Het verzoek
De kinderrechter moet partijen nog horen op de spoedbeslissing van 21 juli 2026 om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor [minderjarige] . Daarnaast moet de kinderrechter nog beslissen op het resterende deel van het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
[minderjarige] voert geen verweer tegen het verzoek van de GI.
De moeder is het eens met het verzoek van de GI. Zij vindt het belangrijk dat het goed gaat met [minderjarige] en dat hij op een fijne plek zit.
5. De beoordeling
Horen op de spoedbeslissing
De kinderrechter heeft de belanghebbenden gehoord over de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] en ziet naar aanleiding daarvan geen reden om anders te beslissen.
Beslissing over machtiging gesloten jeugdhulp
De kinderrechter zal een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor [minderjarige] voor de duur van zes maanden, tot 29 januari 2027.
De toelichting
De kinderrechter is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten is voldaan. De jeugdhulp is noodzakelijk in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Dit licht de kinderrechter hierna verder toe.
De kinderrechter maakt zich zorgen over [minderjarige] . Hij is een kwetsbare en beïnvloedbare jongen met een laag IQ en beperkt probleembesef. Al sinds het begin van de ondertoezichtstelling zijn er zorgen over langdurig en veelvuldig schoolverzuim, het afglijden naar antisociaal en crimineel gedrag en softdrugsgebruik. Vanwege deze zorgen verbleef [minderjarige] sinds 17 maart 2026 met een machtiging tot uithuisplaatsing op een open groep bij de [locatie] van [instelling] . Bij [locatie] ging het een tijd goed met [minderjarige] . Hij ging naar school, stopte met blowen en rondde zijn EMDR-therapie af. [minderjarige] profiteerde zichtbaar van het strikte kader en de duidelijkheid die hem geboden werd. De zorgen over [minderjarige] zijn opnieuw toegenomen nadat hij op 30 mei 2026 langdurig is weggelopen van de groep en volledig uit beeld is gegaan. Op 20 juli 2026 is [minderjarige] pas weer teruggevonden, toen hij door de politie werd aangehouden wegens een verdenking van brandstichting. Er zijn ernstige zorgen over het netwerk waarin [minderjarige] zich begeeft, omdat zij hem eerder hebben aangezet tot mishandeling en mogelijk opnieuw betrokken waren bij de verdenking van brandstichting.
Op dit moment ziet de kinderrechter geen andere mogelijkheid dan een plaatsing op een gesloten groep. Vanwege het wegloopgedrag van [minderjarige] , biedt een verblijf in een open setting op dit moment onvoldoende bescherming. De afgelopen maanden is hij niet in staat gebleken om zich tijdens de vrijheden en verloven aan de afspraken te houden en terug te keren op de open groep. [minderjarige] is sterk afhankelijk van de structuur, het toezicht en de stabiliteit van de groep om zich positief te kunnen ontwikkelen. Een gesloten plaatsing is daarom noodzakelijk om [minderjarige] te beschermen tegen zijn zorgelijke netwerk en om te voorkomen dat [minderjarige] zich opnieuw aan de benodigde diagnostiek en hulpverlening onttrekt.
De kinderrechter vindt een machtiging voor de duur van zes maanden passend. De zorgen zijn groot en het gedrag van [minderjarige] is al langere tijd problematisch. Het is belangrijk dat de komende periode goed de tijd wordt genomen om diagnostiek uit te voeren en [minderjarige] passende hulpverlening te bieden, zodat hij de verdrietige gebeurtenissen die hij heeft meegemaakt kan verwerken en weerbaarder wordt tegen negatieve invloeden van buitenaf.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 juli 2026 tot 29 januari 2027.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. P.S. Bamberg als griffier, en op schrift gesteld op 10 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.