[eiseres] , uit [plaats] (Canada), eiseres
(gemachtigde: mr. K.J.C. van Bekkum),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep, dat zij heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Verzoekster heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft
beslist op haar bezwaar. Verweerder heeft vervolgens alsnog een besluit genomen op het bezwaar. Daarmee is verweerder tegemoet gekomen aan verzoekster. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder voor de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 467,-.
4. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door
verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.
de griffier is niet in de gelegenheidte ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: