[eiser] , uit [plaats] , eiser,
tegen
Royal Schiphol Group (Schiphol),
en
Koninklijke Marechaussee (Kmar).
Inleiding
1. Eiser heeft op 22 juli 2024 een klacht ingediend bij de Royal Schiphol Group (Schiphol). Schiphol heeft eiser op 29 juli 2024 laten weten zijn klacht niet in behandeling te nemen en dat eiser de klacht moet indienen bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). Eiser heeft op 16 augustus 2024 zijn klacht (ook) ingediend bij de KMar.
Eiser heeft op 27 december 2025 beroep ingesteld, omdat Schiphol en de KMar weigeren zijn klacht in behandeling te nemen. In deze uitspraak beslist de rechtbank over dit beroep.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is om van eisers beroep kennis te nemen. De rechtbank legt hieronder uit waarom.
De klacht bij Schiphol
3. Tegen het niet in behandeling nemen van de klacht door Schiphol kan eiser geen beroep instellen bij de bestuursrechter. Volgens de wet kan er beroep ingesteld worden tegen een besluit van een bestuursorgaan. Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld, of een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Dit betekent dat een bestuursorgaan een door de wet ingesteld orgaan van een rechtspersoon is, die een overheidstaak is opgedragen.
4. Schiphol is geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Tegen de brief van Schiphol over het niet in behandeling nemen van eisers klacht kan dus geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. De bestuursrechter verklaart zich daarom onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
De klacht bij de KMar
5. De KMar is wel een bestuursorgaan. Tegen een besluit van een bestuursorgaan over de behandeling van een klacht kan echter geen beroep worden ingesteld. Dit staat in artikel 9.3 van de Awb. Dit geldt ook voor een besluit om een klacht niet in behandeling te nemen. De rechtbank merkt hierbij nog op dat eiser geen besluit of brief heeft overgelegd waaruit blijkt dat de KMar zijn klacht niet in behandeling neemt. Eiser heeft slechts in zijn algemeenheid verwezen naar de website, waarop staat welke categorieën klachten de KMar niet in behandeling neemt.
6. Omdat tegen het niet in behandeling nemen van een klacht geen beroep kan worden ingesteld, is de bestuursrechter onbevoegd om van eisers beroep kennis te nemen.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
De griffier is verhinderd rechter
om deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.