[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E.R. Lambooy),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: J.H. Swart).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep op 2 februari 2026.
2. Het Uwv heeft op het verzoek gereageerd en meegedeeld dat het Uwv zich kan vinden in de forfaitaire vergoeding van de proceskosten voor het indienen van het beroep en de reiskosten. De medisch kosten komen volgens het Uwv niet voor vergoeding in aanmerking omdat de rapportage van de Mensendieck therapeut niet ten grondslag ligt aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en verzoekster pas na de datum in geding in behandeling is geweest bij deze therapeut.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling (deels) toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoekster tegemoetgekomen?
6. Met besluiten van 26 en 27 juli 2023 heeft het Uwv besloten dat verzoekster vanaf 6 juli 2022 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) en dat deze met ingang van 28 september 2023 stopt. Verzoekster heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Op 29 april 2025 heeft het Uwv de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard. Het Uwv heeft het besluit van 29 april 2025 vervangen door een nieuw besluit op bezwaar van 27 januari 2026. Hierbij heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond verklaard en beslist dat haar Wia-uitkering per 28 september 2023 wordt voortgezet, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
7. Het Uwv is dus tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. Dit is ook niet in geschil.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoekster vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-. Ook krijgt verzoekster een vergoeding voor de gemaakte reiskosten van € 30,28. Daarnaast heeft verzoekster recht op vergoeding van de medische kosten van € 90,- (Mensendieck therapeut). Anders dan het Uwv meent, doet het niet ter zake of de betreffende rapportage heeft geleid tot wijziging van het besluit. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster in redelijkheid informatie van deze behandelaar in geding heeft kunnen brengen.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
9. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.054,28 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2026.
de griffier is verhinderd
om deze uitspraak
te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.